vrijdag, december 31, 2010

Domenico Pezzini; 10 jaar wegens pedofilie voor Italiaanse hotemetoot-priester

Gewaardeerde knappe kop, 73, die bij zijn arrestatie ontdekt dat hij zo graag het klooster in wil, werd minder gewaardeerd door de rechtbank:
10 jaar en 50 000 Euro schade vergoeding aan slachtoffer voor bezit kinderporno en gedurende 3 jaar misbruik van een jongen onder de 14 uit Bangladesh.

Tja en dan wordt het toch wel heel erg cynisch wanneer je al bladerend op zoek naar informatie over deze zo gewaardeerde knappe kop op een blog uitkomt waar, tussen 10 stukken over de man en zijn rechtzaak ook nog een log staat met foto's van het propaganda materiaal verspreid tbv de recente Berlusconi stemming en daar moeder theresa zowaar ook verschijnt. Da's bij het wachten op het proces volgende week tegen Gelmini natuurlijk vragen om het bij voegen van nog zo'n hoog gewaardeerde kop. 2009, Donald McGuire : 25 jaar!


aktivisten vallen

As mãos

Com mãos se faz a paz se faz a guerra.

Com mãos tudo se faz e se desfaz.
Com mãos se faz o poema – e são de terra.
Com mãos se faz a guerra – e são a paz.

De mãos é cada flor cada cidade.
Ninguém pode vencer estas espadas:nas tuas mãos começa a liberdade.


François Houtart: : een waardevol activist valt.

Persbericht Democratie 2000 en VZW. Trefpunt:
François Houtart, Prijs Jaap Kruithof en machtsmisbruik: een waardevol activist valt.

De jury voor de Prijs Jaap Kruithof kon niet volledig geraadpleegd worden voor een standpunt over de zaak François Houtart zoals vandaag vermeld in de Belgische pers. We hebben geprobeerd zoveel mogelijk leden te bereiken en de twee organisaties die verantwoordelijk zijn voor de Prijs Jaap Kruithof hebben een voorlopig standpunt bepaald.
De organisaties Democratie 2000 en VZW. Trefpunt nemen met ontstelling akte van de bekentenissen van kindermisbruik door François Houtart, laureaat Prijs Jaap Kruithof 2010, uitgereikt tijdens de Gentse Feesten Bij Sint-Jacobs op 21 juli 2010.

Wij zijn van oordeel dat ondanks de grote en onmiskenbare inspanningen die Houtart heeft geleverd in de strijd voor een betere wereld, dergelijke feiten niet in overeenstemming zijn met de waarden verbonden aan deze prijs. Het is bovendien duidelijk dat, net als in zovele andere gevallen van kindermisbruik door priesters, de zaak indertijd door de Kerkelijke overheden in de doofpot is gestopt, Houtart op geen enkele manier voor deze zaak is bestraft en zoals sommige andere geestelijken nu pas onder druk van het huidige klimaat met de feiten naar buiten komt.

Kindermisbruik stoelt (meestal) op machtsmisbruik en druist dus in tegen de democratische waarden die de jury voor de Prijs Jaap Kruithof hanteert om laureaten te bekronen.
Respect voor de fysieke integriteit is een zeer belangrijke democratische waarde die we blijvend moeten verdedigen.
François Houtart heeft enorme verdiensten, maar zijn daden veertig jaar geleden moeten veroordeeld worden.

Tegelijkertijd betreuren we het feit dat ook hij bezweken is voor de druk die een belachelijke kerkelijke regel hem heeft opgelegd - maar die hij wel heeft aanvaard, waardoor hij niet zomaar een slachtoffer is van een kerkelijk systeem maar ook een dader.

We hebben François Houtart de Prijs Jaap Kruithof toegekend omwille van weloverwogen en terechte redenen en feiten, die tot op vandaag geldig blijven:
Als godsdienstsocioloog en bevrijdingstheoloog ziet François Houtart het christendom als inspiratiebron voor sociaal engagement. Hij maakt een radicaal ethische kritiek van het kapitalisme en streeft naar sociale verandering met als doel sociale rechtvaardigheid. Hij zet zich in voor vrede, voor de rechten van volkeren, voor verdraagzaamheid en geweldloosheid en voor een dialoog tussen religies.
In zijn streven naar sociale rechtvaardigheid staat François Houtart permanent open voor nieuwe ideeën en nieuwe inzichten. Zo was hij actief op de klimaattop der volkeren in Cochabamba (voorjaar 2010) en pleit hij voor een Mondiaal Handvest voor het Gemeenschappelijk Goed van de mensheid. Zijn socialisme staat met twee voeten in de 21ste eeuw.
François Houtart is voor iedereen die streeft naar een ‘andere wereld’ een inspiratiebron, niet enkel door zijn grenzeloze intellectuele inzet, maar ook door zijn menselijkheid, zijn vriendelijkheid, zijn beschikbaarheid voor anderen, kwaliteiten die de linkerzijde in België en in Europa bijzonder goed kan gebruiken.

De bekentenissen van vandaag doen niets af van het openbare leven van de moedige professor die zijn eer en erkenning riskeerde voor meerdere standpunten die hij naar eigen geweten innam en die voor ons, de samenleving in haar geheel, en de kinderen, vooral de armste kinderen van gisteren, vandaag en morgen belangrijk waren, zijn en zullen blijven.
Het andersglobalisme heeft geen pausen, maar wel activisten zoals Houtart die hun leven hebben gewijd aan het opkomen voor de zwaksten en de armsten, de stemlozen.
Dat juist zulk een andersglobalistische activist als Houtart ook een zware misstap tegenover die zwaksten en stemlozen heeft begaan, stemt tot nadenken
over de tegenstellingen die in 1 mens (kunnen) wonen.

François Houtart is nog steeds een waardevol mens, als professor, activist en als moedige priester, maar het kindermisbruik werpt een scherpe schaduw op zijn verwezenlijkingen en ook op de hoogmoed van de christelijke ethiek die zichzelf de hoogste waarden ter wereld toe dicht.
Dat CETRI is overgegaan tot ontslag van François Houtart uit de raad van bestuur van CETRI was onoverkomelijk en wij hopen dat in de komende dagen en weken de volledige waarheid aan het licht komt.
François Houtart zijn verdiensten blijven overeind, maar wie opkomt voor de zwakken en zich intussen vergrijpt aan een kind, de zwaksten onder ons, ondergraaft zijn geloofwaardigheid.
Dat is een klap voor de jury voor de Prijs Jaap Kruithof.
In deze eindejaarsdagen wensen wij iedereen de moed en de energie om verder te strijden, tegen alle tegenslagen, taboes en belangen in.

Sociale verandering is een langzaam proces van vallen en opstaan, het vergt de blijvende inzet van iedereen die ziet en wil zien hoe de wereld er aan toe is.

Omdat een andere wereld mogelijk is,

Eric GoemanVoorzitter Jury Prijs Democratie/Prijs Jaap Kruithof

Guido De LeeuwArtistieke leiding TREFPUNT VZW.


George Weigel: Whitewashing history; jason berry 2

He continues to excuse the late Pope John Paul II from any culpability in the Legion scandal

30-12-2010
Jason Barry

Analysis
George Weigel, Pope John Paul II biographer and a leading conservative voice at the Washington-based Ethics and Public Policy Center, has recently become a critic of the Legion of Christ, the scandal-racked religious order, after years of supporting it while dismissing complaints and charges against its founder, Fr. Marcial Maciel Degollado.

Among high-profile U.S. Catholic conservatives who long defended Maciel while denigrating his accusers, Weigel alone has made a turnabout in urging Legion reforms.

However, he continues to go out of his way, as he has for years, to excuse the late Pope John Paul II from any culpability in the Legion scandal. It was John Paul, more than anyone else, who backed Maciel and the Legion and elevated both in church status.

"I have been deeply impressed by the work of the Legionaries of Christ in the United States, in Mexico, and in Rome," Weigel wrote on a Legion Web site in 2002. "If Father Maciel and his charism as a founder are to be judged by the fruits of his work, those fruits are most impressive indeed."

Published accusations against Maciel first surfaced in 1997. In a report coauthored by this writer in Conneticut's Hartford Courant, nine men, interviewed in the United States and Mexico, charged that Maciel had molested them in Spain and Italy during the 1940s, '50s and '60s. Several said Maciel told them he had permission from Pope Pius XII to seek them out sexually for relief of physical pain.

U.S. Catholic conservative voices, including Catholic League president William Donohue and political activist Deal Hudson, defended Maciel at the time. Other conservatives had offered their continued support for the Legion founder. Fr. Richard John Neuhaus, former U.S. Ambassador to the Vatican Mary Ann Glendon, and CNN political analyst Bill Bennett were among them. Glendon, now a Harvard law professor, scoffed at "old slanders" and in a letter dated May 23, 2002, called Maciel a man of "radiant holiness."

Weigel's own endorsement came a month later. Both of their statements followed the April 2002 meeting of the U.S. cardinals with John Paul in Rome to discuss the abuse crisis. With clergy sex abuse receiving more media coverage, it was a period in which Legion leaders wanted to shore up Maciel's reputation amid heavy scrutiny.

The defense of Maciel by conservative Catholics gave valuable cover to Maciel as the Legion struck back against the men from Mexico and Spain who had come forward to relate that they had been sexually abused by Maciel when they were teenage seminarians.
To say that Weigel, Glendon and Neuhaus — who asserted Maciel's innocence as "a moral certainty" — were duped is to overstate the obvious. Clearly, they were influenced by John Paul's own personal support for Maciel.

A larger question is why not one of those supporters bothered to sit down with the men who had accused Maciel, including Juan Vaca, the first to come forward with charges in a document he sent to Pope Paul VI in 1976, or Fr. Felix Alarcón, or the other six survivors, to hear what they had to say.

In 2006 Pope Benedict XVI banished Maciel from active ministry.
One week after the Feb. 2, 2009, news that Maciel had led a double life and had fathered a daughter, and after several priests quit the Legion, Weigel posed questions about the Legion in an essay on the First Things Web site, published by the conservative Institute on Religion and Public Life in Washington.
Many people with friends among "Legionary priests have known for years [that] there is great good here, as there is among the faithful members of Regnum Christi," Weigel wrote. "How shall that good be saved?" He called for a "root-and-branch examination" and "a brutally frank analysis of the institutional culture" by the Vatican. "Can the Legion be reformed from within, after those complicit in the Maciel web of deceit have been dismissed?"

Sanitizing the past
Today Weigel is the leading conservative voice urging Legion reform. Yet his demands for Vatican probity are preceded by a lengthy record of whitewashing John Paul's failure in the abuse crisis. In two biographies of the late pope, and in a 2002 book, The Courage to Be Catholic: Crisis, Reform and the Future of the Church, Weigel's treatment of the abuse crisis is marred by his blindness to a host of early reports and books on what sociologist Fr. Andrew M. Greeley called, in 1992, "the greatest scandal in the history of religion in America." The first volume of Weigel's papal biography, in 1999, completely avoids the issue. When the Boston scandal in 2002 forced John Paul to deal with it, Weigel flew to Rome as an ad hoc papal advisor.

Weigel is the rare writer not in the Legion's employ to get an interview with Maciel. After the 1997 Hartford Courant report, Maciel shunned journalists, even canceling a speech in Chicago for fear of facing reporters. Weigel's 2010 book, The End and the Beginning: Pope John Paul II — the Victory of Freedom, the Last Years, the Legacy, notes that he interviewed Maciel on Feb. 19, 1998. Weigel does not quote Maciel, nor explain what he asked or what Maciel said, other than that John Paul broke a "logjam in 1983" for the approval of the Legion constitutions.

John Paul "may well have been ill served by associates and subordinates who ought to have been more alert to the implications of [Maciel's] cult of personality," writes Weigel. "The reasons that those associates and subordinates were skeptical of the charges will be investigated and debated for years." This, from a writer who had 10 interviews with John Paul for the 1999 book and better access to curial "associates" than most journalists at the Vatican.

"Despite the negative implications of John Paul's reputation that some of [his] critics quickly drew," Weigel writes, "what was at work in this scandalous affair was deception in the service of the mysterium iniquitatis" — the mystery of evil.

And so we are left to believe that one of the great moral leaders of the last century was deceived by the "mystery of evil."

Vatican politics
Weigel airbrushes any reference to Vatican Secretary of State Cardinal Angelo Sodano pressuring then-Cardinal Joseph Ratzinger to halt the Maciel prosecution from 1998 to 2004, and to the significant sums of money that Maciel advanced to both Sodano and papal secretary Archbishop Stanislaw Dziwisz (NCR, April 06, 2010). Of Dziwisz, a pivotal Maciel supporter, Weigel simply notes that the Polish prelate was "susceptible to misreading personalities." (Dziwisz has refused to answer NCR questions.)

What made John Paul insist on praising Maciel for years after the 1998 canonical filing by ex-Legion victims at the Congregation for the Doctrine of the Faith? NCR's John L. Allen Jr. reported in 2004 that John Paul and his senior advisers simply did not believe the accusations. Yet no one in Vatican inner circle felt the moral urgency to speak to Vaca or the seven other ex-Legionaries mentioned in the doctrinal congregation case.
Heaping blame on Maciel is easy now: He's dead. Why did the Vatican legal system break down? Why did John Paul not demand a probe of Maciel? The deeper mystery is why he could not bring himself to confront the larger crisis Maciel personified.

In 1999, a year after his Maciel interview, Weigel published a 992-page papal biography. Witness to Hope chronicles John Paul's life from childhood and priesthood in Poland, under the Nazi darkness, then communism, through the milestone events as pontiff with lucid analysis of his philosophical, theological and political thinking. Weigel credits Maciel with helping to persuade the president of Mexico in 1979 to meet John Paul at the airport on his first papal trip to Latin America. Not a word on the allegations against Maciel from 1997. The book ignores widely reported clergy abuse cases that rocked America and Ireland in the 1990s: the charges that brought down Covenant House founder Fr. Bruce Ritter; the resignation of Archbishop Robert Sanchez of Santa Fe, N.M., amid allegations from young women; the $119 million jury verdict against the Dallas diocese in 1997 that was a subject of great conversation in the Congregation for the Clergy, according to former priest Christopher Kunze, who worked there at the time. Were these not issues for the pope?

Jonathan Kwitney's biography Man of the Century: The Life and Times of Pope John Paul II, published two years before Weigel's, examines the abuse scandals with a straightforward approach, faulting John Paul for denial. A former Wall Street Journal correspondent, Kwitney, now deceased, wrote admiringly of John Paul's geopolitical triumphs and great pastoral gifts, yet with a moderately critical view of the pope's reaction to such internal church matters as celibacy and women's ordination.

Weigel wrote on the abuse issue in 1999:

Recruitment to seminaries had plummeted in the developed world, and seminaries themselves had experienced conditions ranging from confusion to turmoil since Vatican II. Discipline among the clergy faltered, and while statistical evidence demonstrated that malfeasance among Roman Catholic priests was no more severe (in absolute and relative terms) than among the clergy of other Christian denominations or among professionals in society, scandals involving priests were evils in themselves and another barrier to recruitment and reform within the presbyterate.


The issue of whether the priesthood had a greater proportion of child molesters than other denominations or professions had no consensus at the time. Nor does one exist today. Weigel's "evidence" source was Philip Jenkins' Pedophiles and Priests: Anatomy of a Contemporary Crisis, a 1996 book based on secondary sources rather than church files unearthed by discovery subpoenas. Jenkins argued that the 1990s scandals were a construction of the media, abetted by liberal Catholics, notably Dominican Fr. Tom Doyle, who became an advocate for victims of clergy sex abuse, and Greeley. Jenkins' theory collapsed in the 2002 media coverage that revealed bishops had concealed child molesters in many dioceses. Jenkins works as an expert witness for dioceses facing abuse cases; according to his own sworn testimony, he charges $450 per hour.
Weigel implies that John Paul was not properly briefed in the 1990s. Were the papal nuncios in Washington and in Dublin, Ireland, censoring their diplomatic cables home? In March 1985, Doyle was a canonist working in the Vatican Embassy. "I prepared a 42-page detailed report explaining the issue in graphic details," he told NCR. "My boss, the papal nuncio, Archbishop Pio Laghi, signed it. The document was personally given by [Philadelphia] Cardinal John Krol to the pope. I distinctly recall Laghi saying many times that 'my superiors in Rome' said this or that in response. There was a great deal of telephone traffic about it too."

In 1989 the American bishops sent canon lawyers to Rome, seeking the authority to defrock pedophiles without going through the long wait for such decisions from the pope. John Paul said no. Kwitney reports that John Paul was resistant to judging priests.
In April 2002, as The Boston Globe reports ignited international news coverage damaging to the Vatican, Weigel as an adviser to John Paul in Rome was quoted in the press. John Paul, in deteriorating health from Parkinson's disease, summoned the American cardinals to discuss the crisis. Several high-ranking cardinals and canonists defended church secrecy, impugning the media for anti-Catholic bias. Later that year, Weigel published The Courage to Be Catholic, and wrote scornfully of Cardinal Dario Castrillón Hoyos' blunders at a press conference: "Some suggested that the cardinal's wooden performance had something to do with his alleged papal ambitions." But as Weigel took the curia to task, he was filling holes in the 1999 biography. Weigel blamed the Vatican bureaucracy for failing to keep the pope advised. Although the Holy See had a sophisticated Web site and the Vatican Press Office disseminated daily news digests of papal activities by e-mail, Weigel wrote:
The church in the United States expected that the Vatican was living through the American Catholic trauma of early 2002 in real time through adequate information from the Washington nunciature. The Vatican wasn't, because the Vatican is simply not part of the Internet culture and the information flow from Washington was inadequate. That created an expectations
gap that widened and deepened during the first three months of the crisis.
.
The "expectations gap" had nothing to do with the Internet; it had been building since at least 1989 when the U.S. bishops failed to get permission from John Paul to laicize pedophiles. As a decade of scandals followed, John Paul was largely silent, particularly at the 1995 resignation of Cardinal Hans Hermann Groër of Vienna, whose sexual transgressions with youths provoked a scandal in Austria. John Paul had plucked Groër from obscurity to become an archbishop.

For Weigel, "the crisis" begins in 2002, a position consistent with its absence from his 1999 John Paul biography. The 2002 book cites a litany of scandals, including gay seminarians dancing at the North American College in Rome. Weigel decries a loss of orthodox bearings. He does not spare bishops: "Episcopal misgovernance came in many forms: bishops who took a cavalier attitude toward sexual abuse; bishops who knowingly transferred sexual abusers … who misled other bishops about known sexual abusers; bishops who saw the crisis of clerical sexual abuse in primarily legal and financial terms … bishops who failed to clean up their seminaries"

John Paul appointed many of those bishops. The vetting process, which excluded lay involvement, eliminated any candidate for the episcopacy who had endorsed optional celibacy or women priests. The gay subculture Weigel scorns arose as thousands of men left the priesthood to marry after Pope Paul VI's 1967 encyclical Sacerdotalis Caelibatus, in which he called celibacy the church's "brilliant jewel."

Weigel ignores a substantial body of work on clerical life from the 1970s and 1980s by Greeley, psychologist Eugene Kennedy, author A.W. Richard Sipe, and the late psychiatrist Conrad Baars, who delivered a 1971 report at the Vatican, "The Role of the Church in the Causation, Treatment and Prevention of the Crisis in the Priesthood."

Weigel ignores a longstanding body of literature by these and other Catholic social scientists on the symptoms of crisis, even pathology, in clerical culture. "The deepest root of the crisis of episcopal misgovernance," wrote Weigel, "is theological. … Too many bishops in the United States have traded the rich evangelical, pastoral and sacramental patrimony that is theirs for the mess of pottage that is contemporary management theory."

[Jason Berry is an author and producer of a film documentary on Maciel, "Vows of Silence." The Investigative Fund of the Nation Institute provided support for this article.]

donderdag, december 30, 2010

Gambling with history: Benedict and the Legion of Christ

NRC
Dec. 29, 2010
By Jason Berry

Analysis

Pope Benedict XVI's decision last July to take control [3] of the Legionaries of Christ was a calculated risk. Amid a withering clergy abuse crisis, the pope chose an overseer to remake an international religious order built on the "charism" of a founder who sexually abused seminarians and fathered out-of-wedlock children, including two sons who claim they are incest victims.

The late Fr. Marcial Maciel Degollado, lionized for most of his 86 years, is now the scapegoat for nearly everyone drawn into the legal quagmire he left: the Legion and its lay group, Regnum Christi; the pope; Vatican officials; and high-profile Legion supporters who in the past strongly defended Maciel against charges of abuse.

Just last month, the Vatican ordered [4] Maciel's photo removed from Legion facilities and banned sales of his writing, among other restrictions. However, hammering the memory of Maciel, like some statue of a fallen dictator, does little to answer the serious questions that still linger from his life of deception.

The story of the Legion of Christ and Maciel will continue to unfold in 2011. Interwoven into this story, however, has been a larger one, the story of the way the highest Catholic authorities entrusted to run the church reacted to the Maciel scandal, what decisions they made and what these decisions say about their own views of church and its mission.

It helps, then, to stand back and answer a few basic questions: Why did this scandal happen? How could John Paul II, a pope who showed brilliant moral vision in the face of Soviet communism, ignore the pedophilia allegations that trailed Maciel for decades? Why did he continue praising Maciel for six years after ex-Legionaries filed a 1998 canonical case with the Congregation for the Doctrine of the Faith under then-Cardinal Joseph Ratzinger? How could Maciel's supporters, especially in the United States, so easily dismiss the testimony of so many credible accusers? Considering the order's strange history that keeps coming to light, is Benedict's decision to reform the Legion realistic?

While the question for Benedict is both immediate and risky, there is probably more at stake, depending on how those questions are answered, for the late John Paul and his legacy. How the story evolves and who controls the narrative could greatly influence whether John Paul continues to be viewed purely in heroic terms or as someone whose papacy was tainted by a scandal that came to light just five years after his election, but that he acknowledged only in the late days of his reign.

It was in 1983 that John Paul approved Legion bylaws that allowed Maciel to insulate himself from scrutiny. In the order's "private vows," Legionaries pledged never to criticize the founder, and to report on anyone who did. Five months before his death, John Paul approved Regnum Christi statutes that are in some ways as strange and excessively controlling as the private vows.
Benedict revoked the private vows in 2007, after banishing Maciel from active ministry. Maciel died in 2008. A Vatican investigation of Regnum Christi, the lay arm of the order that some describe as a cult, is currently under way. As Cardinal Velasio De Paolis, the papal delegate and canon lawyer, oversees the writing of a new Legion constitution in Rome, Benedict appears to be gambling that it is better to salvage than to dismantle the organization, despite its many disillusioned ex-members, and the opinions of six U.S. bishops who banned the Legion and Regnum Christi from their dioceses.

Benedict is now pushing the Legion to compensate Maciel's victims, especially older victims who have no legal recourse for abuse from long ago, a striking departure from the Vatican's historic aloofness to legal remediation. The Vatican has no mechanism for compensating victims. In essence, the pope is pushing the Legion as a judge would in trying to get two parties to settle a dispute.

Bishop Ricardo Watty Urquidi of Tepic, Mexico, one of five prelates charged with investigating the Legion for the Holy See, said as much to reporters in Mexico May 18: "We need, then, to take care of [Maciel's] victims, as much inside as outside the Legion, and to compensate them for damages. This is something we all agreed on, and the pope accepted — just as he has been doing, and bravely so."

The pope has evinced a pastoral approach to the Legion's 800 priests, 2,500 seminarians and 60,000 Regnum Christi members. He calls down Maciel for a "twisted, wasted life," in Light of the World: The Pope, the Church, and the Signs of the Times, a new book-length interview with Peter Seewald. At the same time, Benedict praises the "dynamism and strength by which [Maciel] built up the Legionaries." He told Seewald: "Naturally corrections must be made, but by and large the congregation is strong."

The Legion certainly is strong by some measures. In Rome, the order symbolizes wealth and orthodoxy. The Legion college campus, Regina Apostolorum, provides newly invested bishops a residence, Mater Ecclesia hall, for introductory training. "The facilities and grounds are spectacular and the Legionaries have been superb hosts," wrote Bishop David M. O'Connell of Trenton, N.J., in a Sept. 13 Web post. "Meals are well prepared and served by members of the community who have demonstrated an uncanny ability to anticipate virtually every need." What O'Connell describes is vintage Legion, catering to the most powerful churchmen.

De Paolis has a commission of canonists and Legionaries drafting a new constitution for
the Legion in Rome. Meanwhile, the order faces lawsuits in Connecticut from one of Maciel's sons, an alleged incest victim, and in Rhode Island from a woman contesting the will of her aunt, Gabrielle Mee, a Regnum Christi member who died before it was known that Maciel had fathered children. The Mee estate that went to the Legion totaled upwards of $7.5 million, according to the Hartford Courant.
Both lawsuits seek financial settlements from the order, arguing that senior Legion officials long knew of Maciel's twisted life.

Foxes guard the hen house
Five days before Watty's May remarks in Mexico, Legion superior general Fr. Álvaro Corcuera sought forgiveness of Juan Vaca, one of Maciel's oldest victims, who, as a young priest, beseeched the Vatican to oust the Legion founder. Corcuera told Vaca that Legionaries in Rome were reading a 1976 letter he had sent to Pope Paul VI in which he identified 20 other sexual abuse victims. Vaca sent the document to the Vatican two more times. Corcuera told Vaca a Legion committee in Rome was considering reparations.
"Unfortunately, we addressed these things very slowly and late," Benedict conceded to Seewald. "Somehow they were concealed very well, and only around the year 2000 did we have any concrete clues."

Why the pope fixed on the year 2000 is unclear. Vaca's dossier on Maciel, which also sought dispensation of his vows, went to the Vatican from his bishop in Rockville Centre, N.Y., in 1990. Ratzinger's office approved the dispensation in 1993, while ignoring the abuse accusations. Nevertheless, Benedict's admission of a response "slowly and late" is a rare admission about the systemic failure to prosecute Maciel.

Several of the priests on De Paolis' committee to rewrite the constitution were strategic figures in Maciel's life.
The Irish-born Fr. Anthony Bannon directed the North American work of Regnum Christi for many years from the Legion headquarters in Cheshire, Conn. Regnum Christi members discussed Maciel's letters in study groups. Targeting new members and raising money was central to the group's mission.

Small, far-flung groups of consecrated women live as celibates in Regnum Christi communities, often staffing Legion schools. A key figure in the Rhode Island lawsuit, Bannon was an architect of Legion fundraising and the Web site campaign against Maciel's early victims. Bannon's presence, among five other priests on De Paolis' group drafting a constitution, is like the proverbial fox guarding the hen house. Bannon's apparatus touted Maciel's heroism to inspire seminarians who, in turn, accompanied priests on fundraising calls to targeted benefactors.

Of the other Legion priests on the commission to revise the constitutions, Fr. Roberto Aspe Hinojosa is a Mexican and one of Maciel's earliest and closest followers, according to Sandro Magister in L'espresso, a prominent Italian newsweekly. A Spaniard, Fr. José García Sentandreu, oversees the Legion's apostolate works, while Fr. Gabriel Sotres was head of the order's communications for two decades. How De Paolis can hope to find the ethical balance for reforming the Legion from these men strains credulity.

On Sept. 12, Vaca sent an e-mail to De Paolis claiming that because of quotes he provided for the 1997 Hartford Courant investigation of Maciel, the Legion tried "to destroy my professional reputation by false declarations in the National Catholic Register" — the Legion-owned weekly paper — "and on the Legionnaire community Web site, LegionaryFacts.org."

Legion priest Owen Kearns, editor of the Register, had written on LegionaryFacts.org following the Courant story, "Vaca is seeking revenge because he was incompetent in his job, and was being demoted."
"Vaca is just one of the disgruntled old men instigating a campaign of lies and calumnies against our beloved and innocent founder," wrote Kearns and Bannon in the Register. The comment also appeared on the Legion Web page.
Kearns recently issued an apology in the Register to the Courant; the late Gerald Renner, who wrote the original Legion story for the Courant; and this writer, with unnamed victims mentioned in passing.

What is Regnum Christi?
Regnum Christi, the other part of what Maciel called the Movement, states on its Web site that it is not a cult because the Catholic church does not approve cults. Did John Paul understand Regnum Christi? That is hard to imagine, given Benedict's decision to open an investigation of the Legion's lay wing. Is it a cult? Do certain practices amount to brainwashing? These questions gnaw at Genevieve Kineke, an orthodox Catholic, wife, and mother of four in East Greenwich, R.I., who has chronicled the Movement with scholarly resolve on her blog. Kineke is one of several women who left Regnum Christi over practices they considered deceptive. The group formed a loose network to assist others who leave.

Regnum Christi cultivates wealthy couples, particularly stay-at-home mothers, while seeking consecrated celibates to live like nuns and staff Legion schools. "When people leave the Movement it cuts through families, friendships and parishes," said Kineke, who has been an unofficial counselor to about 200 people in the last 10 years. "Some are so spiritually scarred they find it difficult to trust the church at all — the manipulation has been too traumatic."
Another ex-Regnum Christi member, who asked that her name not be used, waged a virtual one-woman campaign briefing Baltimore Archbishop Edwin O'Brien, who banned the Legion [5] and the lay wing from his archdiocese. "I've always suspected the flaws in the organization are endemic to it," O'Brien told NCR's John L. Allen Jr. in 2008. "There's no remedying them, because it's so deeply ingrained." Prelates in Minneapolis-St. Paul; Columbus, Ohio; Los Angeles; Miami; Ft. Wayne, Ind.; Baton Rouge, La.; and Richmond, Va., have banned the Movement from their dioceses.

In some houses of consecrated Regnum Christi members, the day begins with a woman entering bedrooms or a dormitory at 5:20 a.m., shouting: "Christ our king!" The women bolt out of bed and reply: "Thy kingdom come!"

"It took me a long time to conclude it was a cult," said Kineke. "I realized that the Movement entirely suppressed the true nature of freedom. Everything from posture and demeanor to verbal responses is scripted. The Movement uses smoke and mirrors to suggest the disciplined convents or seminaries of years past, but Maciel produced a culture that strips away basic freedoms. They thrive on efficiency, reaching quotas, meeting deadlines like a hard-core industry. Everyone read Stephen Covey's The 7 Habits of Highly Effective People. 'Time is kingdom' was Maciel's gospel, meaning that you had to always be urgently working for the Movement. For women who did not need a job, you felt the Kingdom depended on you."

Kineke's blog, life-after-RC.com, is a major link on the Web site of regainnetwork.org, administered by Paul Lennon, a family therapist in Alexandria, Va. Lennon left the Legion and his priesthood in the 1980s after a falling out with Maciel over his dictatorial practices. In 2007 the Legion sued Lennon and ReGAIN, alleging intellectual property theft for the posting of the Legion constitution. The real target was ReGAIN's message board, which had become a clearing house for people leaving Regnum Christi and sharing Legion information. Unable to raise funds for a long legal fight, Lennon dismantled the message board and returned the constitution. Maciel died several months later, and within two years the world knew about his children.

At a Nov. 30, 2004, celebration with Maciel at the Vatican, John Paul praised Regnum Christi for fostering a "civilization of Christian justice and love" and approved their statutes. Among the rules:

103. Recruitment happens in stages, going successfully from kindness to
friendship, from friendship to confidence, from confidence to conviction, from
conviction to submission.
494. No one shall visit outsiders in their homes, deal with them frequently or speak with them by telephone without justifiable reasons or for apostolic purposes. …
509. The center's Director or Manager shall review all correspondence from members of the
center and release that which he or she judges to be opportune.

An apostolic visitation — a Vatican investigation — of Regnum Christi has just started. "Therefore, any changes, if needed, to Regnum Christi statutes would come later," Legion spokesman Jim Fair told NCR.

Benedict's dilemma
John Paul's conflicted view of the sex abuse crisis registered in his April 2002 address at the Apostolic Palace to the cardinals of the United States. Stating that the sexual abuse of youngsters was "rightly considered a crime by society" and "an appalling sin in the eyes of God," he said: "To the victims and their families, wherever they may be, I express my profound sense of solidarity and concern."

He then defended the bishops for "a generalized lack of knowledge" and taking the "advice of the clinical experts," meaning therapists at treatment centers where bishops sent the priests. Then, in reference to offending priests, he said: "We cannot forget the power of Christian conversion, that radical decision to turn away from sin and back to God."

He also declared: "People need to know there is no place in the priesthood and religious life for those who would harm the young."

What was John Paul's answer? "The power of conversion" for clergy child molesters or "no place in the priesthood" for them? Conversion or exclusion? On the worst church crisis in centuries, John Paul demonstrated ambivalence, not certainty.

Benedict inherited a huge mess from John Paul. Ratzinger's detachment in the 1980s as a cardinal from serious cases, recently exposed in the European press, The New York Times and The Associated Press, equally underscores John Paul's lack of leadership, as well as more systemic factors: The Vatican monarchical system has no separation of powers and no bona fide court system for criminal prosecution. Benedict in theory has the power to demote, punish or call down cardinals, but that would violate unwritten rules of the hierarchy.

As De Paolis began making personnel changes in the Legion last month, Benedict's prospects of a reform to boost his image from the scandals earlier this year appear to hang on whether De Paolis can secure Legion financial resources to produce a victims' compensation plan. That would be a historic breakthrough and sign of visionary papal leadership. Judges in democratic countries oversee negotiated settlements all the time — not so Vatican tribunals under canon law.

A deeper question is whether the Holy See has control of the Legion, and if so, just how the pope will change the organization.

On Nov. 11, De Paolis responded to Vaca: "I have received your e-mail dated November 3, 2010. Sorry for my delay in answering you, but at present I have many commitments to meet. As far as your case is concerned, I think that the only solution is to address to the responsible [parties] of the Congregation of the Legionaries of Christ. God bless you."

woensdag, december 29, 2010

W a l g e l ij k!

Wanneer je kijkt naar de berichtgeving en de daarbij behorende tijden kun je je maar beter (weer eens !!) afvragen waar wie eigenlijk voor gebruikt wordt. Of dit gaat over sexueel misbruik van 2 (!) kinderen plus de bij hen afgedwongen geweldadige normering: dit is normaal door in ieder geval één bejubelde eerste klas bejubelde eerste klas hotemetoot (alleen al het tot op vandaag volgehouden geweld daarvan !! ) versus de noodzakelijke veiligheid van kinderen of over politieke machtstrijd TEN KOSTE VAN KINDEREN, waaronder de oorspronkelijke 2, en wie welke verantwoordelijkheden daarvoor draagt c.q. welke consequenties daar uit getrokken moeten worden.
Zodat (vroegere) kinderen én hun gezin/familie 40 jaar !! later niet (nog steeds) het slachtoffer hoeven te zijn, te blijven of te worden van een vent die zijn - kennelijk als zeer gewaardeerd - hersens niet gebruikte. Toen niet. En daarna niet!

Zo'n vent kan nog zo'n knappe kop zijn, maar dan wel eentje die niet alleen problemen met zijn seksualiteit had, maar met een infantiele manier van omgaan met persoonlijke verantwoordelijkheden en luisteren.

Je hebt geen knappe knop nodig om te weten dat net zo min als een 8 jarig (slapend!!) kind dat is, de wereld jouw speelterrein niet is, dan ben je een onverantwoorde idioot gewapend met een plaat beton voor die hersens in een omgeving die (ver)blind is. bron: internet
En dát is levensgevaarlijk. Vooral voor kinderen.
Maar die minachting voor Leven treft niet alleen kinderen!


Knappe kop met maatschappelijke analyses?
Me neus!

Les aveux de François Houtart

Rédaction en ligne
mercredi 29 décembre 2010, 12:25
Le Soir

Voici la lettre que le « chanoine rouge » nous a adressée, nous confessant qu’il avait abusé sexuellement d’un cousin, mineur, il y a 40 ans.

Par Ricardo Gutiérrez

Dans la réponse qu’il nous adresse, depuis Quito, en Equateur, François Houtart commence par expliquer les raisons du récent retrait de la campagne en faveur de sa candidature au prix Nobel de la paix 2011…
Il confirme qu’une de ses cousines a exigé l’interruption de la campagne, « ce que le Comité ne pouvait accepter sans une décision de ma part », précise-t-il.

« Le message que je reçus en Amérique latine (où je me suis rendu sept fois cette année) fut certes un déclencheur de la décision d’arrêter la campagne, mais il n’enleva rien à l’importance des raisons avancées. Je n’avais accepté cette candidature que sur l’insistance du courant altermondialiste, pour mettre l’idée du changement possible en valeur. Je n’avais jamais cru en un résultat positif possible. Au fur et à mesure du développement de la campagne, je prenais conscience de ce que cela pourrait signifier, d’assumer un tel contexte alors que je serais proche de mes 87 ans, début 2012. Depuis l’été, je recevais en moyenne une demande d’interview par jour, surtout pendant mes déplacements en Amérique latine, en Asie et en Afrique. Le caractère personnalisé de la campagne me paraissait trop occulter le fait de l’effort collectif en jeu. Dès la fin de l’été, j’en avais parlé aux deux principaux membres du Comité, me demandant s’il ne valait pas mieux présenter un organisme tel le Forum social mondial. »

« Le message de ma cousine était un rappel que seul je pouvais comprendre. Il y a environ 40 ans, rentrant d’une conférence dans le sud du pays, je fus invité par ses parents, aujourd’hui décédés, à loger chez eux, dans la région de Liège. En traversant la chambre d’un des garçons de la famille, j’ai en effet touché ses parties intimes à deux reprises, ce qui l’a réveillé et effrayé. Ce fut évidemment un acte inconsidéré et irresponsable. »

« Dans les jours qui suivirent, j’eus des contacts avec mes cousins, ses parents, respectivement à Louvain et à Liège. Pour une part, j’étais préoccupé des conséquences pour leur fils. C’est alors qu’ils me dirent qu’il avait été vu par un psychologue. Par ailleurs, cet événement m’avait aussi bouleversé personnellement, car j’étais conscient de la contradiction que cela signifiait avec ma foi chrétienne et ma fonction de prêtre, auxquelles j’étais profondément attaché. Je leur dis que j’étais prêt à renoncer à l’exercice du sacerdoce et d’assumer toutes les conséquences. Je n’ai donc jamais pensé, ni affirmé, que c’était une situation normale ni ordinaire. »

« Ils me proposèrent alors de consulter un professeur du grand séminaire de Liège, prêtre et psychologue. Celui-ci me conseilla de rester dans le sacerdoce et de me concentrer sur les tâches universitaires en sociologie des religions. J’avais alors le choix entre le travail purement académique dans le domaine ou une tâche en liaison avec l’engagement social. En vertu des problèmes existant surtout dans le tiers-monde et que j’avais pu côtoyer, c’est la deuxième option que j’ai choisie. Je l’ai menée de toutes mes forces au cours de ces quarante années, je crois pouvoir le dire, sans désir de protagonisme personnel, mais sur la base d’une conviction profonde, à la fois sociale et religieuse. »

« J’ai toujours été fort reconnaissant de l’attitude de pardon de mes cousins, qui me permit de continuer cet engagement. Dans une conversation récente avec celle de leurs filles qui avait pris le contact, celle-ci me rappela que, pour ses parents et sa famille, pardon ne signifiait pas absence de souffrance, ce que je reconnus, en demandant que sa génération puisse aussi accepter ma demande de pardon. »

« Voilà pourquoi ce rappel s’ajoutant aux raisons évoquées me fit prendre la décision d’arrêter la campagne, ce que le Comité exécuta après quelques jours, attendant mon retour d’Amérique latine. »

Cetri: "Misbruik van Houtart is ontoelaatbaar"

29/12/10, 13u29

Het seksueel misbruik van een minderjarige door kanunnik François Houtart is ontoelaatbaar en in tegenspraak met de waarden van het Centre Tricontinental (Centri). Dat heeft de directeur van de ngo, die in 1976 door Houtart werd opgericht, vandaag verklaard.

Acht jaar
De 85-jarige Houtart heeft Le Soir erkend dat hij in 1970 een van zijn neefjes had misbruikt. Het slachtoffer was toen acht jaar oud."Dat zijn ontoelaatbare feiten die vanzelfsprekend in tegenspraak zijn met de waarden van emancipatie en sociale rechtvaardigheid, die door onze organisatie worden uitgedragen", aldus Bernard Duterme.

Harde klap
Volgens de directeur werd het Cetri eind oktober op de hoogte gesteld. "Van zodra de feiten deels bevestigd werden door François Houtart, hebben we meteen zijn ontslag gevraagd", luidt het nog. De kanunnik was toen lid van de raad van bestuur van de organisatie.
"Het is een harde klap, maar het heeft geen weerslag op het doel van het Cetri, dat zijn relevantie behoudt. Het werk van het centrum wordt nog altijd erg geapprecieerd", vervolgt Duterme.Het Cetri is een ngo die bekendstaat voor haar werk op het vlak van ontwikkelingskwesties. (belga/ep)

François Houtart: over de ambiguïteit van ons mens-zijn

De wereld morgen
29-12-2010

François Houtart en kindermisbruik, het nieuws komt als een schok, zonder meer. François Houtart, één van de grote helden van de andersmondialiseringsbeweging, de kanunnik van de bevrijdingstheologie, het grote voorbeeld voor duizenden mensen, wereldwijd.
Zijn kandidatuur voor de Nobelprijs voor de Vrede had op enkele maanden tijd tienduizenden ondersteunende handtekeningen gekregen, van over de hele wereld.

In eerste instantie, nog voor de schok is verwerkt, kan ik hier drie reacties op geven.
Enorme verdiensten als wetenschapper en activist

Ten eerste doen deze feiten niets af van de enorme verdiensten van François Houtart als wetenschapper en als activist. Zijn curriculum dwingt bewondering af, zijn werk in de andersmondialiseringsbeweging is zonder meer van doorslaggevend belang.

Hij was bij de eersten om het belang van de beweging in te zien, hij stond aan de wieg van het Wereld Sociaal Forum, hij blijft tot vandaag de kant kiezen van de zwakken en verdrukten van de neoliberale mondialisering. Zijn heldere analyses, zijn pleidooien voor geweldloosheid en zijn inzichten kunnen velen overtuigen.

Van Nicaragua tot Sri Lanka en China, overal staat hij in contact met diegenen die aan de basis en aan universiteiten pleiten voor ‘een andere wereld’ die wel degelijk mogelijk is. Het zijn verdiensten die blijvend moeten worden onderstreept.

Waanzinnig om seksualiteit te onderdrukken
Ten tweede wordt hiermee eens te meer bewezen hoe waanzinnig het is voor de kerk en andere instellingen om de seksualiteit van jonge mannen en vrouwen te willen onderdrukken. François Houtart behoort gelukkig niet tot diegenen die lessen in moraliteit gegeven hebben aan de samenleving, maar ook voor hem was de druk blijkbaar te zwaar.
Het wordt de hoogste tijd dat we in onze moderne samenleving volwassen leren omgaan met de natuurlijke behoeften van alle mensen, mannen, vrouwen en kinderen, en dat niemand wordt verplicht zichzelf geweld aan te doen.

Kinderen misbruiken kan niet door de beugel, nooit en nergens, net zomin als het verkrachten van vrouwen. Dit zijn misdrijven die in alle omstandigheden streng moeten worden bestraft. Maar tegelijk moet jonge mensen worden geleerd hoe ze hun seksualiteit gezond kunnen beleven, wars van alle taboes.

Absolute helden bestaan niet
Ten derde doet dit trieste verhaal me herinneren aan de ambiguïteit van ons mens zijn. De Nobelprijs Literatuur 2010 ging naar de Peruaanse auteur Mario Vargas Llosa, die in zijn jongste roman ‘La utopia del celta’ (De utopie van de Kelt) eens te meer deze ambiguïteit in het licht stelt, met een verhaal dat heel wat raakvlakken vertoont met François Houtart.

Roger Casement was de held die de wandaden tegen de zwarte bevolking in het Congo van Leopold II aan het licht bracht en die daarna de onderdrukking van en de moord op de inheemsen in het Amazonegebied bloot legde.
Hij belandde uiteindelijk in de strijd van het Ierse nationalisme aan het begin van de twintigste eeuw en werd door de Britten tijdens de Eerste Wereldoorlog veroordeeld tot de strop wegens hoogverraad. Een petitie om hem te redden, haalde het niet, omdat in de pers tegelijkertijd berichten verschenen over zijn homoseksualiteit.
Wat Vargas Llosa telkens opnieuw wil bewijzen, is dat er geen absolute helden bestaan, dat ieder mens het goede en het kwade in zich draagt, dat het verheerlijken tot ‘held’ in nagenoeg alle gevallen misplaatst is.

Dat moet ook de les zijn voor de andersmondialiseringsbeweging. François Houtart was geen ‘paus’ van de beweging, hij was één van de talrijke ‘pausen’ en ‘keizerinnen’.

Andersglobaliseringsbeweging staat of valt niet met één persoon
Ik las tijdens de kerstvakantie het prachtige boek van Geoffrey Pleyers, ‘Alter-Globalization’, een sociologische studie van de andersmondialiseringsbeweging die duidelijk de spanningen, de sterke en zwakke punten van de beweging aangeeft. Maar één conclusie staat vast: de beweging is een mondiale sociale actor geworden die niet staat of valt met één persoon.

Persoonlijk blijf ik mijn grote bewondering en respect voor François Houtart behouden. Ik hoop CETRI (nvdr: het Centre Tricontinental in Louvain-la-Neuve, dat door Houtart werd gesticht) verder te kunnen blijven vertegenwoordigen in de Internationale Raad van het Wereld Sociaal Forum.

Zonder de ernst van de feiten te willen miskennen, moeten we de ambiguïteit van mensen leren aanvaarden. Mensen die zijn wat ze zijn, die doen wat ze kunnen, die de zwakken verdedigen of de rijken privilegiëren. Met telkens hun eigen zwaktes en sterktes.
Dat inzicht alleen al zou veel andersmondialisten kunnen helpen om na te denken over haalbare strategieën voor ‘een andere wereld’.

Francine Mestrum
Francine Mestrum is lid van het bestuur van het Wereld Sociaal Forum en publiceerde al talrijke boeken over globalisering.









Belgian priest declines Nobel nomination bid


29/12/10, 07u24
"...
De kanunnik heeft aan de ouders van het slachtoffer voorgesteld af te zien van het uitoefenen van het priesterschap en alle gevolgen van zijn daad te zullen dragen. "Zij hebben me voorgesteld een professor van het grootseminarie van Luik te raadplegen, die mij heeft aangeraden priester te blijven en mij te concentreren op de universitaire taken in de godsdienstsociologie." "
(Danneels tapes: GD: Wat zou je nu eigenlijk willen? Ik ken het verhaal, hij heeft het mij al verteld. Je moet het dus niet allemaal opnieuw vertellen, maar wat zou je nu eigenlijk willen dat ik doe? S: Ik geef de verantwoordelijkheid aan jullie, ik kan er niet over beslissen, ik heb die last op mijn schouders en ik wil van die last verlost zijn en die last aan jou geven. Dat is mijn bedoeling. GD: Ja...S: En dat jullie dan doen wat jullie vinden dat er moet gedaan worden, want ik weet ook niet hoe heel het systeem werkt, dus... S ...omdat ikzelf niet in staat ben om die beslissing te nemen en het klaar genoeg te zien om daar een duidelijk antwoord op te geven. Daarom geef ik het liever aan het instituut, die toch iemand moet hebben die dat regelt, zo'n dingen. Het zijn de eerste dingen niet die uitkomen, ik denk dat er daar toch iets voor bestaat, een schakel, die dat opvangt en die daar iets mee doet. )

woensdag 10 november 2010

De bijzondere commissie Seksueel Misbruik is deze namiddag officieel van start gegaan met de goedkeuring van haar huishoudelijk reglement. Op vraag van Christian Brotcorne (cdH), die aanstoot nam aan de omschrijving commissie "kerk" op de website van de Kamer, werd beslist de naam van de commissie af te korten tot de commissie Seksueel Misbruik. Officieel luidt die "bijzondere commissie betreffende de behandeling van seksueel misbruik en feiten van pedofilie binnen een gezagsrelatie, inzonderheid binnen de kerk".

De commissie moet haar verslag tegen 7 april volgend jaar inleveren. Omdat er slechts 15 weken overblijven, is er beslist om twee keer per week te vergaderen, op maandag- en woensdagnamiddag.Relatie tussen gerecht en kerk moet uitgeklaardIn een eerste fase wil de commissie zich concentreren op de slachtoffers en hun profiel. Daarvoor zullen onder meer vertegenwoordigers van organisaties, advocaten en therapeuten gehoord worden. Op basis daarvan moet dan onder meer de relatie tussen gerecht en kerk uitgeklaard worden, aldus commissievoorzitster Karine Lalieux (PS). Daarna moeten dan aanbevelingen geformuleerd worden. Carina Van Cauter (Open Vld) pleitte ervoor om de problematiek ook in een bredere context dan de kerk te behandelen.

Er werd na een korte openbare zitting nog achter gesloten deuren vergaderd, onder meer over hetaanstellen van de experten - zowel juristen of psychiaters. De verschillende fracties hebben nog tot dinsdag de tijd om bijkomende namen voor de eerste reeks hoorzittingen in te dienen. Op woensdag 17 november zal de definitieve lijst worden opgesteld, waarna maandag 22 november echt gestart kan worden. (belga/mvdb)


Published Date: November 19, 2010
Cath. News Asia

A support committee promoting the candidature of Belgian sociologist and Vatican II expert, Father Francois Houtart, for the Nobel Peace Prize has withdrawn its bid after the priest asked the committee to withdraw its bid.

“The support Committee for the candidature of François Houtart for the 2011 Nobel Prize wants to thank the thousands of people (74 countries) who have participated to the signature campaign,” a media release from the committee states.
“Such a result has showed the importance of alterglobalization ideas and actions, facing the present challenges for nature and humankind.
“However, François Houtart asked the Committee to put an end to this personalized campaign.
“His age and his personal projects would not allow him to fully assume the role requested in such circumstances. He believes that what needs to be especially emphasized is the collective character of the innumerable movements and persons who are struggling for another possible world.
“The steps we have accomplished together have been part of a great movement and manifested a hope for the future. We are closuring this phase, asking to everyone to continue in all possible places an action indispensable for the safeguard of nature and of human life,” the media release says.
Father Houtart played a key role in the development of the World Social Forum. He wrote his doctoral thesis on Sri Lankan Buddhism.

SOURCE
Press Release (Francois Houtart Committee)
Rédaction en ligne
mercredi 29 décembre 2010, 06:44


Le témoignage qui accable le chanoine Houtart

Je voudrais ajouter ici deux témoignages. L’un perpétré sur mon frère par le chanoine A dont j’ai pu lire encore une fois un article plein d’éloges, il y a quelques mois. Mais cet homme a commis le crime du viol sur la personne de mon frère il y a 40 ans.

Mon père décédé cette année avait le même âge que A et c’était son ami.
Il le vénérait comme un grand homme, jusqu’à cette nuit où A reçu chez mes parents s’est introduit par deux fois dans la chambre de mon frère pour le violer.
Avant la troisième fois, mon frère est allé le dire à ses parents qui l’ont gardé dans leur chambre.
Mais le lendemain matin, ils ont reçu A à déjeuner comme si de rein n’était pour que celui ci puisse donner sa conférence à Liège.
Mon frère, lui, avait été “déposé” chez un voisin.


Et quelques jours plus tard mon père est allé trouver A à Louvain pour lui parler de ce qu’il avait fait à son fils et lui demander de s’excuser.
Mais A ne l’a pas fait, pire, il a dit à mon père qu’il n’y avait rien de plus normal !!!
Mon père après cela a banni A à tout jamais de ses amis.
Et mon frère n’a jamais été reconnu dans sa souffrance d’enfant abusé!
Il n’est pas difficile d’imaginer que A a commis d’autres viols sur d’autres enfants..... Crimes qui n’ont jamais été reconnus et toujours cachés.

Je voudrais ajouter que moi au même âge (8 ans) j’ai été violée (avec éjaculation) au sortir d’une messe, crime non pas perpétré par un ecclésiastique mais par un paroissien du nom de B. Cela s’est passé dans la rue devant mon frère jumeau, le même abusé par A.
Là aussi j’ai pu en parler à mes parents qui ont juste répudié ce “B” de la paroisse.....
Je suis toujours en thérapie pour essayer d’accepter cette grande souffrance qui reste à jamais marquée dans nos corps.
Il faut savoir que récupérer confiance en soi et dans l’autre après “ça” est très très difficile.

Le Soir
Ricardo Gutierrez
mercredi 29 décembre 2010, 07:31

Le « pape de l’altermondialisme », François Houtart, confesse au « Soir » avoir abusé d’un cousin, mineur, voici 40 ans. Le chanoine a demandé à ses partisans de suspendre la campagne en faveur de sa candidature au prix Nobel de la paix 2011. Il a également démissionné de son ONG, le Centre Tricontinental, à Louvain. Par Ricardo Gutiérrez

François Houtart ©Breny
Le scandale des abus sexuels n’épargne aucune frange de l’Eglise. Après l’évêque de Bruges, Roger Vangheluwe, le 24 avril, c’est un prêtre « rebelle », François Houtart, qui confesse avoir abusé d’un mineur, voici 40 ans. Le « pape de l’altermondialisme » est bien ce chanoine anonyme désigné par l’un des 475 témoignages d’abus recueillis par la commission Adriaenssens, entre le 19 avril et le 24 juin derniers. François Houtart l’a confirmé au « Soir », mardi, depuis Quito, en Equateur. Une plainte anonyme a été déposée à la commission Adriaenssens par une des cousines de François Houtart. Celle-ci explique qu’un chanoine qui était hébergé par ses parents dans la région de Liège s’était introduit à deux reprises dans la chambre de son frère pour le violer.

Le prêtre indique de son côté qu’en traversant la chambre du garçon, il a « touché ses parties intimes à deux reprises ». M. Houtart qualifie l’acte « d’inconsidéré et irresponsable ».
Le chanoine déclare avoir proposé aux parents de la victime, avec qui il était cousin, de renoncer à l’exercice du sacerdoce et d’assumer toutes les conséquences de son acte. « Ils me proposèrent alors de consulter un professeur du grand séminaire de Liège. Celui-ci me conseilla de rester dans le sacerdoce et de me concentrer sur les tâches universitaires en sociologie des religions. » Le prêtre admet avoir demandé l’arrêt de la campagne en faveur de sa candidature au prix Nobel à cause des pressions d’une cousine qui avait du mal à accepter ces marques de reconnaissance pour un homme coupable d’abus sexuels.

François Houtart est l’aîné d’une famille de 14 enfants, petit-fils du comte Henry Carton de Wiart, un des pionniers du Parti catholique, Premier ministre, de 1920 à 1921. A 85 ans, après des années d’engagement auprès des opprimés, l’homme incarne la conscience tiers-mondiste et solidaire de l’Eglise catholique. Formé aux principes de la Jeunesse ouvrière chrétienne (JOC), sociologue marxiste, il s’est engagé, dès le milieu des années 70, aux côtés des peuples du Sud, en fondant une organisation non gouvernementale, le Centre Tricontinental (Cetri), à Louvain-la-Neuve. C’est surtout l’un des principaux aspirateurs du mouvement altermondialiste, cofondateur du Forum mondial social, en 2001, à Porto Alegre, au Brésil.

dinsdag, december 28, 2010

Jacob Olle, pad



Het vinden van de berichtgeving over Schonbrunn was onwaarschijnlijk smerig.


zondag, december 26, 2010



Duizenden inwoners van Ivoorkust zijn gevlucht naar het buurland Liberia. Door het politieke geweld van de afgelopen weken hebben zeker 14.000 mensen het land verlaten, meldt VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR.

zaterdag, december 25, 2010

vrijdag, december 24, 2010

donderdag, december 23, 2010

Das Leiden der Kloster-Kinder Die dunkle Geschichte von Schönbrunn

Schönborn: Größte Austrittswelle seit Nazizeit
Der Wiener Kardinal rechnet mit 80.000 Kirchenaustritten - ein Anstieg von 50 Prozent im Vergleich zum Vorjahr. Zur Zukunft der Kirche befragt sagte er, er zweifle, ob es einen "Grund für Optimismus gibt".



Jahrzehntelang waren die Akten der ermordeten Kinder von Schönbrunn bei Dachau weggeschlossen. Sie waren behindert oder psychisch krank und lebten in einem katholischen Heim - bis dessen Leiter, Prälat Josef Steininger, sie in den Tod schickte.

"Nach dem Krieg wurde Steininger als Widerstandskämpfer geehrt", sagt der Journalist Markus Krischer. "Alles hing davon ab, dass er bereits in den 1950er Jahren eine Chronik verfasste über die Vorkommnisse in Schönbrunn in der Zeit des Dritten Reiches. Darin heißt es über Steininger: 'Wenn ich jetzt nach Ende der schrecklichen Zeit zurück denke, so empfinde ich es als ein wunderbare Sache, dass das Kloster und die Anstalt Schönbrunn so gut durch alle Gefahren hindurch gerettet wurde. Ich bin überzeugt, dass der liebe Herrgott auf die Fürsprache der Gottesmutter und des heiligen Josef hin und auf das ununterbrochene Beten der Schönbrunner Schwestern und Pfleglinge so wunderbar geholfen hat. Pfleglinge hat es in Schönbrunn nach 1945 eben nicht mehr gegeben. Die waren alle fort.'"

In Schönbrunn bei Dachau lebten zu Kriegsbeginn rund 900 behinderte Menschen zusammen mit den Franziskanerinnen des angeschlossenen Klosters. Dass Anstaltsdirektor Josef Steininger mit den Nazis kollaborierte, wollte hier über ein halbes Jahrhundert niemand wahr haben. "Das ist schwer zu realisieren und akzeptieren, weil wir keine andere Geschichte kannten", sagt Schwester Benigna Sirl, Generaloberin des Klosters Schönbrunn. "Es herrscht im Moment auch bei den Schwestern ein Stück weit Enttäuschung. Sie sind traurig, und fragen sich: Warum ist es so? Ist es überhaupt so?" Noch immer hat man Zweifel. Doch Historiker haben Beweise, dass Prälat Steininger schon 1940 Kontakt zu Münchner Behörden suchte. Er hatte seine Anstalt heruntergewirtschaftet, suchte nach frischem Geld, wollte der Stadt Häuser vermieten. Doch darin lebten noch die Behinderten.

1944 ging der letzte Transport"Die Absprache war ganz klar", erklärt die Historikerin Annemone Christians: "Für vier Häuser in Schönbrunn wurde die Absprache getroffen, dass für die dort vorhandenen Patienten Räume frei gemacht wurden, damit dann im Laufe des Frühjahrs 1941 die ersten Bewohner von Münchner Altersheimen nach Dachau, sprich Schönbrunn, verlegt werden konnten."

Nach und nach ließ der Kirchenmann räumen. Am 2. Juni 1944 ging der letzte Transport. 47 Kinder mussten Schönbrunn verlassen. Den Schwestern sagte ihr Direktor, es ginge nicht anders. "Sie haben sie begleitet mit diesen grauen Bussen und mussten sie dort abgeben", berichtet Schwester Benigna. "Da haben sich schlimme Szenen abgespielt. Sie haben sich zum Teil festgehalten an den Schwestern, wollten wieder mitfahren."

Anfang der 1990er entdeckte Markus Krischer die Akte von Edith Hecht, einem kleinen behinderten Mädchen aus Schönbrunn.

15 Jahre mauerten die Nonnen und ließen ihn nicht in die Archive. In der Psychiatrischen Klinik München-Haar wurde Edith 1944 ermordet. Sie kam mit dem letzten Kindertransport aus Schönbrunn. "Die Behandlung zum Tod, das war die einzige Behandlung, die hier in der Fachabteilung möglich und erlaubt war", so Krischer. "Die Kinder bekamen über Tage große Dosen von Beruhigungsmitteln, Luminal oder Veronal, ins Essen gemischt. Die Kinder wurden nicht mehr wach, atmeten über Tage flach und dann so flach, dass sie zwingend an einer Lungenentzündung erkrankten und starben."

Anstaltsarzt schickte Kinder in den Tod

Edith Hecht wurde 13 Jahre alt. So wie sie wurden hunderte Bewohner aus Schönbrunn ermordet. Dort ging der Alltag weiter. Statt Behinderter pflegten die Schwestern nun TBC-Kranke und Alte aus München. Den braunen Machthabern galt die Anstalt als Paradebeispiel gelungener Zusammenarbeit. Markus Krischer fand zudem Überweisungen des Anstaltsarztes Hans-Joachim Sewering. Der SS-Mann schickte Kinder in den Tod, weil sie - so schrieb er - die TBC-Kranken störten. Nach dem Krieg machte er Karriere, wurde Präsident der Bundesärztekammer.

Und wusste angeblich von nichts.
"Über die Vorgänge in Haar war nichts bekannt", sagte Sewering 1978. "Wir kennen es erst aus der Nachkriegszeit aus den Prozessen. Das sind grausame und entsetzliche Dinge gewesen, aber von Seiten der Anstalt, in der ich aushilfsweise mitgearbeitet habe, war nicht bekannt, ob im Einzelfall so etwas geschieht oder nicht."

Das ist eine Lüge. Historikerin Tanja Kipfelsberger war die Erste, die endlich das Schönbrunner Archiv sichten und die Biographien der Opfer erforschen durfte.

Johann beispielsweise litt unter den Spätfolgen einer Gehirnhautentzündung. "Wenn ihn andere auslachten, dann sagte er: Ihr braucht mich nicht auslachen, wenn ich nervenkrank bin", berichtet Kipfelsberger. "'Das vergeht schon', sagt er dann. 'Ich darf nur die Hoffnung nicht aufgeben.' Das ist auch sehr eindrucksvoll, wie ein Kind seine Gefühle ausdrückt und wie er sich auch selbst Mut macht."

Auch der 15-jährige Johann überlebte nicht. Die erwachsenen Behinderten wurden von den Münchner Ärzten nicht vergiftet. Sie ließen sie verhungern. In nur wenigen Monaten verloren die Behinderten im Hungerhaus über die Hälfte ihres Gewichts. Steininger, der geistliche Direktor Schönbrunns, muss es gewusst haben.

1961 starb er. Im Kloster wird er immer noch verehrt.
"Ich möchte mit ihm einen Weg zur Versöhnung gehen", sagt Schwester Benigna, "und möchte ihn fragen und ihm sagen, was mich schmerzt. Ich möchte ihn aber auch als gesamte Person wahrnehmen - nicht nur mit dieser einen dunklen Seite, sondern auch die Person, die er war und auch Respekt verdient.

Er ist jetzt der Wehrlose, er kann sich nicht verteidigen."

Die Behinderten wurden ermordet, Täter und Mitwisser leben nun auch nicht mehr. Mehr als 60 Jahre brauchte es, bis die Geschichte Schönbrunns endlich erzählt werden konnte. Viel zu spät für all die Eltern, die nach dem Krieg wissen wollten, was mit ihren Kindern wirklich geschah.
23.12.2010

Die Missbrauchsskandale haben das Jahr für die Kirche geprägt, nun ziehen die Ombudsstellen und die Klasnic-Kommission Bilanz: Mehr als 1000 Personen haben sich an die Stellen gewandt.

Das Jahr 2010 stand für die katholische Kirche unter keinem guten Stern: Ab Jänner sind nach und nach immer mehr Missbrauchsfälle bekannt geworden, die Kirche stellt sich auf einen neuen Rekord bei den Austrittszahlen ein. Vor Weihnachten haben die kirchlichen Ombudsstellen und die Klasnic-Kommission Bilanz gezogen: Mehr als 100 Fälle von Missbrauch wurden zur Anzeige gebracht, in knapp 100 Fällen Entschädigungen zuerkannt. Mehr als 1000 Personen haben sich an die Stellen gewandt. Wie viele es genau sind, lässt sich schwer sagen, da es zu Überschneidungen kommt.

Bis 31. Oktober haben sich 1142 Personen an die Ombudsstellen gewandt, bei der Klasnic-Kommission waren es 729. Bei den Opfern handelt es sich zu fast drei Viertel um Männer. Die Auswertung habe ergeben, "dass es bei 54 Prozent um sexuellen Missbrauch geht, 33 Prozent sind Fälle von Gewalt und 13 Prozent sind mutmaßliche Opfer von Gewalt und sexuellem Missbrauch", erklärte Johannes Wancata, Sprecher der Ombudsstellen. Etwa bei der Hälfte der Anrufe habe sich der Verdacht erhärtet. 106 Fälle seien zur Anzeige gebracht worden, um keinesfalls eine strafrechtliche Relevanz zu übersehen. Die Hälfte aller Fälle habe sich vor mehr als 40 Jahren ereignet, 46 Prozent betreffen demnach den Zeitraum von 1971 bis 1992.

97 Mal Entschädigung, drei Mal abgelehnt
Die von Kardinal Christoph Schönborn eingesetzte Opferschutzanwaltschaft hat bisher 100 Entscheidungen getroffen: 97 Entschädigungen wurden zugesprochen, drei Fälle wurden abgelehnt, zog die Kommission unter der Leitung von Waltraud Klasnic eine Zwischenbilanz. Die Kommission gewährt Summen in den Kategorien 5000 Euro, 15.000 Euro, 25.000 Euro und Beträge darüber - die 97 Entschädigungen betreffen alle vier Kategorien. Zusätzlich seien vielfach auch längerfristige Therapieleistungen zugesprochen worden.

Nach Angaben der Kommission waren die Betroffenen zu 81 Prozent Opfer von sexuellem Missbrauch, zu 62 Prozent von körperlicher Gewalt und zu 57 Prozent von psychischer Gewalt. Fast drei Viertel der Opfer waren demnach von mindestens zwei Arten des Missbrauchs betroffen, ein knappes Drittel erlebte alle drei genannten Gewaltarten. Die meisten Fälle liegen 30 bis 40 Jahre zurück, erklärte ein Sprecher.

Bei der Staatsanwaltschaft hat die Kommission bisher vier Sachverhaltsdarstellungen eingebracht. Dem Vernehmen nach betreffen diese die Schulbrüder in Wien-Strebersdorf und Bad Goisern, das ehemalige Caritas-Heim in Steyr-Gleink, das Stift Kremsmünster und die Bubenburg in Fügen in Tirol.

Klasnic "hoffnungslos überfordert"
Die "Plattform Betroffener Kirchlicher Gewalt" hat in einer ersten Reaktion auf die Bilanz heftige Kritik an Klasnic geübt: "Bei diesem Tempo wird die Kommission noch viele Jahre brauchen. Das ist den Betroffenen nicht zumutbar." Klasnic sei "hoffnungslos überfordert mit der Aufarbeitung der Fälle". Sie solle "aus Anstand gegenüber den Betroffenen von sich aus die Konsequenz ziehen und ihre Arbeit niederlegen", hieß es in einer Aussendung.
Damit würde Klasnic auch den Weg für eine staatliche Kommission frei machen, glaubt die Plattform. "Das wäre der beste Dienst, den sie den kirchlichen Gewaltopfern erweisen könnte."

(APA/Red.)

Schützt die Kinder Missbrauch: Tätermacht, Opferohnmacht


21.12.2010
Tissy BrunsDer Tagespiegel

Drei bittere Wahrheiten nehmen wir aus diesem Jahr mit: Sexuelle Gewalt gegen Kinder lauert gerade dort, wo sie auf Schutz vertrauen. Institutionen, in denen Missbrauch stattfindet, neigen zum Vertuschen, die Gesellschaft will vergessen.

Sexuelle Gewalt gegen Kinder findet in der Gesellschaft, gerade dort statt, wo sie auf Schutz vertrauen, in Familien, Schulen, Vereinen, Kirchen. Institutionen, in denen Missbrauch stattfindet, neigen zum Vertuschen. Und die Gesellschaft, die davon erfährt, erschrickt, mit einer Hilflosigkeit, die zum Vergessen drängt.

Bereits in den 80er und 90er Jahren war sexueller Missbrauch ein öffentliches Thema. Dass hermetische, autoritäre Männerwelten Kinderschänder anziehen, wusste selbst die katholische Kirche damals schon. Als Deckmantel für den Machtmissbrauch an Schutzbefohlenen taugt aber, wie wir jetzt unwiderruflich wissen, jedes Besonderheitsbewusstsein, auch das reformpädagogischer Internate.

In beiden Welten wurden Täter noch gedeckt und Missbrauchsverbrechen vertuscht, die in der Zeit dieser Aufklärung von Betroffenen angeklagt worden sind. Denn die liberale Öffentlichkeit wollte den Ruf der emanzipatorischen Einrichtungen und die konservative den der ehrwürdigen kirchlichen nicht riskieren. Deren Ansehen war wichtiger als die Kinder und Heranwachsenden, deren Vertrauen in diese Institutionen fürchterlich missbraucht worden ist.

Kinder zuerst! Nicht vergessen! Das ist die Lehre und die Hoffnung am Ende dieses Jahres. Über 8000 Menschen, der Jüngste acht Jahre alt, die Älteste über 80, haben sich in wenigen Monaten gemeldet, nachdem im Frühjahr die Unabhängige Beauftragte als Anlaufstelle eingerichtet worden ist. Um die Jesuitenschulen, das Odenwald-Internat bildeten sich Eckige Tische und Aufarbeitungskommissionen. Der Odenwald-Bericht schockiert schon mit der Zahl der Fälle; unfassbar ist die Haltung von Lichtgestalten der Reformpädagogik wie Hartmut von Hentig.
Entsetzt sind viele Katholiken; in Augsburg, wo ein Bischof gehen musste, weil er Heimkinder geohrfeigt hat, verlassen sie zu Tausenden ihre Kirche. Wenig ist bisher geschehen zur Entschädigung der Opfer. Die Versöhnung ist nicht möglich, die der mutige Pater Klaus Mertes anstrebt, der am Berliner Canisius-Kolleg die Welle der Wahrheit ausgelöst hat.

Mutiger noch sind die Opfer, deren Eltern und Fürsprecher, die über ihre Erlebnisse gesprochen haben. Oft genug wird die Erleichterung, die Genugtuung, dass man ihnen endlich glaubt, begleitet und überlagert von Retraumatisierungen, die schmerzen. Denn Missbrauch ist eine fundamentale Verletzung. „Kafkaesk“ hat ein Vater die Berichte zusammengefasst, die am Runden Tisch Missbrauch von Betroffenen vorgetragen worden sind. Untrennbar verbunden ist die sexuelle mit einer psychischen Gewalt, die das Opfer in Schweigemauern zwingt, sein Gefühl für Recht und Unrecht irritiert, Mitschuld suggeriert, das Vertrauen in sich selbst und andere zerstört. Die Macht der Täter ist die Ohnmacht der Opfer, die für ihr Leben gezeichnet sind und manchmal selbst zu Tätern werden.

Im kommenden Frühjahr will der Runde Tisch Missbrauch Vorschläge zu Entschädigung, Strafrechtsreformen und Prävention vorlegen. Es ist fraglich, wie groß das öffentliche Interesse dann noch sein wird. Deshalb müssen Konsequenzen endlich institutionalisiert werden. Welche? Das Mindestmaß sind die Verlängerung der Verjährungsfristen und die Schaffung einer unabhängigen Institution, an die Kinder sich wenden können, wenn sie in den Machtverhältnissen von Familien oder Erziehungseinrichtungen missbraucht werden.

Dominodagen: Sex abuse inquiry should cover all dioceses, says FG

The Irish Times
December 23, 2010

PATSY McGARRY, Religious Affairs Correspondent

The remit of the Murphy commission should be extended to include all Catholic dioceses in the State, Fine Gael spokesman on children Charlie Flanagan has said. “It is clear from the litany of horrors that have already been revealed that a full national audit of all Catholic dioceses is required,” he said.

The Murphy commission investigated the handling of clerical child sex abuse allegations by church and State authorities in Dublin’s Catholic archdiocese and has just completed a similar investigation into Cloyne diocese.

Mr Flanagan was speaking yesterday in anticipation of the commission’s Cloyne report being handed over to Minister for Justice Dermot Ahern today.

News reports that it was to be handed over to the Minister yesterday were premature.
Reflecting on “what we already know of Cloyne, Ferns and the Dublin Archdiocese and from the Murphy and Ryan reports”, Mr Flanagan said: “The information which has emerged is too grave and the litany of abuse is too horrific for this to be avoided any longer.” He said “the culture within the church which allowed this abuse must be exposed and its countless child victims must be heard,” he said.

“Fine Gael believes the remit of the Murphy commission could be extended to cover other dioceses in the country. The Director of Public Prosecutions must also be furnished with all appropriate information.

“The veil of secrecy which facilitated the continued suffering of children at the hands of paedophile priests must be lifted for good,” he said.

However, and as matters stand, the commission is due to conclude its work by the end of this month when it will be wound up.

In January 2009 its remit was extended by Minister for Children Barry Andrews to include Cloyne. That followed the findings of Catholic church watchdog, the National Board for Safeguarding Children, that child protection measures in Cloyne were “inadequate and in some respects dangerous”.

Those findings were published on the Cloyne diocese website in December 2008.

The period covered by the Murphy commission investigation into Cloyne extended from January 1st, 1996 to February 1st, 2006. The Catholic Church’s Green Book /framework document, its first guidelines on child protection, was published in 1996.

It is understood the Cloyne report, the length of which is believed to be approximately 400 pages, will include findings involving all 19 priests who faced abuse allegations during the period investigated.
However, uncertainty remains over when the report will be published as it is considered likely the DPP may bring charges against one of the priests investigated.

That would mean the High Court could order that the relevant chapter be withheld until proceedings in the case are completed.

In March 2009 Bishop of Cloyne John Magee stood aside from diocesan duties and the Archbishop of Cashel, Dermot Clifford, was appointed by the Vatican as Apostolic Administrator to Cloyne.

een ster


bleef stille staan

woensdag, december 22, 2010





According to court papers, Cardinal Mahony says he didn't warn parishoners in1986 about Reverend Michael Baker because the now-defrocked priest said the two boys were illegal immigrants who had returned to Mexico.


Nanterre

Ce complot aurait été fomenté par les victimes, des réseaux pédophiles cherchant vengeance, ou encore Moussa Sow, le directeur du foyer d'enfants des rues de Rufisque (Sénégal) où se sont produits la majorité des faits... «Il ne manque que la CIA et les francs-maçons», a ironisé M. Auferil.


Haiti
jezuiten canada

In de stal; Danneels Verklaring omtrent gedrag



...

- Hoe evalueer ik mijn aanpak van de problemen in de tijd dat ik bisschop was en voorzitter van de bisschoppenconferentie?
Ik meen te mogen zeggen dat we geprobeerd hebben de problemen aan te pakken op een ernstige en structurele manier.
Meldpunt en commissie waren misschien te re-actief. Het slachtoffer moest – na herhaalde oproepen – toch nog altijd zelf het initiatief nemen om het misbruik te
melden en intussen weten we hoe moeilijk dat is, jaren na de feiten.

Onze hele samenleving en ook de Kerk heeft zich vroeger veel te weinig rekenschap gegeven van de ravages die kindermisbruik kan veroorzaken in het latere leven van een mens. Dit is nu gelukkig gekeerd en anders geworden. Maar hadden we allemaal die schade vroeger beseft in al haar dimensies, dan zou dat ook onze empathie en luisterbereidheid veel groter hebben kunnen maken..

-De vraag die iedereen zich moet blijven stellen is: hoe het komt dat we ons niet
veel vroeger bewust zijn geworden van het immense leed dat aan kinderen en
jongeren werd aangedaan. Dat dit in de brede samenleving gebeurde is al erg
genoeg. In een omgeving van vertrouwelijkheid zoals de Kerk voorgeeft te zijn, is dit
nog veel erger. Was er dan iets verkeerd aan onze structuren en aan onze werking?
Wat ging er fout? Dat alles moeten we oprecht kunnen analyseren, onder ogen zien,
aanvaarden en zoeken hoe we die structuren kunnen bijsturen en ze maken tot het
kader waarbinnen diep vertrouwen wordt gewekt.

-Er was zeker geen bewuste politiek van toedekking of van ontkenning, laat staan van gedogen. Waar lag dan het probleem?

-Vooreerst wil ik duidelijk maken aan personen die als kind of jongere geschonden en
misbruikt werden, dat de Kerk reeds meerdere malen haar diepe schaamte en pijn
om dat alles duidelijk heeft erkend en beleden. Het kwaad is immers aangericht door
mensen die een bijzondere band hadden met de Kerk. Soms bleven de slachtoffers
een leven lang alleen zitten met hun probleem. Door het misbruik dat ze als kind
hebben ervaren, werden vaak hun kansen op een gelukkig leven gehypotheceerd en
soms zelfs helemaal ontnomen. Ik wil hier uitdrukkelijk hun leed erkennen en
duidelijk mijn afschuw uitspreken voor wat hun werd aangedaan door bedienaars van
de Kerk. Daarnaast hebben we diepe waardering, respect, bewondering zelfs, voor al
die slachtoffers die - na jaren - de moed hebben opgebracht om de stilte te
doorbreken..

- De Kerk heeft er alle belang bij, dat het aangerichte kwaad geduid, bestraft en
verwerkt wordt.
De individuele verantwoordelijkheid van de daders moet strikt
afgelijnd worden en de daders moeten hun verantwoordelijkheid opnemen, de
burgerlijke en canonieke straf ondergaan en bijdragen tot het herstel en tot de door
het gerechtelijk vonnis bepaalde vergoeding. Wat de Kerk op dit laatste punt moet
doen is nog voorwerp van discussie, maar de Kerk heeft zeker de plicht mee te
werken aan het herstel, door te luisteren naar de slachtoffers en door ze te
begeleiden, niet in het minst in hun geschokt geloof en vertrouwen.
Er mag voor de ernstige vergrijpen jegens kinderen geen straffeloosheid bestaan : de
samenleving heeft de heilige plicht te zorgen dat het kwaad bestraft wordt. Recht
moet kunnen geschieden. Ook al om de onbaatzuchtige inzet van zoveel priesters en
religieuzen, die in het onderwijs, de gezondheidszorg en de bijstand aan
noodlijdenden het beste van zichzelf geven, te kunnen blijven waarderen.

- Wat heeft dan die jarenlange stilte in de hand gewerkt in de Kerk in verband met
het kindermisbruik? Niettegenstaande het ontelbaar vele goede dat de Kerk in de
loop der eeuwen heeft opgebracht aan de maatschappij, moeten we ook de donkere
kant durven in de ogen te zien.
-
a. Het klasse-denken en het feit dat de Kerk vaak teveel en eerst aan
zichzelf en aan haar priesters en religieuzen heeft gedacht en niet aan de
slachtoffers.
b. Meerdere priesters hebben veel te veel individueel en eenzaam geleefd.
Er is nood aan nabijheid. Niet alleen voor een sociale controle om mekaar
terecht te wijzen maar ook om mekaar te helpen. Priesters moeten de volle
draagwijdte beseffen van wat het is ‘hoeders te zijn van hun broeder’? Dat
impliceert zowel wederzijdse correctie als aanmoediging. Men moet
mekaar durven aanspreken op vermoedelijke tekorten, maar ook
aanmoedigen in het goede. Er is een grote nood aan gezond teamverband.
De klerikale opstelling, waarbij Kerk en priesters algemeen en door
iedereen op een piëdestal werden gezet, is helemaal aan het verdwijnen.
De Kerk werd in onze samenleving vroeger, ervaren als een instituut met
veel macht, geld en aanzien. Ze controleerde grote sectoren van
onderwijs, ziekenzorg, caritas.
De priesters en religieuzen hadden macht.
En wie macht heeft kan die vlug misbruiken. Zo konden daders bogen op
een statuut van onaanraakbaarheid : ze konden het zwijgen afdwingen. In
de huiskring kon het niet dat een misbruikt kind zei dat de dader een
priester was. Er was een gewetensdwang bij de ouders om de priester te
beschermen die de normale beschermingsreflex van ouders uitschakelde.
De Kerk is de dag van vandaag sterk ge-declericaliseerd en door de feiten
nederiger geworden. Maar hoogmoed en machtsstreven liggen altijd op de
loer. Gelukkig zijn de kinderen en jongeren ook mondiger geworden: ze
spreken makkelijker. De tijd is voorbij dat kinderen als ze iets negatiefs
zeiden over wie in gezag stond boven hen, nog een klap tegen de kop
erboven op kregen van de ouders: want de priester (en de leraar) had altijd
gelijk.
c. Er heeft lange tijd een te groot taboe gerust op alles wat met seksualiteit te
maken had in de samenleving en ook in de Kerk. Dat heeft dan geleid tot
zwijgzaamheid en verbergen. In de Kerk werd een hoog ideaal
voorgehouden op stuk van seksuele moraal. Dit ideaal moet blijven. Het
tilt omhoog.. Maar het taboe kan ook leiden tot huichelarij en kramp.. Dan
verliest het ideaal zijn schoonheid en wordt het vlug een permanente
beschuldiging aan wie het niet of nog niet aankan Daarom is een cultuur
van openheid en transparantie onontbeerlijk. We zijn gelukkig al een goed
stuk op weg daarheen.
d. De Kerk moet niet treuren om verlies van aanzien, van invloed en macht.
De Kerk wordt alleen maar meer en meer zichzelf als ze wint aan deemoed
en dienstbaarheid en zich laat leiden door het evangelie dat Jezus Christus
haar heeft onderricht en voorgeleefd.


+Godfried Kard. Danneels
Aartsbisschop emeritus van Mechelen-Brussel