Posts tonen met het label jeugdzorg projecten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jeugdzorg projecten. Alle posts tonen

vrijdag, maart 29, 2013

Jeugdzorg

29-3-2013

bron ANP

De rechtbank Den Haag heeft een 45-jarige lerares veroordeeld tot  12 maanden cel waarvan 6 maanden voorwaardelijk  voor ontucht met een 14-jarige leerlinge in 2007.

Daarnaast mag de  vrouw 5 jaar geen lesgeven aan minderjarigen, komt ze onder toezicht van de reclassering en moet ze psychiatrisch worden behandeld.

De vrouw wist dat de leerlinge het thuis moeilijk had, de lerares was ook de mentor van het meisje

Volgens de rechtbank heeft ze desondanks 'elke keer het welzijn van het meisje ondergeschikt gemaakt aan haar eigen seksuele gevoelens en verlangens'.

De rechtbank spreekt van vergaand seksueel misbruik. Wat ze heeft gedaan, heeft de leerlinge psychisch beschadigd, meent de rechter.

donderdag, maart 28, 2013

Postzegels

Red een portret ; 40.000 onbekende geportretteerden vragen uw hulp Op 4 april 2013 start de actie Red een Portret met een feestelijke benefietavond. Tijdens deze avond wordt de website gelanceerd waarop bezoekers kunnen bijdragen aan het digitaliseren en identificeren van tienduizenden portretten van Fotostudio Merkelbach uit de periode 1913-1969. Om deze grote collectie kwetsbare glasnegatieven voor de toekomst te behouden is de actie Red een Portret opgezet. Uw bijdrage is onmisbaar om de actie te doen slagen. De opbrengst van deze avond komt ten goede aan het project.


BRON MEA CULPA UNITED















donderdag, november 22, 2012

De Terebint en de hakken van Willem Schrikker 'Kinderen die uit huis zijn geplaatst, belandden in nog onveiligere situatie'

Intern onderzoek bij WSP en WSJ naar het handelen na signalen van kindermishandeling

De WSP heeft de signalen die vanaf april 2009 bekend waren over de situatie in De Loot opgevat als opvoedingsproblemen en opvoedmoeheid. Op dit moment was de WSP nog niet van indruk dat er sprake was van mishandeling. Naar aanleiding van de signalen heeft de WSP extra begeleiding ingezet voor pleegmoeder, één kind overgeplaatst en nieuwe afspraken met de Terebint gemaakt. Vanaf oktober 2010, toen de pleegkinderen hun verhaal vertelden, was bij de WSP wel bekend dat er sprake was geweest van mishandeling. De WSP heeft deze signalen intern besproken en heeft één van de twee gezinsvoogden ingelicht. WSP heeft besloten dat verdere actie, anders dan extra begeleiding van de pleegouders, op dat moment niet wenselijk was omdat de kinderen op dat moment in een stabiele en veilige situatie verkeerden.


De gezinsvoogden hebben op 9 mei melding gedaan bij de politie van mishandeling door pleegmoeder. Op 14 juni wordt deze melding geformaliseerd tot een aangifte. In het overleg op 15 mei is bij sommige ouders het idee ontstaan dat WSG geen aangifte wilde doen, en dat ook ouders werd aangeraden dit niet te doen. Andere ouders weerspreken dit en geven aan dat WSG hen heeft geadviseerd de melding om te zetten in formele aangifte. Ook volgens aanwezigen van de WSG is dit het advies van de WSG geweest. Moeder van twee van de kinderen en grootvader van de twee andere kinderen hadden al voor het plaatsvinden van deze bijeenkomst aangifte en melding3 gedaan over de mishandeling door pleegmoeder.
 

Het kind dat slachtoffer is geworden van seksueel misbruik heeft ondersteund door haar gezinsvoogd op 15 juni aangifte gedaan.

Het Openbaar Ministerie kan nog niet zeggen of er een strafrechtelijke vervolging komt inzake opvanghuis De Loot in Nieuwleusen. De oud-pleegmoeder van De Loot wordt door een aantal pleegkinderen beschuldigd van mishandeling.

De Loot is onderdeel van stichting De Terebint in Punthorst, een stichting die christelijke hulp biedt aan mensen met persoonlijke- en levensproblemen. Bij het OM liggen nu meer dan vijf aangiften tegen De Loot/De Terebint, maar aangezien het onderzoek nog loopt is een exact aantal niet te noemen. Ook is nog niet bekend wanneer er meer duidelijkheid komt over een mogelijke strafvervolging.

Stichting De Terebint verwijst naar hun advocaat voor een reactie, maar die was nog niet bereikbaar voor commentaar op de uitkomst van het onderzoek van de William Schrikker Groep.


Fase 1: 1997 – 2009

 Eerste plaatsing in gezinshuis De Loot In 1997 vond de eerste pleegzorgplaatsing vanuit de WSG in De Loot plaats. Deze plaatsing is tot stand gekomen doordat twee kinderen met hun moeder op vrijwillige basis in gezinshuis De Loot woonden. Stichting De Terebint deed melding bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), omdat moeder meerdere malen uit het gezinshuis weggelopen was. In 1997 adviseerde de RvdK een OTS met een machtiging uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg, zodat de kinderen in De Loot konden blijven wonen. De rechter sprak hierop een uithuisplaatsing uit maar nam de bezwaren van de biologische moeder van kinderen A en B tegen de plaatsing in De Loot, op basis van geloofsovertuiging, over. Na een onderzoek door het ABJ heeft de WSG echter geconcludeerd dat het niet in het belang van de kinderen was hen uit De Loot te plaatsen en zijn de kinderen in het gezinshuis gebleven.
Pleegmoeder, die al langer leiding gaf aan de Loot, ging vanaf juli 1997 als pleegmoeder fungeren. In het huis woonden op dat moment ook andere gezinnen met hun kinderen die opgevangen werden door De Terebint.

De uitvoering van de jeugdbescherming kenmerkt zich in een aantal gevallen door veel wisselingen (tot wel zeven verschillende gezinsvoogden per gezin).
'Op een dag stond er dan gewoon een nieuwe voogd op de stoep, waar je opnieuw je verhaal aan kon doen. Voogden kwamen, gingen en zagen niet weerom. Dat is hoe het was. Hoezo, stukje aandacht?'


'De voogden zijn altijd 'langdurig ziek', dat is standaard. En dan krijg je weer een nieuwe, zonder uitleg.'
Andere klacht van de ouders, geïnterviewde pupil maar ook de gezinsvoogden zelf, is dat de gezinsvoogden zeer weinig contact hadden met de pupillen in De Loot, waardoor het voor de kinderen ook lastig was om hun verhaal te vertellen. Een pupil zei hierover: 'De gezinsvoogden kwamen als wij op school zaten, ik zag ze nooit. ' 
Ook interviews met ouders en grootouders en gezinsvoogden bevestigden het beeld dat gezinsvoogden weinig tijd namen om kinderen apart te spreken. 
Het geringe face-to-face contact met de pupillen in een pleeggezin is niet conform de procedures geweest.
...
De WSP heeft gedurende de plaatsingen in deze periode één expliciet signaal van mishandeling gekregen, door middel van een brief (van17 februari 2003) aan de klachtencommissie van de WSG. De signalen die in de brief naar voren zijn gebracht, zijn niet conform de procedures opgepakt. Daarnaast heeft de WSP in deze periode brede signalen van gedragsproblemen bij pleegkinderen gekregen. De professionals van de pleegzorg hebben op basis van deze signalen geen melding gedaan van mishandeling of als zodanig gehandeld. Wel zijn in deze periode vijf kinderen na constatering dat er sprake was van gedragsproblemen en conflict met pleegmoeder uit De Loot geplaatst.

De WSJ heeft in deze periode diverse signalen ontvangen variërend van gedragsproblematiek tot expliciete signalen over kindermishandeling. Dit blijkt zowel uit de dossiers als uit interviews met de ouders van de kinderen en één van de pupillen. Via verschillende bronnen (kinderen, ouders, derden) kwamen gedragssignalen bij WSJ terecht die erop duidden dat het niet goed ging met de kinderen. 


Daarnaast kwamen in deze periode, ook via verschillende bronnen, expliciete signalen van kindermishandeling naar voren over meerdere pleegkinderen in De Loot. Het ging om signalen dat kinderen hardhandig werden aangepakt en geslagen door pleegmoeder en medebewoners, maar ook om bredere signalen van misstanden bij stichting De Terebint en de aard van de situatie in De Loot. Deze signalen zijn bij verschillende gezinsvoogden terecht gekomen. De bevindingen wijzen er niet op dat door de jeugdbeschermers naar aanleiding van de expliciete signalen de acties zijn ondernomen die zijn voorgeschreven in de procedures. Naar aanleiding van brede signalen van probleemgedrag is in een aantal gevallen nader onderzoek ingesteld. Hierin is de vraagstelling nooit geweest of sprake was van mishandeling. Deze onderzoeken gaven vervolgens ook geen aanleiding voor sterke vermoedens van kindermishandeling.


Excuses William Schrikker Groep
De William Schrikker Groep heeft zijn excuses aangeboden aan de pleegkinderen voor het leed dat hen is aangedaan, onder toezicht van de Schrikker Groep. De jeugdzorgorganisatie heeft de hand in eigen boezem gestoken en gezegd dat zij fouten hebben gemaakt in de controle op de plaatsingen en de screening van de toenmalige pleegmoeder, waartegen nu aangifte is gedaan. Er was sprake van een tunnelvisie en gebrek aan goede communicatie en controle.



Onvoldoende zorgvuldig onderzoek naar veiligheid plaatsing
Bij de eerste plaatsing in gezinshuis De Loot (1997) is onvoldoende zorgvuldig onderzocht of de veiligheid van de kinderen gewaarborgd zou zijn na plaatsing. Er is geen onderzoek gedaan naar de medebewoners in De Loot, waardoor geen beeld bekend was van hun achtergrond. Ditzelfde geldt voor de medewerkers van Stichting De Terebint. Hierdoor zijn de kinderen in een situatie geplaatst waarin zij woonden bij volwassenen die zonder screening door de WSG een rol gingen spelen in de opvoeding van de kinderen.

Geen aandacht voor risicofactoren uit onderzoek
Vanuit het netwerkonderzoek kwamen risicofactoren naar boven waaraan geen consequenties zijn verbonden bij plaatsing en verdere begeleiding van de plaatsing. Zo kwam naar voren dat pleegmoeder zelf patiënt was geweest bij De Terebint en dat pleegmoeder in de opvoeding soms gebruik maakt van fysieke straffen. Ook werd duidelijk dat de constructie met De Terebint en de verhouding van pleegmoeder tot de bestuurders van de stichting een aandachtspunt waren. Deze
punten worden in het netwerkverslag beschreven maar vormden geen aanleiding voor afkeuring van de pleegzorgplaatsing of extra begeleidingsmaatregelen.

Groot aantal plaatsingen in korte periode
Na de eerste plaatsing van twee kinderen in De Loot, heeft de WSP nog acht andere pleegkinderen in De Loot geplaatst, ondanks dat pleegmoeder bij de eerste pleegkinderen al signalen gaf van gebrek aan draagkracht. In de periode oktober 2002 tot maart 2003 heeft de WSP zes kinderen in De Loot bijgeplaatst in het kader van ‘perspectief biedende plaatsingen’. De plaatsing van een dergelijk groot aantal kinderen in één pleeggezin was niet conform het toen geldende Besluit Kwaliteitsregels voor Jeugdhulpverlening (1996), waarin een maximum van drie pleegkinderen is vastgesteld4. De reden waarom hiervan werd afgeweken is niet in de dossiers verwoord.
Ook zijn er – totdat hierover afspraken zijn gemaakt met pleegmoeder in 2009 – bewoners en ook pleegkinderen vanuit andere organisaties in De Loot komen wonen buiten weten van WSP om.



zaterdag, september 29, 2012

Dure gezinscentra van Rouvoet blijken flop

NRC 
28-9-2012

Van de inlooppunten van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) wordt weinig gebruikgemaakt. Dat blijkt uit een rondgang van NRC Handelsblad langs locaties in de grootste steden.
De centra, in 2007 bedacht door minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie), waren bedoeld als vast loket waar ouders hun opvoedvragen kunnen stellen. Aan het opzetten van de centra en het ontwikkelen van lokaal jeugd- en gezinsbeleid gaf het Rijk tot nu toe 1,2 miljard euro uit. Maar ouders blijven weg van de inlooppunten.
Haagse gezinscentra krijgen per dag “een handjevol” ouders over de vloer, in Rotterdam komen er wekelijks zes ouders naar een inloopspreekuur. Amsterdamse inlooppunten zien 5 tot 10 ouders per week. In gemeenten als Eindhoven en Breda worden de inlooppunten helemaal niet meer gebruikt om vragen van ouders te beantwoorden. Wethouder Saskia Boelema van Breda:
“We hebben die inlooppunten gesloten omdat het gewoon niet werkt, de bezoekersgetallen vielen enorm tegen”.
De stad gebruikt nu interne begeleiders op basisscholen als aanspreekpunt voor ouders met hulpvragen.
De Algemene Rekenkamer constateerde in juni al in een kritisch rapport dat er imagoproblemen zijn met de centra. Het centrum “is vooralsnog geen plek waar iedereen zonder schroom binnenloopt”, aldus de Rekenkamer. Veel ouders associëren het centrum met Bureau Jeugdzorg, dat bij zware problemen in actie komt.
Lees meer in het NRC Handelsblad van vanmiddag (digitale editie).



dinsdag, maart 27, 2012




















bron: In smarten geboren, de geschiedenis van een broederscongregatie.

woensdag, februari 08, 2012

Anticonceptie proef 13 jarige meiden zonder kennis van ouders


foto Thinkstock

08/02/12

In Southampton, Engeland, is een proef gedaan waarbij meisjes van dertien op school een implantaat kregen voor anticonceptie. Hun ouders wisten hier niet vanaf. Maar liefst negen middelbare scholen waren betrokken bij het experiment.

De proef was onderdeel van een overheidsprogramma tegen het bestrijden van tienerzwangerschappen. De meisjes kregen door artsen een implantaat in de arm ingebracht met het formaat van een luciferhoutje. Volgens de uitvoerende artsen is het programma een succes: er zijn maar liefst 22 procent minder tienerzwangerschappen in de regio.

[..]
Volgens een moeder van een dertienjarige die een implantaat kreeg is de proef 'moreel verkeerd'. "De huisarts van de familie werd niet geïnformeerd en de meisjes moesten alleen een vragenlijst over hun medische geschiedenis invullen. Vervolgens kregen de meisjes het implantaat, maar er werden geen vervolgafspraken gemaakt. Ik ben woedend over de gang van zaken".

compleet

woensdag, november 09, 2011

Abuse of children in residential institutions

Malta Times

8-11-2011

There is no indication that the incidence of abuse of minors and youths in Church residential institutions is currently any higher than in other similar institutions, Prime Minister Lawrence Gonzi told opposition MP Evarist Bartolo in reply to a parliamentary question.

Mr Bartolo had asked if the Prime Minister would consider appointing a national commission, as had been done in other European countries, to investigate abuses on minors and youths residing in Church institutions over the past 40 years.

Dr Gonzi said the country already had independent institutions set up explicitly to investigate any allegations of abuse in line with accepted rules in democratic societies. He had full confidence in such institutions and could not see how the appointment of a commission as suggested by Mr Bartolo could benefit the thousands of children who had been brought up in Church residential institutions.

zaterdag, oktober 29, 2011

Staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten van Volksgezondheid heeft vandaag een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd dat regelt dat professionals in diverse sectoren gaan werken met een meldcode als zij een signaal krijgen van huiselijk geweld of kindermishandeling. Het betreft onder meer deskundigen in de gezondheidszorg, gehandicaptenzorg, jeugdzorg, onderwijs, kinderopvang en justitie.

In de regio Rotterdam wordt al gewerkt met zo'n systeem en bekend was dat een landelijke code in de maak was. De code geeft richtlijnen en informatie voor het signaleren, handelen en melden in geval van vermoedens en tekenen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Volgens de bewindsvrouw biedt het systeem een overzichtelijk vijfstappenplan waarin staat wat een professional in zo'n geval het beste kan doen.

'De meldcode leidt de professional door het proces vanaf het eerste vermoeden tot aan het moment dat hij of zij moet beslissen over het doen van een melding', legt een woordvoerder uit.

maandag, oktober 10, 2011

rattle his bones, over the stones, he's only a pauper whom nobody owns




The founding principle of the 1916 Proclamation of the Irish Republic was a promise to “cherish all children of the nation equally”. One wonders what the executed leaders of that rebellion would make of the fact that the greatest stains on our nation’s short history have been related to how the State and its instruments have treated the children who have needed its help most.

The church-related child abuse scandals, along with the stories of how children in State care were treated, brought with them a shock, a revulsion and a collective shame that has left an indelible mark on the more recent pages of Irish history. It is no coincidence that these revelations only came to light decades after they took place, such was the level of power within society and the ability to foster secrecy wielded by the perpetrators. If cherishing all children equally was to be a fundamental pillar of the new independent Irish Republic, it was one which crumbled rapidly in the decades that followed the founding of the State. Indeed, if you were a child born outside of wedlock during that period, being cherished or treated as equally as your counterparts born to married parents was as farfetched a notion as one could imagine.

The inner workings of Ireland’s notorious mother and baby homes have been well-documented in the past twenty years or so; these were places where unmarried pregnant women were sent to be kept out of sight, to reduce the shame on their families and to atone for their committed sins. In effect, they were prisoners, sentenced to penal servitude, worked hard (sometimes even up until such a point as they were in labour) and, after they gave birth, very little time was wasted in taking their baby from their arms and adopting them out to married couples, often in America. The fruits of these women’s labours were often a lucrative source of income for the religious orders running the institutions, both figuratively and literally. In many cases, prior to adoption, babies were used as test subjects by pharmaceutical companies who were trialling new vaccines. It can go without saying that these trials were carried out without the consent of the mother, whose incarceration in these homes robbed them of so many basic human rights. In a full-length film on tonight’s Prime Time, Katie Hannon investigates just how wide-spread this practise was; speaking to those on whom these experiments were carried out and examining the level of complicity of Ireland’s authorities. In addition to this, Prime Time discloses shocking new revelations about an outrageous and ghastly practise within the mother and baby homes that has until now remained hidden from the public, and even from those affected by it.


Adoption Rights Alliance strongly condemns use of deceased infants in anatomical experiments

bron Paddy Doyle

Adoption Rights Alliance, a group advocating for equal human and civil rights for those affected by Ireland’s closed secret adoption system, has strongly condemned the use of the bodies of deceased infants in anatomical experiments, as well as the use of children in Mother and Baby Homes in vaccine trials, as reported in RTÉ’s Prime Time programme on Thursday 6th October. The group says its helpline has been inundated with calls since the programme aired, with 50 calls alone coming in within the first half hour of the programme ending.

The medical practices exposed in the Prime Time programme demonstrated an utter contempt for children born outside of marriage, and for their mothers who were denied an opportunity to bury their children with dignity. These latest revelations reinforce our assertion that children who were born outside of marriage were viewed as “nobody’s children”, disposable and therefore reduced to the status of mere commodities to be used by church and state as they saw fit.

Questions must now be asked as to why previous inquiries, investigations and audits into organ retention practices failed to reveal the experimental use of deceased infants originally destined for adoption. In searching for the truth on medical experimentation and illegal vaccine trials, the whole truth of Ireland’s murky adoption industry must be sought, because if we do not fully own and acknowledge all of our nation’s history, there is little to prevent such abominations from happening again. Adoption Rights Alliance is calling on the Minister for Health and the Minister for Children to establish a statutory inquiry into these practices.


KLIK
The Prime Time programme also highlighted the extreme difficulties experienced by adopted people in accessing their records, including their medical information. In August 2011 Adoption Rights Alliance submitted legislative proposals to Minister for Children, Frances Fitzgerald calling for adoption information legislation, as well as recommendations for inquiries into illegal adoption practices and the treatment of women and girls in Mother and Baby Homes. The group is reiterating its call on Minister Fitzgerald to introduce adoption information legislation to open adoption records without delay. Ministerial expressions of regret are meaningless to adopted people without parallel remedial action to open adoption records immediately.

The Ryan, Murphy, Cloyne and Ferns reports were a damning indictment of the systemic abuse of children in church and state care and the systemic cover up of crimes committed by church/state institutions. It has been clear to those of us working in the areo a of adoption rights for more than a decade that church and state inhumanity also extended twomen and girls in crisis pregnancy and their children, whose only crime was to have been born out of marriage. The natural mothers seeking advice from Adoption Rights Alliance tell us that women and girls who resided at Mother and Baby Homes were routinely treated in a sub-human fashion, including being denied adequate medical care or pain relief while giving birth and forced into unpaid arduous labour. Other testimonies from our service users, both adopted people and natural parents, include forced adoptions, illegal adoptions, false birth registrations, non-registration of births, as well as disturbing accounts regarding the use of babies in vaccine trials. The news of the use of such children in anatomical experiments is just the latest – though incredibly disturbing – revelation.

donderdag, september 01, 2011


Een man van 46 uit Den Bommel heeft drie jaar gevangenisstraf gekregen voor ontucht met jongens en het maken van kinderporno. Ook legde de rechter hem een jaar voorwaardelijk op.

Verder mag de jeugdhulpverlener, die in de regio Rijnmond werkte, nooit meer met kinderen werken en moet hij zich laten behandelen. De straf komt overeen met de eis van het Openbaar Ministerie.

De politie kwam de man op het spoor tijdens het onderzoek in de Amsterdamse zedenzaak. Het is voor het eerst dat er iemand uit de kring rond Robert M. veroordeeld wordt.

Kerk
Op kinderpornofoto's was op de achtergrond een glas-in-loodraam van een kerk in Den Bommel (Zuid-Holland) te zien. Dat leidde tot zijn aanhouding; de man woonde tegenover de kerk.

Op zijn computer stonden 85.000 foto's en 7000 filmpjes met kinderporno. De man heeft een pleegzoon van 5 en een jongen van 12 uit Den Bommel misbruikt voor het maken van die kinderporno.

Er zijn een aantal werkzaamheden van mensen, expres geen beroepen genoemd hoewel je er absoluut flink professioneel voor getraind moet zijn, waarvoor ik diepe bewondering heb en heel erg blij ben dat mensen in staat zijn dat, al dan niet betaald, te doen.

Massagraf onderzoekers horen daar bij, net als gelovigen die voorkomen dat mensen in een massagraf terecht dreigen te komen en het voor elkaar krijgen om na een terreuraanslag op mensen die geen mens meer mochten zijn waardoor er slechts menselijke resten over zijn gebleven het respect te betonen voor die slachtoffers.

Jeugd-zedendienst ambtenaren die kinderporno moeten bekijken horen daar bij.

Dank jullie wel!

woensdag, juni 22, 2011

Vierde openbaar bericht van de commissie-Samson
De commissie-Samson doet in haar vierde openbaar bericht beknopt
verslag van haar werkzaamheden. De commissie is halverwege en zal
volgens planning 1 juli 2012 rapporteren.
In dit vierde openbaar bericht wordt uitgebreid stilgestaan bij de
meldingen die tot nu toe zijn binnengekomen bij de commissie.

Meldingen en meldpunt van de commissie
Aantallen
Het aantal meldingen is sinds het derde openbaar bericht van 20 april jl.
amper gegroeid. Het aantal ligt nog steeds rond de 500.

De in het laatste bericht gedane oproep om meer meldingen van allochtonen binnen te
krijgen, heeft tot nu toe weinig effect gesorteerd. De daarop gevolgde
samenwerking met allochtone organisaties en media heeft wel tot extra
publiciteit maar niet tot extra meldingen uit deze kring geleid.

Tevens hebben zich bij de commissie nog weinig plegers van seksueel
misbruik gemeld.

Contacten met melders
Zoals gezegd hebben tot nu toe 500 mensen zich gemeld. De commissie
is er zeer erkentelijk voor dat deze mannen en vrouwen vaak de voor hen
moeilijke stap hebben gezet om zich te melden.
De meeste melders kampen nog met schaamte- en/of schuldgevoelens. Ook merkt het
Meldpunt van de commissie dat seksueel misbruik en seksualiteit
moeilijk bespreekbaar zijn. Misbruik is door melders nogal eens hun
levenlang verzwegen, nadat zij als kind vaak niet gehoord, niet geloofd of
zelfs bedreigd zijn. In de gesprekken met het Meldpunt zijn melders vaak
dankbaar eindelijk hun verhaal te kunnen doen.

Op het Meldpunt worden vele indringende telefoongesprekken gevoerd
die vaak een vervolg krijgen in nadere telefooncontacten of persoonlijke
gesprekken van de commissie met slachtoffers
.

Door het voeren van deze gesprekken krijgt de commissie meer inzicht in de omstandigheden die het seksueel misbruik mogelijk maakten. Ook is de commissie via de
gevoerde gesprekken getuige van het soms verwoestende karakter van het
meegemaakte seksueel misbruik: het misbruik gaat dan vaak gepaard met
geweld, onderdrukking en eenzaamheid, soms ook voor het latere leven.
Het onderhouden van relaties, het afronden van een opleiding en het goed
functioneren in het werk zijn er fors door bemoeilijkt. Dat heeft vaak
weer nieuwe trauma’s opgeleverd. De psychische problematiek vanwege
het misbruik is dan ook groot, zeker als er geen (passende) hulpverlening
is geweest.

De meeste melders komen bij de commissie ondersteund door een
familielid of een hulpverlener. Een groot deel van de slachtoffers bedankt
de commissie na het gevoerde gesprek, omdat het gesprek als blijk van
erkenning wordt gevoeld en een steentje bijdraagt aan de verwerking van
wat hen overkomen is.

De commissie belt de melders altijd enkele dagen
na de gevoerde gesprekken om te vragen hoe het met betrokkene gaat.
Als het niet goed gaat, komt Slachtofferhulp Nederland op verzoek van
de commissie in actie richting de melder om ondersteuning te bieden.

De meldingen die bij het Meldpunt van de commissie zijn
binnengekomen, zijn hoogstwaarschijnlijk slechts het topje van de
ijsberg.

Het gaat vaak om slachtoffers die nu door alle publiciteit over
seksueel misbruik en de kans die de commissie-Samson biedt, besluiten
om zich te melden.
De commissie hoort geregeld dat men deze moeilijke en pijnlijke stap tevens
zet om eraan bij te dragen dat het andere kinderen in de toekomst niet overkomt.


Beeld uit de meldingen
Over de tot nu toe binnengekomen meldingen valt het nodige op te
merken, al mag er niet vanuit gegaan worden dat het een representatief
beeld geeft van alle seksueel misbruik dat heeft plaatsgevonden bij
kinderen die onder verantwoordelijkheid van de overheid uit huis zijn
geplaatst. Daarbij dient bedacht te worden dat op dit moment de
wetenschappelijke onderzoeken nog volop gaande zijn. Met de nodige
voorzichtigheid lijken de volgende indrukken zich af te tekenen bij deze
meldingen, die in de wetenschappelijke deelonderzoeken verder
meegenomen zullen worden voor nadere analyse:
- 30% van de meldingen die nu bij de commissie gedaan worden,
valt buiten het onderzoeksbereik van de commissie. Dan gaat het
bijvoorbeeld om vrijwillige opnamen of misbruik in gezinnen of in
andere sectoren dan de jeugdzorg (onderwijs, sport, scouting etc.).
De commissie noteert deze meldingen wel en zal ze in haar
eindrapport opnemen;
- naar verhouding heeft de commissie de meeste meldingen
binnengekregen over de periode 1950-1980. Over de jaren ‘90 zijn
naar verhouding minder meldingen binnengekomen;
- het misbruik overkomt zowel jongens als meisjes. Mannen melden
vaker misbruik in de vroegere jaren toen zij als jongen slachtoffer
waren in instellingen. De meldingen over de recentere jaren
betreffen vooral meisjes in pleeggezinnen. Een rol speelt hierbij dat
kinderen na 1980 steeds meer in pleeggezinnen geplaatst worden;


- seksueel misbruik gaat in een groot deel van de gevallen gepaard
met fysiek en geestelijk geweld en vaak met machtsvertoon. Dit
geldt voor alle tijdvakken. In het deelonderzoek naar de
geschiedenis van het misbruik wordt deze indruk nader onderzocht;
- plegers van het seksueel misbruik zijn in instellingen overwegend
de professionals en in pleeggezinnen de pleegvaders. Pleegmoeders
hebben soms niet van het misbruik afgeweten, maar het in
sommige gevallen ook ‘afgedekt’. Tegelijkertijd gaat het ook
regelmatig om misbruik door leeftijdgenoten: andere
groepsgenoten en pleeggezinsleden;
- de plegers zijn overwegend mannen;
- kinderen worden soms door meerdere personen misbruikt.
Sommigen van hen geven aan dat er naast henzelf meerdere
groepsgenoten werden misbruikt door meerdere plegers;
- het lijkt erop dat bij de gemelde gevallen het misbruik in
pleeggezinnen langer duurt dan in instellingen. In de helft van de
gevallen houdt het meer dan 3 jaar aan;
- de meldingen over aard van het misbruik worden in de loop der
jaren steeds ernstiger, over de frequentie nemen zij tegelijkertijd af.
In een van de deelonderzoeken, het prevalentie-onderzoek, zal
nagegaan worden of deze indruk klopt;
- veel kinderen durven niets te zeggen over het misbruik, vooral
omdat zij bang zijn;
- als kinderen wel rapporteerden wat hen overkwam, is er in
tweederde van de gevallen niets gedaan met de signalen van het
kind. Dat is niet wezenlijk verbeterd in de loop van de jaren. Deze
waarneming wordt uitgebreid getoetst in de wetenschappelijke
deelonderzoeken waar expliciet onderzocht wordt hoe
overheidsinstanties gereageerd hebben op signalen van seksueel
misbruik;
- klachten en meldingen komen vaak niet terecht waar ze terecht
zouden moeten komen;
- veel kinderen hebben in de vroege jeugd en voorafgaand aan de
uithuisplaatsing al veel traumatische ervaringen opgedaan zoals
mishandeling, misbruik, verwaarlozing en verlating door ouders en
zijn daardoor beschadigd. Een van die ervaringen is seksueel
misbruik in het gezin. Dit herhaald slachtofferschap is uit de
literatuur al bekend;
- vanaf 1980 zakt het misbruik in instellingen snel. Een rol speelt
waarschijnlijk dat meerdere instellingen toen sloten. Na 1980
worden steeds meer kinderen in pleeggezinnen geplaatst;
- de meldingsbereidheid onder slachtoffers uit de jaren na 1980 is
groter. Ook het doen van aangifte bij de politie lijkt te stijgen. De
schaamte en zwijgzaamheid rond het thema werden toen
geleidelijk minder. Een probleem is wel dat politiearchieven van
voor 1980 vrijwel niet aanwezig zijn;

- de meeste melders hebben al hulp gezocht en gevonden. Er zijn
ook melders die aangeven er nu geen behoefte aan te hebben.
Melders die nog geen hulp hebben gehad en aangeven daar
behoefte aan te hebben, worden doorverwezen naar het speciale
nummer van Slachtofferhulp Nederland.
Overgedragen zaken aan Openbaar Ministerie
Veel meldingen zijn niet verjaard. Na afstemming met het Openbaar
Ministerie (OM) en zoveel mogelijk in overleg met de melder draagt de
commissie zaken over aan het OM om te onderzoeken of een
strafrechtelijke vervolging nog mogelijk is en legt de commissie zaken
voor een verjaringstoets voor. Ook worden zaken anoniem ter informatie
toegestuurd. In dat geval heeft er bijvoorbeeld al een veroordeling
plaatsgevonden of is de zaak inmiddels verjaard.
In 2010 zijn er in totaal 48 zaken aan het OM voorgelegd, in 2011 tot nu
toe 5 zaken. De commissie-Samson wordt door het OM regelmatig
geïnformeerd over de uitkomsten.
Er zijn op dit moment van de zaken die in 2010 en 2011 naar het OM zijn
gestuurd nog 11 zaken in onderzoek (9 bij de politie en 2 ter beoordeling
bij het OM), 25 zaken zijn afgerond en bij 3 zaken heeft men geen
contact kunnen krijgen met de melder. Er zijn 5 zaken voorgelegd voor
een verjaringstoets en 9 zaken ter informatie gestuurd.
Hulpverlening
In de meeste gevallen hebben melders zelf eerder hulp gezocht. Daarnaast
blijkt de commissie dat veel melders op dit moment behoefte hebben aan
hulp. De commissie heeft in augustus 2010 goede afspraken gemaakt met
Slachtofferhulp Nederland. 44 mensen hebben individuele begeleiding
gekregen. In 13 gevallen is op verzoek van de commissie door
Slachtofferhulp Nederland zelf het contact gelegd met de melder en is
niet het initiatief van betrokkene daartoe afgewacht. Bij twee personen is
het helaas niet gelukt om het contact tot stand te brengen. Op dit moment
worden 17 mensen door Slachtofferhulp Nederland begeleid in
langdurige trajecten. Bij 27 personen is de begeleiding door
Slachtofferhulp Nederland afgerond. 4 personen zijn voor specialistische
hulp doorverwezen. Tientallen mensen hebben eenmalig contact gehad.
Mensen hebben daardoor uitgebreider hun verhaal kunnen vertellen, een
5
begin gemaakt met verwerking of therapie. De commissie verneemt
regelmatig van cliënten dat zij de snelle en professionele begeleiding van
Slachtofferhulp Nederland op prijs stellen.
Onderzoekswerkzaamheden
Voortgang onderzoek
De wetenschappelijke deelonderzoeken verlopen volgens planning. Er is
op dit moment bij de deelonderzoeken geen sprake van vertraging. Alles
is erop gericht om op tijd aan de commissie te kunnen rapporteren. (zie
voor verdere informatie (www.commissiesamson.nl).
Als laatste deelonderzoek is van start gegaan het onderzoek naar seksueel
misbruik bij kinderen met een verstandelijke beperking in de periode
2008-2010. Het kwantitatieve deel van dit onderzoek wordt uitgevoerd
door de Rijksuniversiteit Leiden. Het kwalitatieve deel van dit onderzoek
– het houden van interviews met ouders en professionals alsook een
literatuurstudie - wordt uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam
in samenwerking met het Kohnstamm-instituut.
In het vorige openbaar bericht werd al mededeling gedaan dat de
commissie het optreden van politie en OM onderzoekt. Het onderzoek bij
de politie richt zich erop hoe de politie destijds is omgegaan met signalen
van seksueel misbruik in de jeugdzorg. Daarbij wordt nagegaan of een
melding al of niet geresulteerd heeft in het doen van een aangifte. Het
onderzoek bij het OM richt zich op het sepotbeleid van het OM in
jeugdzorgzaken, d.w.z. of de sepots verdedigbaar en derhalve gegrond
zijn.
Er is een belangrijke beschrijving van het juridische kader afgerond (zie
www.commissiesamson.nl). De voormalig raadsadviseur mr. J.J. Wiarda
heeft een beschrijving op hoofdlijnen gegeven van de voor de commissie
relevante verdragen en wetgeving op strafrechtelijk, bestuursrechtelijk en
privaatrechtelijke gebied. De beschrijving van het uiterst omvangrijke,
complexe en veelsoortige juridische kader zoals gegeven door de heer
Wiarda is van grote waarde. De andere deelonderzoeken waaronder het
governance-onderzoek zullen er gebruik van maken. Zo zal het historisch
onderzoek het overheidsbeleid verhelderen. En het governance-onderzoek
zal laten zien hoe de wettelijke verantwoordelijkheid van instanties en
personen daadwerkelijk vorm is gegeven en verantwoord. De
beschrijving van het juridische kader is beschikbaar gesteld aan de
commissie-Deetman.
6
Betrokkenheid jeugdveld
Ten behoeve van een goede voortgang van het onderzoek is het wezenlijk
dat de onderzoekers bij alle relevante dossiers en archieven kunnen.
Daarnaast is het van belang dat werkenden in de jeugdzorg informatie
verschaffen aan de onderzoekers. Er zijn hiertoe inmiddels convenanten
afgesloten met leden van Jeugdzorg Nederland, de Vereniging van
Orthopedische Behandelcentra en de Vereniging Gehandicaptenzorg
Nederland. De wetenschappers nemen op hun beurt ethische en
privacystandaarden in acht, zodat zij verantwoord omgaan met
vertrouwelijke informatie. Het is ook om die reden dat de commissie-
Samson het College Bescherming Persoonsgegevens bericht heeft over
het protocol dat zij hanteert.

zaterdag, juni 04, 2011

In naam van de deelnemers aan de groepsvordering.... Missende kansen door domme berichtgeving en de slachtofferindustrie



Wat een voorbeeld van de slachtofferindustrie-verspilling!
Een belangrijk goed verhaal, afwezig in de media, waar, om kennelijk politieke redenen, België's eigen versie van de katholieke kruising weer van stal gehaald wordt zodat het hapgrage keffertje zijn koffiedikkunstje weer kan laten zien: "het heeft weinig kans".

Weinig integer slachtofferindustrie nieuws.

Kromme neuzen kun je wel overal insteken, maar als je dan niet verder kijkt dan die neus lang is, kom je nnog niet verder dan de Pathétique van Hans Bierworst.

En de verspilling vanuit slachtoffer-organisties. Of misschien wel gewoon domheid of hetzelfde gebrek aan integriteit?
Hoe dan ook, een belangrijk en goed verhaal. Bedankt, Bert!



Bedankt Verschueren, of uwes maar effe door wil blijven schrijven. Je stelt bij een inmiddels wel afgekloven thema een paar andere vragen, die eindelijk gaan over kinderen en morgen ipv over schadevergoedingen Maar maak het dan maar gewoon beschikbaar via het internet, daar heb je het tenslotte ook voor een flink deel vandaan.


bron: Mea Culpa

In naam van alle aanwezige en niet aanwezige deelnemers aan de groepsvordering in te leiden door advocaten Walter Van Steenbrugge en Christine Mussche, gericht tegen de Heilige Stoel, de Belgische Bisschoppen en de Hogere Oversten van de Belgische religieuzen, wil ik ons standpunt kenbaar maken en de beslissing duiden.

De ‘overlevers’ die zich aangesloten hebben bij deze groepsvordering zijn actieve deelnemers aan een gerechtelijke procedure waarvan ze zowel de inhoud, de draagwijdte, de impact als de gevolgen kennen. Ze zijn in staat deze stap te zetten omdat ze hun leven niet langer door de dader willen laten bepalen, omdat de angst voor waar het instituut kerk voor stond vervangen is door een recht op zelfbeschikking, en omdat ze deze beslissing als een logisch gevolg zien van de jarenlange zoektocht naar erkenning, hulp en de vergoeding van een onomkeerbare schade.
Het gaat vandaag voor ons niet langer over de ‘verhalen’. We hebben ze met zijn allen uitgebreid kunnen lezen, zowel in het onvolledige rapport van de ontbonden Commissie Adriaenssens, als in de kranten van dat zwarte weekend, midden september vorig jaar. De deelnemers aan deze groepsvordering hebben ervoor gekozen om samen hun toekomst in de hand te nemen.

Zoals eerder werd uiteengezet,
...

De stap die de deelnemers vandaag met deze groepsvordering hebben gezet, is belangrijker dan elke speculatie over de mogelijke afloop ervan, hoewel het duidelijk mag zijn dat wij daarin het volste vertrouwen hebben.

Ons doel is hetzelfde, ook al mag de weg ernaar juridisch-technisch verschillen: schulderkenning, hulp, een rechtvaardige compensatie voor onomkeerbare schade en de garantie dat binnen de katholieke kerk nooit nog een kind wordt misbruikt. Niet het uwe, niet het onze, niet èèn kind meer.

In naam van de deelnemers aan de groepsvordering, wil ik u bedanken.

Roel Verschueren

complete tekst


[...]
Your children are not your children.
They are the sons and daughters of Life's longing for itself.
They come through you but not from you,
And though they are with you yet they belong not to you.

You may give them your love but not your thoughts,
For they have their own thoughts.
You may house their bodies but not their souls,

For their souls dwell in the house of tomorrow,
which you cannot visit, not even in your dreams.
[...]

uit The Prophet, Khalil Gibran

zaterdag, april 30, 2011

Decision due soon on Magdalene homes report

... Godsvrucht en menschenmin aan te kweeken ook in het hart van den minsten onzer medeschepselen is een taak, die nooit genoeg kan aangewakkerd worden...
Sebastiaan Slaap

bron

Pamela Duncan
Irish Times












The government will make a decision after Easter on a report on women who spent time in the Magdalene laundries, according to Minister of State Kathleen Lynch.
Ms Lynch, Minister of State for Disability, Equality and Mental Health, said she had spoken to Minister for Justice Alan Shatter and that a decision on the recommendations contained in an Irish Human Rights Commission report last year would be made after the Easter recess.

Magdalene homes were institutions for “fallen women” who broke the conventions of society by bearing a child out of wedlock. Some of these women have made allegations of abuse against these mainly church-run institutions, the last of which in Dublin was shut in 1996.


The commission recommended the Government establish a statutory inquiry into the treatment of women and girls in the laundries. It also recommended that redress be provided as appropriate. The laundries did not come under the Residential Institutions Redress Board.

Ms Lynch said she did not know what decision would be reached by the Government in relation to the report, adding the issue of women who spent time in the Magdalene laundries had to be dealt with.

“We can’t deny them until they die. We have to find a way to deal with this whole issue . . . a solution which is satisfactory for the women involved and for the State.”

Previous governments held that the Magdalene laundries were privately owned and operated, meaning they did not come under State responsibility, something which the advocacy group Justice for Magdalenes disputes.

“The fact that the laundries were private institutions did not absolve the State of responsibility to protect the women and girls within the laundries from the abuse they endured at the hands of religious orders,” said Prof James Smith, of the group and Boston College.

The United Nations Committee Against Torture will next month examine a submission made to it by the advocacy group, which claims that Magdalene laundry survivors continued to suffer due to the government’s ongoing failure to apologise, investigate and compensate them.

The submission claims Ireland has a legal duty under the Convention Against Torture to promptly and impartially investigate allegations of torture or cruel, inhuman or degrading treatment, and to ensure redress for the victims of such treatment.

CASE STUDY: 'I'M NOT LOOKING FOR ANY HUGE SUM OF MONEY'

THE FORMER Magdalene offers her apologies. Her real name cannot be printed, she explains. Despite the passing of more than 50 years – and the fact she now lives more than 3,000 miles away from the Irish village in which she grew up – she fears her story will bring shame on her relatives.

“Even to this day there are some of the older people my age who would say, ‘You must have done something to deserve to go in there’,” she says.

Róisín (not her real name) was “not quite seven” when her mother died. Her father remarried and, when she was 14, brought her to the nearest Magdalene laundry.

“At 14 I was in front of a great big mangle – I had blisters on my hand from the hot sheets coming out of it,” the now 76-year-old recalls. “It was slave labour. If there was a holiday coming up we’d have to work six and seven days a week and late at night.”

She recalls one occasion when a nun accused her of talking out of turn. Róisín denied it and called the nun a liar. “She put me in this room . . . and that was it for 48 hours; no food, no water, no toilet.”

After four years she was allowed to leave. Because she did not receive a high enough level of education to become a nurse, she left for England, where she began her training, later travelling to the US, where she qualified.

Róisín says she was neglected by the State as a child because she was essentially enslaved in the laundry, adding that, at the very least, the State had a responsibility to inspect such institutions.

“The Government are burying their heads in the sand . . . They are dilly-dallying, because in 10 years’ time we’ll all be dead and this will no longer be hanging over their heads. I’m not looking for any huge sum of money or looking to drain anyone. I’m just looking for compensation for the four years I was there and I would like those four years to go towards my pension.”

– PAMELA DUNCAN












Enne die Nederlandse inspectie rapporten?
Ben benieuwd, maar de berichtgeving hierover van een deskundige -die de voor onderzoek hiernaar noodzakelijke toestemming kreeg - is ernstig!



donderdag, januari 20, 2011

ipv media stilte Stella Maris Kortrijk West-Vlaamse Jeugdzorg zet twee kloosterzusters uit bestuur

(toegevoegd 22.28)

dinsdag 11 januari 2011, Het Nieuwsblad
Auteur: Kris Vanhee

Ikzelf verbleef in Stella Maris gedurende enkele jaren van mijn jeugd in de jaren 90 … Van misbruik of andere wantoestanden door zusters kan ik zeker niet meespreken … Integendeel, ik werd er goed opgevangen en kon steeds bij de begeleiders terecht … Toch, ik geloof die mensen oprecht, maar ik kan alleen maar spreken wat ik zag tijdens mijn instellingsverleden.

Ik gruwel echter bij de herinneringen aan Stella Maris omdat er toendertijd een pater regelmatig langskwam (op bezoek in de leefgroep) die t.a.v. jongens sexuele handelingen stelde die ik toen heel vreemd vond (betasten van geslachtsorganen, met de hand in de broek van minderjarigen, … ). Ook begeleiders gaven aan dat dit niet normaal was.

Hij gaf t.a.v. de begeleiders vaak de boodschap dat ze gerust wat praktisch werk konden doen en hij wel op de kinderen zou letten. Gedurende die momenten kon hij zijn gang gaan.

Ik heb nog contact met een aantal ex-medebewoners en n.a.v. de berichtgeving in de media gaven er reeds een aantal aan dat ze slachtoffer waren van zijn handelingen. Van een aantal wist ik dit of zag het met mij eigen ogen, anderen geven bvb aan dat ze toendertijd anaal verkracht werden door de pater.

Ik (en nog enkele andere jongeren) heb dit meermaals gezegd (wat ik gezien had) tegen de toenmalige directrice en onderdirectrice. Ik weet dat ook een aantal begeleiders dit gesignaleerd hebben t.a.v. de directie.

Er gebeurde hier echter niets mee; integendeel: hij bleef maar doorgaan met zijn spelletjes …En nu, 25 jaar later, zijn velen nog getraumatiseerd over wat ze toen meemaakten … In de pers zei iemand van de Raad van Bestuur dat een zwarte bladzijde omgedraaid werd in de geschiedenis van Stella Maris. Het tegendeel is minder waar: die zwarte bladzijde ligt vol met stof omdat directie en raad van bestuur het nagelaten hebben om te reageren op de sexuele uitspattingen van hun bevriende pater

En het ergste is … de toenmalige directie zit nu nog steeds in de raad van bestuur van Stella Maris … Hoe kan men zo hypocriet zijn! Zo kan er volgens mij nooit een oplossing of heling voor de slachtoffers komen.
ex-bewoonster, Kortrijk,


20 januari 2011 om 11:45u

Naar aanleiding van de getuigenis over seksueel misbruik in het Stella-Maris weeshuis in Kortrijk, roept West-Vlaamse Jeugdzorg vzw alle mogelijke slachtoffers op om zich kenbaar te maken.

Ze kunnen zich rechtstreeks wenden tot het parket of contact opnemen met een externe vertrouwenspersoon die daarvoor is aangesteld.

Zijn naam is Linus Vanlaere:tel. 0470- 24 47 19
e-mail:
Linus.Vanlaere@gmail.com


KORTRIJK (RKnieuws.net) - De vzw West-Vlaamse Jeugdzorg heeft twee kloosterzusters uit de raad van bestuur gezet, omdat ze nalatig zijn geweest in een zaak van seksueel misbruik in het vroegere weeshuis Stella Maris in Kortrijk.

De twee zusters die nu van de vzw West-Vlaamse Jeugdzorg hun ontslag krijgen, hadden begin de jaren 90 van opvoeders klachten gekregen over een pater die kinderen misbruikte. De twee nonnen bestuurden op dat moment de instelling. Ze verboden de pater om nog in de instelling te komen, maar voor het overige hielden ze de zaak stil.

...
De algemene vergadering moet op 2 februari die beslissing wel nog goedkeuren. De beslissing komt er na meldingen van misbruik door een pater tijdens de jaren negentig.

Er liepen twee klachten binnen over de nu 88-jarige pater Albert, die in de jaren negentig op bezoek kwam in de leefgroep. Hij betastte onder meer geslachtsorganen van jongens en zat met zijn hand in de broek van minderjarigen. Begeleiders klaagden dit toen aan bij de directie en raad van bestuur. De pater werd de toegang tot de instelling geweigerd.

De huidige leiding neemt het de twee kloosterzusters, die in die periode aan de leiding stonden en ook op vandaag nog in de raad van bestuur zetelden, kwalijk dat ze met de klachten niet naar het gerecht stapten. De twee zusters weigerden om vrijwillig op te stappen. 'Daarom zal de procedure tot afzetting gestart worden, als de algemene vergadering de beslissing op 2 februari goedkeurt', aldus Leysen.

'De kloosterzusters waren niet zelf bij het seksueel misbruik betrokken maar met de beslissing wil de huidige raad van bestuur volledig afstand nemen van de gebeurtenissen uit het verleden. Er is beslist een volledige stijlbreuk door te voeren en een duidelijk signaal te geven, ook naar de eigen personeelsleden.'



De zusters reageerden met verstomming....

zaterdag, januari 08, 2011

Goed Nieuws! Orgaanhandel en de Deetman onzin

bron
bron


8-1-2011




De uitzending zondag van KRO Brandpunt over de misstanden rondom adopties uit Ethiopië gaat door, zondag 22.15 uur Ned. 2. Dat heeft de rechter vrijdag in kort geding bepaald.


De privacy van de eisers wordt voldoende beschermd, aldus de rechtbank. De klagende partij wenste vergaande aanpassingen in de uitzending, aldus de KRO. KRO Brandpunt laat in haar reportage zien dat er nog steeds heel veel mis is rondom adopties uit Ethiopië: gesjoemel met geboortebewijzen en het vervalsen van afstandsverklaringen en misleiden van biologische ouders. In deze uitzending is de reconstructie te zien van het verhaal van Betty, een Ethiopisch meisje van 12 jaar.



rapport Mensenhandel


"Het EHRM erkent heel duidelijk de organisatievrijheid van elke religieuze groepering. Wat houdt die vrijheid dan in? Volgens de rechtspraak van het EHRM betekent dit niet alleen dat elke religieuze groep vrij kan praktiseren, maar ook dat elke groep vrij de eigen bedienaren kan benoemen zonder staatsbemoeienis, en dat de eigen bedienaren hun spirituele functies vrij kunnen uitoefenen..."

Toch een geruststellend idee dat de antwoorden op dit soort vragen binnenkort getwitterd kunnen worden, is de techniek niet prachtig .

"Als de kerk haar stem niet verheft tegen uitbuiting, slavernij, onverdraagzaamheid, honger en geweld dan mag ze ook geen Gregoriaans zingen en worden haar sacramenten hol"

Tja, dat zijn 31 tekens te veel voor een twitter en wat schrap je dan? De bron?

woensdag, januari 05, 2011

Stella Maris Kortrijk en een buitengewoon domme professor die ook zijn vakliteratuur niet kent en hernieuwd demonstreert weinig van de rkk te weten.

BRUSSEL - Het gerecht onderzoekt of zusters van het tehuis Stella Maris in de jaren zestig een jongen hebben misbruikt. Het zou het eerste bekende geval van misbruik door nonnen zijn.
Van onze redacteur

Een anonieme getuigenis van een vijftiger uit Brugge stak gisteren het vuur aan de lont. Op Radio 2 West-Vlaanderen vertelde de man hoe hij in de jaren zestig van zijn vijfde tot zevende in het weeshuis Stella Maris in Kortrijk door minstens twee zusters werd misbruikt. ‘Ze kwamen me halen en dan gebeurden de seksuele handelingen. Ik moest aan hun borsten en vagina komen. We hadden ook orale seks. Soms moest ik bij hen slapen.'

Volgens de man zouden er toen nog andere jongetjes het slachtoffer zijn geworden. Dat hij pas onlangs besloot om naar het gerecht te stappen, komt naar eigen zeggen omdat hij verbaasd was dat er nog geen enkel verhaal over vrouwelijke plegers bekend was.

Als zijn verhaal klopt, zou Stella Maris inderdaad het eerste bekende schandaal van misbruik door kloosterzusters zijn in ons land. Alle klachten die de voormalige commissie-Adriaenssens vorig jaar over de Kerk kreeg, gingen over mannelijke daders.

‘Alles bestaat uiteraard', zegt Peter Adriaenssens. ‘Maar we moeten een onderscheid maken tussen een individueel geval en een weerkerend probleem. Er is mij geen studie over misbruik door zusters bekend. Voor zover ik weet, is het een randfenomeen.'

Schroom

Toch zijn er aanwijzingen dat ook misbruik door zusters vroeger geregeld voorkwam. Na de affaire-Vangheluwe kreeg Tele-Onthaal vorig jaar 350 oproepen over seksueel geweld door geestelijken. Vijf procent ging over nonnen die meisjes hadden misbruikt. ‘Dat zijn toch vijftien tot twintig gevallen', zegt Chris De Ketelbutter. ‘Dat zij zwijgen, heeft misschien te maken met de schroom om toe te geven dat ze door een vrouw werden misbruikt. Over een mannelijke dader kun je rapper zeggen dat je je niet kon verweren. Over een vrouw wordt dat minder snel geloofd.'

Omdat de man die gisteren getuigde in Brugge een klacht heeft ingediend, is het parket van Kortrijk op basis van zijn anonieme radiogetuigenis nu met een opsporingsonderzoek begonnen. Dat moet uitmaken of de feiten kloppen.

De man had het vooral over ‘zuster Germaine' en ‘zuster Cécile'. Die laatste zou de overste zijn geweest. ‘Zij was veel imposanter, minder lief ook. Ik moest op haar bed gaan zitten. Zij deed haar nachtjapon uit en stond volledig naakt in de kamer of droeg van die ouderwetse nylonkousen. Ze had enorm veel schaamhaar en drukte me tegen zich aan. Daar kreeg ik een grote afkeer van.'

‘Toen ik op mijn dertigste een dochtertje kreeg, begon er iets te breken. Ik droomde dat ik agressief was en dezelfde handelingen met haar deed. Ik kon ook lang niet verdragen dat mijn vrouw nylonkousen droeg of veel schaamhaar had. Ik ben in therapie gegaan. Dat heeft me erg geholpen, maar weggaan doet het nooit.'

De man zegt vroeger contact met Stella Maris te hebben opgenomen om erkenning te vragen. Maar een gesprek zou door de zusters geweigerd zijn.

Het tehuis werd vroeger beheerd door de Zusters Verrue. Die orde bestaat niet meer. Het tehuis Stella Maris wel. Dat behoort nu tot de vzw West-Vlaamse Jeugdzorg Stella Maris en vangt nu vooral kinderen uit problematische opvoedingssituaties op.

De huidige raad van bestuur zegt pas vorige week van het verhaal op de hoogte te zijn gebracht. Ze wil open kaart spelen en roept alle ouders en kinderen op zich te melden als zij ook het slachtoffer van misbruik zijn geweest. ‘Maar voorlopig zijn daar geen aanwijzingen voor. Laten we hopen dat het hierbij blijft', zegt de advocaat van Stella Maris, Jan Leysen.

De zusters die nog bij het tehuis betrokken zijn, zeggen nooit over de feiten te hebben gehoord. Ze kennen ook geen overste die Cécile heette. ‘Dat wil niet zeggen dat we aan het verhaal van de man twijfelen. Religieuzen namen al eens een andere naam aan als ze intraden. We gaan nu na wie de daders kunnen zijn geweest. We willen dat dit tot op het bot wordt onderzocht', aldus Leysen.

Opmerkelijk is dat de raad van bestuur vorige week ook van een ander feit van misbruik op de hoogte werd gebracht. ‘Het gaat om een voorval uit 1992, door een pater die toen regelmatig bij de kinderen op bezoek kwam. Nadat een opvoeder het misbruik toen had gemeld, werd de man de toegang tot het tehuis ontzegd.'

‘Door het nieuws van het misbruik door enkele zusters heeft de opvoeder dat verhaal opnieuw aan de huidige raad van bestuur gemeld. Wij hebben het parket gevraagd om hier gevolg aan te geven.'