Posts tonen met het label tehuizen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tehuizen. Alle posts tonen

maandag, september 25, 2017

Zr Rudolfa; papier hier

Er was er niet één die zo goed kon mopperen als Rudolfa.
Ze had er zo veel talent voor dat ze daarvan ook knap gul uitdeelde ook: ze maakte daarin volgens m,ij niet zo heel erg veel onderscheid.
Het enige onderscheid dat ze maakte was dat tussen mopperen en kankeren: ze kankerde nóóit!
Ze is ook het enige mens wat ik ken of ooit gekend heb - denk ik - die die gave had, écht had. Er waren best nonnen  bij die daar regelmatig hun best voor deden, of misschien wel hebben gedaan zonder dat ik dat door had, maar haar talent miste. Josef kwam  een heel eind in de richting, maar vloog ook regelmatig uit de bocht als ze 's avond d'r kantjes zat te klossen zodat haar collega koffie kon gaan drinken.   En dan kon ze knap vals worden ook. De enige die ik ken of ooit heb gekend die dat dan deed met een stoere snuffert: zeer tevreden met zichzelf: zo, dat had ze dan weer mooi opgelost! Orde hersteld.

Het had misschien toch handiger geweest wanneer d'een of andere goochemerd d'r eens uit had gelegd dat ze in zo'n geval een bordje met een krijtje moest gebruiken om de naam van dat kind dat ze net op zolder had gegooid even op te schrijven: Marietje  met een kruisje achter de naam. Dan wist Marietje met het kruisje tenminste dat ze alsnog flink op haar donder zou hebben kunnen krijgen edoch  dat scheelde dan toch weer een nacht op die zolder zitten, hangen, liggen of in stilte wachten
tot de volgende ochtend of - in het beste geval een paar uur later - omdat de rest van de slaapzaal in slaap was gevallen voordat er even doorgegeven kon worden dat Marietje niet in haar bed lag, zodat zo weer van die zolder afgehaald kon worden en afgedroogd naar bed kon na het afwassen van die koffiekopjes en Josef die háár kop er weer 's niet bij had gehouden.
Natuurlijk was het nóg handiger geweest wanneer zo'n goochemerd haar gewoon even had leren schreeuwen: en nu allemaal je kop dicht. Afgelopen!! Dan waren natuurlijk die 2 rijen kleintjes voor mijn rij natuurlijk waarschijnlijk wel wakker geworden, maar na het weten - al was het maar door ons gegiechel- oh, da's Josef waarschijnlijk wel weer doorgeslapen. Er waren tenslotte zo vaak geluiden waarvan je wakker werd en bepaald niet altijd gegiechel, Zelfs kopbonkers leerde je -al kon dat lang duren - verstaan. Ze niet meer horen is gebleken veel langer te duren. Die kunnen al jaren weg zijn vóór ze weer een tijdje weer langs komen.

Om Rudolfa's gemopper kon ik lachen. Misschien wel omdat zij en ik ruilden: ik kon wél kankeren en kreeg dan haar gemopper.  waarbij ze geen onderscheid des persoons maakte. 't Kon een van de nonnen zijn of een van de kinderen.
Behalve als zij slaapdienst had, op die andere zaal. Waar Angela aan de koffie wilde waarvan het best kan zijn dat God die schonk.
Ik niet in ieder geval, wat dan ook de reden was waarom Rudolfa heel zachtjes over die slaapzaal liep en je ook heel zachtjes wakker maakte.  Vaker dan zo'n 2 maal op een avond deed ze dat niet, als ze dat al haalde. Voor dat koffie tafelritueel was één oog half open doen dan ook niet nodig, daar was met open mond haar handendrilpoging ruim 10 jaar te laat voor, zoals de vakantiefilm  uit Nederhorsterberg (Altra archief)   demonstreert.  En te giechelen was er weinig, niet in die rij. Integendeel.

Vandaag is een goede dag om Rudolfa te herinneren. Wat me wel vaker gebeurt. Maar vanavond is het een goede tijd om haar te missen.
Die baai  was verkeerd en Leonora hartstikke gek ....
Maar eindeloos veel mensen blijken antwoord te kunnen geven op die vraag: was was jij toen Rudolfa ons wakker maakte omdat JFK neer was geschoten.

Rudolfa was heel bang. Maar ik mis haar. Ik had dat zo graag van haar willen kunnen gaan verstaan.
Want nu zitten mijn handen in de weg.

En met dat weten is dat Zuster Rudolfa.
En voor mij het steunbewijs van de schuld van zich een broeder noemende Amatus Meurders. 

Het spijt mij Meurders dat ik jou  die dag in Voorhout, februar 2006,  toen je je vertelde dat jij pupillen bij je in bed nam wanneer het onweerde en mij probeerde te manipuleren ik niet deed wat ik had moeten doen ! 

Dat spijt me, Dalmatius. 

Ik  kon alleen maar nee! zeggen en daarmee weggaan.
Ik was er dankzij Josef en Zuster Rudolfa te perplex voor ! 

Dank je Rudolfa, het is goed dat te weten.

zaterdag, april 06, 2013

Stelling

Het historisch   geweld en (seksueel) misbruik mogelijk en gepleegd in RKK kinderbeschermings internaten  biedt voormalige - overlevende - slachtoffers belangrijke instrumenten en een voorsprong tov  getroffenen  buiten deze setting. 

dinsdag, oktober 30, 2012

Anjer fonds roept 19 januari uit tot Nationale Zusjes Dag na stevig aan de weg getimmer door Mea Culpa United

Denkend aan Holland 
zie ik kreunende dijken 
en het kruiende ijs



Dank U voor die Bloemen
 

Na Onafhankelijk Onderzoek
 
En 
 
In een flits besefte ik 
Dat het goed gaat, 
dat het goed gaat met ons land  
Ja, het gaat goed met ons land 
Het gaat goed met ons land 
Het gaat goed met ons land 
Het gaat goed met Nederland 
Het gaat goed met ons vaderland  
Ja, het gaat goed met Nederland!...
 
Beide teksten  Ivo de Wijs 





50 jaar na datum Rome gelukkig met Nederlandse wind



"De domper van afgelopen vrijdag 26 oktober, waarbij in eerste instantie de bedoeling was dat wij als slachtoffers hier bij konden zijn was groot! Want slachtoffers konden niet gehoord worden door Opstelten en van Zanten omdat alleen de stichtingen Nederland Heelt, Skip en Klokk er bij aanwezig mochten zijn. Stichting Projeugd en Ada van stichting KOG heeft na dit nieuws donderdag nog vanalles geprobeerd om hier bij eenwezig te kunnen zijn maar ook dit was tevergeefs."


bron Mea Culpa

dinsdag, oktober 02, 2012

SPECIAL REPORT: Religious orders criticised over share of abuse pay


 Irish Examiner

Education Minister Ruairi Quinn has criticised religious orders for failing to pay their share of the compensation bill for abuse victims as the total nears €1.5bn. With internal memos showing the child abuse redress package will now cost an extra €110m, it has emerged negotiations with the religious in the past year have hit the rocks. Internal memos show the bill for dealing with child abuse in residential institutions has risen to €1.47bn, up from €1.36bn in 2011. However, writing in today’s Irish Examiner, Mr Quinn has admitted that taxpayers are picking up the majority of the tab. "I believe there is a moral obligation. I believe that fairness demands such an approach," he said. "However, the response from the religious congregations remains disappointing.

"There has been no general acceptance by the congregations that they should meet a 50% share. Instead, the taxpayer continues to shoulder the brunt of these enormous costs."

And he asked the orders to quickly release the cash that has been promised for the Statutory Fund.

"I urge those congregations involved to commit the balance of the €110m already promised quickly so that we can continue to support survivors of institutional abuse," he said. "It is the right thing to do."

Documents obtained by the Irish Examiner show there is a growing shortfall in the contribution from the 18 congregations involved with the value of their offers continuing to erode.

It has left the exposure of the taxpayers to the redress scheme at approximately €1.1bn — 50% more than the target set by the Government at a meeting with the orders in Apr 2010.

After the Ryan report was published in 2009, the orders committed to increase their contribution to €476m. But this included €235m worth of properties, which the department has now valued below €60m.

Records of difficult negotiations over the last two years, released under the Freedom of Information Act, show the Government’s commitment to share the burden equally has been met with hostility from many orders.

One of the most powerful orders, the Sisters of Mercy, told Mr Quinn that the rising costs of redress were the State’s fault, and its responsibility.

Many orders considered the Government’s policy of pursuing a 50:50 contribution as a "bridge too far" and a policy that would bankrupt them.

Divisions have also opened up within the 18 orders about the portion of cost being carried by individual congregations.

The internal papers show at various meetings the orders told Mr Quinn:

* The 50:50 target was a flawed one which the orders had no legal obligation to respond to;

* Accepting a 50:50 principal would effectively suggest all members of orders were guilty of abuse;

* The cost of redress was not shared equally among the orders or other management bodies;

* The cost of the Commission to Inquire into Child Abuse should have been kept separate from the redress bill and not be borne by the orders

Cabinet records revealed the terms of its decision to refuse a number of different alternative offers from the orders. This was due to the complexity of the arrangement or that they conferred no benefit to the State.

Successive memos show the department originally expected to have all but €20m out of €107m in cash offers by 2014. But it has now said it is unsure when €37m of the amount will be released by the orders.

maandag, oktober 01, 2012

Commissie Samson LET OP!!! Aan wie daar een melding heeft gedaan

Er lopen kennelijk een aantal zaken ook daar mis, vandaar:
aan wie daar een melding heeft gedaan: let op!

Ik heb zojuist opnieuw contact gehad met die Commissie Samson.
Door een opmerking van één van de Groenestein-mannen realiseerde ik mij, en niet voor het eerst, dat ik -opnieuw- kennelijk een bericht dat verstuurd zou zijn aan melders van die Samson cie. niet had ontvangen.
Ik heb hierop contact opgenomen met de Cie. Samson

Vandaag was daarover opnieuw contact.
Waaruit duidelijk werd dat er daar  iets mis is gegaan.
De betreffende functionaris, de Heer Rupert, was onduidelijk over de reden.
Maar hij wist wél te melden dat ik ook melding had gedaan bij Deetman.

Uit wat de Heer Rupert wél zei werd duidelijk dat er onduidelijkheid was over of ik wel tot de doelgroep van melders behoorde. Omdat ik niet "door de kinderrechter in "mijn tehuizen" zou zijn geplaatst."

Mijn ouders zijn niet uit de ouderlijke macht ontzet of zo.
Ze gingen dood...
Mijn vader niet onwaarschijnlijk mede ten gevolge van een mishandelende godsdienstgestoorde vrouw in habijt die priesters, bisschoppen en een rector aanbad maar wél 7 dagen in de week dag en nacht een groep kinderen had; het Amsterdams gemeentearchief had de Zorg die een staat niet droeg, een archiefmedewerker het boerefatsoen te zeggen wat er gezegd moest worden, een archiefdirecteur een handtekening namens de burgemeester over papieren die haast van dag tot dag beschrijven wat daar is gebeurd daarmee  mijn herinneringen bevestigdend waarmee milimeter voor milimeter  de rkk minachting voor Leven en  leugens in een staat die infantiele volwassenen, incestueuze godsbruiden met hun triomfantelijke  bruidschat,   ter gebruik bewonderde terwijl ze kinderen afschreef,  ongedaan konden en kunnen worden gemaakt 

In die jaren waren volle wezen al knap schaars, met allerlei gevolgen vandien in die koude oorlogs verzuilde samenleving (waarvan sommige naar mijn stellige overtuiging, hoewel inzichtgevend, verbijsterend  stompzinnig)

Maar of volle wezen in of buiten die  rkk nu wel of niet schaars waren betekende noch betekent dat ik daarmee niet onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Staat viel.
Het was immers allemaal "keurig geregeld" weet ik dankzij  de 2 velletjes dossier,  nog geen 1 1/2 pagina  tekst, die ik god-zij-dank!! destijds uit een doos in een tehuis-verwarmingskelder jatte, op grond waarvan ik - het ontbrak Nederland en haar Kinderbescherming  aan noodzakelijke Zorg  ("Nee, daar hebben we nog nooit over nagedacht" sprak de beleidsvrouw verbaasd) voor bewaring van binnenlandse dossiers-  mijn verleden heb kunnen (en moeten) reconstrueren,
Een zitting van een kinderrechter die een gezagsvoorziening trof: tbv de  RK Kinderbescheming Hilversum, hier heb je d'r
Waarmee  kennelijk ook het gevecht om wie moet die rekening betalen kon beginnen, of beter: op een andere manier voortgezet - kon worden,
Mijn vader,  in een samenleving waar géén weduwnaarspensioen bestond, liet mij het gezins-onderzoeksdossier én dat van De Voorzienigheid van de Armenwet na.
Hij stierf   in het proces van het vinden van het geld door De Voorzienigheid en haar nonnengeweld genoodzaakte overplaatsing hals over kop van zijn zoon die de 2 jongsten van zijn kinderen had geprobeerd te beschermen tegenover de groepsnon en haar met wapens vergroeide handen.
Broeders, ook die van Amsterdam,  blijken heel wat duurder te zijn geweest dan die nonnen en hun verpleging.

En de Staat moest haar verantwoordelijkheid nemen

Of ik daarmee de enige ben die binnen die gezagssituatie die melding deed bij de Commissie Samson dat weet ik niet,
Ik geloof ook eigenlijk niet dat ik dat persoonlijk nu en op dit moment wens te weten ook .... ik leer inmiddels de pijn van shit te doseren Daarin was en is de RKK met haar ontkenning, het geweld van het "tijdperk Deetman" met het geweld van alle leugens, ontkenning en opererette opvoering tbv. smoelen een  leerzame ervaring geweest.
En in tegenstelling tot een ELAL toestel ben ik niet plotseling uit de lucht komen vallen,  loop ik al even mee.

Lang genoeg in ieder geval om door een medewerkster van de voorganger van Cie. Stevens - het oude Hulp en Recht - (ongevraagd) geinformeerd te worden dat ze mijn melding terug hadden gevonden, lang genoeg om de leugens van Deetman over zijn onderzoek te hebben leren kennen.
Hoewel kennelijk niet lang genoeg om hierop voorbereid te zijn geweest.

Met de Heer Rupert is -in al mijn perplexheid - het concrete probleem zonder enig probleem wat dat nu betekende (de bijeenkomst maandag 8 en het congres van de 11e) geregeld.


Inmiddels is de melding hiervan ook door aan Slachtofferhulp Nederland met wie ik zojuist een gesprek had met het verzoek hierop alert te zijn.

En mocht ik de enige niet zijn die dit aangaat..en een ander dit lezen , hierbij de informatie. Ook al heb je dan, net zo min als ik, de behoefte om met vaandels te gaan lopen zwaaien: maar betreft het ook jou: controleer het bij die club van Samson, laat je niet langer ontkennen, je bent de enige niet . En gebruik jouw kanalen, jouw netwerken en communicatiemogelijkheden  om dit ook aan anderen te laten weten !

Ter informatie. Mijn melding hiervan en het verzoek hierop alert te zijn aan Slachtofferhulp Nederland - het contact via het 09 nummer - liep mn. door het optreden van de betreffende persoon daar - uit op een uitgebreider gesprek.
Dat was een vreemde maar goede ervaring. Mocht dit ook jou aangaan: doe je mond dus open, het kán, zolang jij kiest dat het kán !!

 Wanneer je mij, of hier, je reactie wilt laten weten, weet je welkom.
Maar reken ondanks dat welkom zijn even niet op een snelle  reactie hierover terug van mijn kant.

Er bestaan  geen illegale Mensen. Er bestaan  slechts idioten die dat geloven.
En daarom bestaan er dus geen illegale kinderen meer, met wie je je gang maar kunt gaan.
Maar er bestaan wél heel veel mensen die dat wél geloven.
Net zo min als kinderen sexueel misbruikt worden omdat er nu eenmaal pedo mannen bestaan
Er zijn wel héél veel idioten die dat geloven.
En heel veel -al dan niet vermeende - belangen bij dat willen (doen) geloven

En er bestaat beroerde timing...














vrijdag, juli 27, 2012

Verontschuldigingen aan Marijke en een doodschop aan de firma Klokk & Ko

Het spijt mij, Marijke.
Ik had het eerder met je over knap ingewikkelde rel die er in Driehuis  onder de oudere meiden op school heeft plaats gevonden. Ik heb daarbij ook gezegd dat ik die niet met je wenste te bespreken omdat jij daar niet bij betrokken was dus wat mij betreft ook door mij niet geinformeerd hoefde te worden.
Het gebeurde in mijn klas, waarbij ik al de jongste was, met meiden - met een uitzondering - uit andere groepen dan waarin jij zat en jij bent -zoals je kennelijk uit bronnen van anderen weet - nóg s 2 jaar jonger.

Ik zie nu, tot mijn stomme verbazing en flinke schok, dat dat wel 's heel erg fout mijnerzijds kan zijn geweest.
Het zelfs niet onmogelijk is dat wat daar gebeurt is jou en niet onmogelijk je zusje  heel erg veel leed kan hebben veroorzaakt.
Dat weet ik niet, dat kan ik niet inschatten ook, en is ook wél het laatste wat ik wil.
Desalniettemin kan ik die kans niet uit sluiten. Wellicht onderschatte ik het belang van de speelplaats, of  de broertjes en zusjes die in andere groepen (zelfs tehuizen) zaten, zoals ook in jouw groep het geval was?

En wat ik daar dan nu mee moet, wil of kan?
Geen flauw idee.
Eerst maar 's gewoon dit hardop en in alle openbaarheid duidelijk maken dus.

In  een zinnig stappenplan gaat aan stap 2 nu eenmaal stap 1 vooraf.
En inmiddels zit ik al aan stap 3. Want voor deze gedachten zijn de steunbewijzen wél te vinden!!
En verder?
Dat merk ik bij stap 4 wel

aanvulling   17.11


Marijke, stap 4 was heel hard knetteren,  dus stap 5 en het antwoord EN TOEN is interessanter

Het is, na het eerste schrikken vrij eenvoudig.
En dat zie je dan ook overal bij de tehuizen gebeuren. Met overal hetzelfde gedonder en de diep trieste resultaten. En die diep trieste resultaten kunnen heel ernstige zaken leiden.
Dat kennen we dus ook in Nederland.

Eerst maar even het praktische.


Ik heb net naar Bosbeek gebeld.
Ellen met de mooie ogen blijkt gelukkig nog steeds te leven en in goede gezondheid te zijn.
Hoewel ik niet weet wanneer Ellen precies in Driehuis kwam, ik denk in 1964, begin 65,  zou je dus (misschien wel nogmaals? geen idee) een beroep op haar kunnen doen wanneer je dat wilt. 

Ik merkte bij het maken van de hoed dat ik iets belangrijks was vergeten.
En dat zou wel 's een puzzelstukje kunnen zijn, en een knap essentiele ook, in jouw verhaal en ervaringen.
Ik heb besloten het niet te verbeteren.
Het maakt voor mij verhaal niets uit, jouw verhaal  en je verleden is je eigen verhaal en je eigen werk.
Zoals voor iedereen. 
Op Bosbeek liggen de foto's van de Voorzienigheid.
Niet onwaarschijnlijk zijn daar ook wel foto's bij van dat kloosterjubileum feest van Ursula bij, waarop Germana mét werkelijke hoed staat.


Ik adviseer je om contact met Ellen op te nemen en met haar samen die foto te zoeken en heel goed te kijken.
Wanneer je dat wilt zal ik haar een briefje schrijven over wat ik mij herinner over wat er op school is gebeurd.
Het kan niet anders dan dat Ellen voldoende hersens heeft en genoeg ervaring met mensen en de pijn uit hun kindertijd om hiermee samen oplossingen te kunnen vinden.
Zo heel erg moeilijk is 1 + 1  nu ook weer niet.


Het gebeurt ons bovendien allemaal. Ongeacht of je in een tehuis zat of niet!

Mensen, vroegere tehuis kinderen die hun eigen verleden niet op een rijtje kunnen krijgen, of geen antwoord op vragen kunnen vinden. Dat kan zijn waar heb ik gezeten, wat is er met mij gebeurd wie was er voor mij verantwoordelijk. Maar ook wat betekenen die herinneringen die ik heb, en vaak verdomd pijn doen, waar gaan die in hemelsnaam over?? 

En daar krijg je in Nederland dus nog steeds géén of nauwelijks  fatsoenlijke hulp bij. (zelfs directe tegenwerking of een grote smoel van bisdommedewerkers ofzo ).  Goddank in andere landen inmiddels  beginnend wél.
Geen mens kan zonder haar of zijn geheugen. In  en door onze tehuisverleden is ons dat afgenomen.
In onze tijd (en daarvoor) om allerlei redenen  vaak heel bewust beleid.
Maar ook vaak omdat er niet geluisterd wordt. Ook vanuit de congregaties. De grote smoel van die bisdomman was niet zo heel erg toevallig, dat volk is bang.
  
Maar het kan ook heel gewoon zijn omdat je niet begrepen wordt, of mensen daar zelf nooit aan hebben gedacht, zoals dat in elk - zelfs het meest ideale droom model gezin - ook gebeurt.
Het verschil tussen begrijpen, luisteren en kijken naar de realiteit, allereerst al tussen volwassenen en kinderen.
In een gezonde situatie knuffel je je kinderen en geniet je van ze omdat ze zo prachtig zijn wanneer het misverstand duidelijk wordt (ik heb een paar geweldige monsters ).
Onze situatie was vooral heel erg ongezond!! En heeft geleid en leidt nog steeds tot persoonlijke ellende en heel veel meer, tot simpelweg geweld en destructie.

Ook ik heb jarenlang  bij gebrek aan die normale, gezonde gezinsfunctie: uitleggen hoe iets zit, dat jarenlang alleen  moeten doen en moet dat nog steeds. Een onverantwoord, afschuwelijk, wreed en soms zelfs pervers deel van de erfenis van ons (kinderbeschermings) tehuis verleden in die knap ingewikkelde RKK periode met RKK mensen (en alle zogenaamd godsdienstige en hypocriete maatschappelijke  waanzin - én schuld en schaamte! - die daarbij hoort).

Het kan best zijn dat dat hierbij ook zo is.
Ik hoop het, eerlijk gezegd. Elk stukje puzzel dat op z'n plek ligt is er tenslotte weer 1. 
Dan blijft er nog shit zat over.

Laat maar horen of je wilt dat ik Ellen (of een professionele hulpverlener, en dat is dus niet iemand van die KLOKK en Ko) en kan dus heel goed Prof Wolters zijn of iemand van die hulpverlening bij dat Meldpunt Maar in dit geval ook niet een jurist! ) dit even laat weten, dan kan er gedacht worden aan stap 6.

Voor nu eerst maar 's effe zo.
Verder? 't Is jouw leven, over een deel van ons leven samen. En puzzelen doe je soms samen.

En mocht je, alleen of met wie dan ook besluiten dat ik gierend uit mijn nek klets, het zij zo.
Ik ben Salomon niet en met die wijsheid kan ik prima leven.

Met schuldig verzuim niet !! 

Het kan dus ook best zijn dat ik deze tekst straks of morgen nog wat verander.
Maar dat zijn dan niet de stappen.

Heb een 'n goed weekend en mocht het lukken doe dan mijn hartelijke groet dan ook aan je zus.
Vangen!

Strik voor een mammoedt en bandloze zusters








Professiefeest Ursula
(wél authentieke bronnen,
geen authentieke foto)

Hoewel geen authentieke foto zou je deze wél
kunnen zien als steunbewijs.
Germana sloeg er, achter de gesloten deur met bovenschrift SLOT  onder tranen met een eind hout goed op los.


Het kinderloon uitbetaald door Bonefatio*  via gedwongen winkelnering grootgrossierder S.






* In bezit diploma grote keuken
Kan instellingskeuken hebben geheten, maar vast géén ziekenhuiskeuken.  Daar zou ze voor zijn gezakt.
Pillen tegen de misselijkheid** achteraf werden niet verstrekt.

** Niet veroorzaakt door Smeenkes. Deze kan slechts toegeschreven worden aan Professor Starrenburg.

vrijdag, juli 20, 2012

Eeuwige Jeugd, Broeder Nikasius III

Uit Brabant! Daar had hij van kindsbeen aan
Geleerd om de hand aan de ploeg te slaan
Hij was van het slag dat kan bidden én werken
De vuist van het land en de hoeksteen der Kerke,
Doch nimmer zo eentje die uitroept : Heer ! Here !
En intussen een ander de beerput laat keren,
Want al schenkt Hij de wasdom, wij moeten het maaien !
 Dus zweette en zwoegde hij alle zijn dagen.
Maar 's avonds en 's nachts ging hij stropen en jagen.
Want het werk van de dag kon z'n vuur toch niet doven
En het oeroude bloed van de jacht kwam weer boven.

Tot de Grote Jager hem ving in Zijn strikken
Geen mens die ontsnapt aan wat Hij wil beschikken !
Zo trad hij voor altijd de kloosterpoort binnen

Daar kon hij het land van de heibloem ontginnen
En zwoegen voortaan in de wijngaard des Heren.
Maar ook al droeg hij sindsdien een soutane , jawel
Ook een kloosterling blijft in z'n oude vel.
Als de dag in de wijngaard des Heren volbracht was
Kroop het bloed weer als vroeger zodra als het nacht was.
In z'n ravenzwart toog trok hij er dan op uit
Die vrome stroper , en ving weer z'n buit,
En verborg het onder zijn kloosterkleed  - ach ! -
Voor 't speurende oog van het wettig gezag !
En de kok van het klooster, nu ja, vond het prachtig !
Zo werd hij in ere en deugd drie en tachtig
En stierf, en nu zit hij intussen te praten
Bij het hemelse kampvuur der oude soldaten:
" Want anachoreten en kardinalen
" Die luisteren nimmer naar stropersverhalen.
" Maar ik heb menige zieke, die sterven zoude,
" Een dag of wat langer in leven gehouden
" Dan de dokters en de engelen dachten
" Omdat hij tenminste zo lang wilde wachten
" Totdat ik met m'n geschiedenis klaar was,
" Die ('t blijft onder ons) voor de helft nog niet waar was.
" Maar bij eremieten en monseigneuren
" Zijn zulke verhalen aan dovemans deuren.
" Dus leve de landsknechten en de soldaten !
" Die houden van kruitdamp. Daar kunde praten ! "

" Hoera !" riep de Zwitserse garde
Met de Kurassiers van de driekleur-cocarde
" Hoera ! " riepen Landsknechten, Tempelieren,
En de Johanniters met helmvizieren,
En al die soldaten van veertig gevechten :
" Nikasius, Broedertje, jij bent de echte !
" De aalmoezenier die we altijd al zochten
" Om te luisteren naar ónze zegetochten.
" Uit hetzelfde hout is die Broeder gesneden
" Als wij, die ons leven lang strooptochten deden! "

In een uithoek des hemels daar zitten verlaten
Bij Michaëls kampvuur de oude soldaten.
En altijd, op Sint Nikasius dag
Dan houden ze samen een feestgelag
Dan wordt er een haas aan het braadspit gesmoord ;
Door de Broeder gevangen, zoals het behoort.
Want geen van die ijzervretende helden
Vangt zo listig het wild op de eeuwige velden . . .

Maar hij strikt ze dan ook met z'n hemelsblauw koord ! 

H.L. Prenen

Uit: Eeuwige Jeugd
Een feestelijke uitgave over jongens, mannen en mannenbroeders 
bij het eerste eeuwfeest der
" Congregatie van de Broeders van Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten "
1851 - 1951

Imprimatur W. Nolet, Amsterdam 27 Mei 1951


toegevoegd 22-07-2012:

donderdag, juli 19, 2012

Eeuwige Jeugd, Broeder Nikasius II

de Kruistochtridders en de Zouaven
De Soldeniers van de Zwitserse garde
De Kurasiers van de driekleur-cocarde
De Johanniters met helmvizieren.
De Landsknechten en de Tempelieren
In veertig gevechten vergrijsd en gestaald
Tenslotte door toch een schot achterhaald
En  - God weet hoe - in de hemel verdwaald.

Maar een kind kan begrijpen, wat moeten oudstrijders
Temidden van martelaars en belijders?
Wat doet een soldaat in de eeuwige vrede?
Voor hem is er weinig vertier daar te zoeken
Want, verdomd, bij die heiligen mag je niet vloeken.
De zwaarden verroesten er in de schede.
En schieten? - Ach; hoogstens met schietgebeden !

Zo zitten ze zwijgend bijeen in hun hoek
- En toch zijn ze zalig, in 't eeuwige leven, -
Maar inplaats van de duivel z'n prentenboek
- Schoppentroef, pandoer, hartenzeven,-
En een drinklied om alsmaar opnieuw te galmen
En tabak om ermee in de wolken te walmen
Is hun niet veel anders meer overgebleven
Dan een rozenkrans en het boek der psalmen
Voor 't Halleluja der hemelse koren
- O Looft den Heer met snarenspel ! -
Terwijl ze altijd nog in hun oren
Het bulderen der kanonnen horen
En het diepe gebrom van het trommelvel 

Ja, oud gedienden zijn hier niet in tel . . .

Bij toeval komt wel 'ns een pater voorbij
In een witte soutane met vleugels opzij
En een gouden getijdenboek in zijn handen ;
Blijft staan, om (de macht der gewoonte ! ) toch even
Met haastige vingers de zegen te geven
Pax vobis ! .... en ijlings weer verder te zweven. -
En een oud kurassier bromt tussen de tanden:
"Pest vobis ! " ....
               (De rest is goddank in z'n knevel gebleven.)

Op een dag kwam er wéér een, met glimmende boord om
Een ravenszwart toog en een hemelsblauw koord om.
Hij wenkte hun lachende toe uit de verte
En zonder te zegenen en te bidden
Pax vobis - viel hij als een bom in hun midden. 
't Was broeder Nikasius: "van Zeuven Smerten,
" Da's 'n Congregatie, als ge moet weten,
'' Die geven aan arme kienders te eten -
" Ik vlieg hier al dagen lang in de ronde
" Maar nu eindelijk heb ik m'n mannen gevonden,
" Een oude Broeder bij oude soldaten
"Dat gaat goed saam, en daar kunde mee praten.
"Want al die Doctoren en Kardinalen
"Die luisteren nooit naar mijn stropersverhalen
"En al die kluizenaars en begijnen
"Begrijpen geen snars van de jacht op konijnen. -

- Pardon ! zegt een heer die mij vriendelijk aangehoord heeft
En tot nu toe dit vers met geen kik nog gestoord heeft, -
Pardon (en hij tikt aan z'n hoed), mag ik wagen
Iets naders omtrent deze broeder te vragen?
Wie was hij ; wat deed hij ; waar kwam hij vandaan ? -

Waarschuwing:
een ieder die 
vooronderstelt dat 
hier een kool 
gestoofd werd
kan maar
beter maanzaad
 in Eeeklo gaan halen
 

dinsdag, juli 03, 2012

dinsdag, juni 26, 2012

Heel Cultuur St. Joseph was verziekt

Binnen Huize Sint Joseph in Heel was in de periode dat tientallen jongens onder verdachte omstandigheden stierven, sprake van een verziekte cultuur.

 De Limburger
Door onze verslaggevers
Heel

De leiding van het gesticht in Heel kampte begin jaren vijftig van de vorige eeuw met grote problemen. Binnen de muren van de instelling was sprake van seksueel misbruik van de kinderen, agressie en gedwongen nachtarbeid. Er was een machtsstrijd gaande tussen de verschillende broeders. Dat blijkt uit onderzoek van deze krant naar de omstandigheden waaronder tientallen jongens in Heel overleden.
De problemen escaleerden tussen 1950 en 1954. Dat is precies de periode dat tientallen jongens in Huize Sint Joseph stierven. Een groot deel van hen verbleef op de verpleegafdeling van broeder Andreas, die nu verantwoordelijk wordt gehouden voor de sterfgevallen. Deze ‘broeder des doods’ claimde in zijn later geschreven biografie dat hij als onervaren verpleger in Heel volledig aan zijn lot werd overgelaten. Justitie heeft nadrukkelijk naar de rol van de verantwoordelijken in die tijd bij Sint Joseph gekeken, bevestigen bronnen.

Centrale rol in de machtsstrijd van toen speelde broeder Johannes. Hij werd eind jaren vijftig veroordeeld voor seksueel misbruik van jongens in zowel Sint Joseph in Heel als Huize Meerssenhoven in Maastricht.

Johannes kreeg al in 1950 een officiële waarschuwing van de bisschop vanwege zijn ‘gezagsondermijnende gedrag’. Toch kreeg hij van 1951 tot 1955 de leiding over Sint Joseph.

In 1954 trok een aantal lekenbroeders bij de Arbeidsinspectie aan de bel over mishandelingen en slechte werkomstandigheden in Heel. Omdat met die klachten niet of nauwelijks iets werd gedaan door de congregatieleiding en het bisdom, stond de Arbeidsinspectie in 1959 opnieuw op de stoep. Toen werd ook voor het eerst gewag gemaakt van ‘de dood van 34 jeugdige verpleegden in één jaar tijd’.

De zaak verdween al snel in de doofpot.



Eén broeder die in Heel eigenhandig een einde maakt aan het leven van twintig verstandelijk gehandicapte jongens. En die daar ook nog mee wegkomt, terwijl zelfs een rechter is ingelicht. Is het realistisch? Terug in de tijd, aan de hand van betrokkenen.
door Paul Bots
Het dorp Heel in de jaren vijftig. Twee straten, veel meer is het niet.
En dan natuurlijk twee enorme instellingen. Instituten waar zwakzinnigen worden opgevangen, maar ook wezen, uit huis geplaatsten en andere kinderen met wie de maatschappij van die tijd geen raad weet.
En het is er druk. Heel druk. Ondanks het feit dat eind jaren veertig al twee grote barakken uit Zweden zijn gekocht. Het linkerdeel - het Rochuspaviljoen - is voor de tbc-patiënten, het rechterdeel - het Gerarduspaviljoen - biedt onderdak aan 'diepgestoorde bed-patiënten' en mensen die nog enigszins mobiel zijn. Op 9 maart 1953 bereikt zwakzinnigeninstelling Sint Joseph de hoogste bezetting in de geschiedenis: 447 bewoners. "Het huis was overvol. Op de slaapzalen stonden de bedden rij aan rij", meldt het jubileumboek Elk zijn tijd dat is uitgegeven bij het tachtigjarig bestaan van het instituut in 1989.

Hulpverlening is in de jaren vijftig nog vooral in handen van broeders die wel goede bedoelingen hebben, maar geen opleiding. Ze worden in het diepe gegooid. Het zijn deze broeders die vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week, tussen de vaak zwaar gehandicapte - en daardoor soms ook onhandelbare - patiënten wonen, werken en slapen. Een verstikkende situatie, blijkt uit de verhalen. 
Een oud-medewerker: "Ik kon 's avonds gewoon naar huis. Terug naar een normale situatie. Maar die broeders zaten daar constant. Let wel: het initiatief voor zo'n instituut was heel goed. Het ving kinderen op met wie niemand raad wist. Maar doordat de broeders er de hele dag tussen zaten, kreeg je excessen. Zeker als je al wat labiel was. En laat ik eerlijk zijn; er zaten genoeg broeders bij die in de gewone maatschappij niet zouden overleven."

De oplossing wordt gezocht in tucht en orde. De discipline wordt met harde hand gehandhaafd.
Oud-bewoners vertellen hoe broeders het touw dat ze om hun middel hebben, gebruiken om klappen uit te delen. Hoe de kelder wordt gebruikt om 'stoute' kinderen op te sluiten. Hoe een hele zaal vol kinderen lange tijd op de knieën moet zitten als één van hen niet geluisterd heeft. Hoe een kind in een rolstoel door een grote familieschommel vol in de buik wordt geraakt, maar toch naar school wordt gestuurd. "Tot hij bloed ging overgeven. We hebben hem nooit meer teruggezien."

Medicijnen zijn er amper. Een derde van de patiënten heeft last van epileptische aanvallen. De behandeling daarvan heeft geen prioriteit. Er is amper kennis over. Als een patiënt een aanval krijgt, slaat paniek toe. Wordt geprobeerd de patiënt hardhandig in toom te krijgen.
De enige dokter is de huisarts van Heel, Emile Verstraelen. Een goede man, zeggen mensen die met hem werkten. Het is deze huisarts die in de jaren 1952-1954 een hele reeks overlijdensaktes tekent die nu onderwerp van justitieel onderzoek zijn. Maar liefst 34 minderjarige
jongens overlijden in die periode. Zeker twintig daarvan zijn omgebracht door één broeder, stelt oud-hoofdverpleegkundige Nico van Hout die op de Gerardusafdeling werkte. Hij wordt in 1969 door broeder Augustinus in vertrouwen genomen over de handelwijze van diens voorganger. Die zou twintig jongens hebben gedood.

Van Hout klopt bij huisarts Verstraelen aan die danig met de zaak in zijn maag zit. Hij weet ervan, want hij moest de overlijdensaktes invullen en kon daarbij moeilijk iedere keer 'hartfalen' aankruisen. Dat zou opvallen. En dus is tot op de dag van vandaag in de officiële CBS-cijfers van Heel wel een sterftepiek te zien, maar is er geen enkel geval van 'onnatuurlijke dood' terug te vinden.

De houding van de huisarts is wellicht niet goed te praten, maar is wel te begrijpen aan de hand van een ander verhaal waarin hij een rol speelt. Verstraelen is later officieel 'geneesheer-directeur' bij Sint Joseph en bemoeit zich met de slechte werkomstandigheden op het terrein. Hij krijgt meteen een
reprimande van de broeders. Nog een keer 'lekken', en hij staat op straat. Het toont volgens historicia Annemieke Klijn de verhoudingen aan binnen de instelling. De arts heeft niets te zeggen.
Zo gaat het overal in de instelling, vertelt een oud-medewerker. Als je carrière wil maken, moet je de broeders te vriend houden en vooral je mond houden over alles wat je om je heen ziet. Zeker voor de medewerkers met gezin en hypotheek is dit genoeg reden om te zwijgen.

Van Hout zegt ook bij Gerard Eijsink, directeur in de jaren zestig, te hebben aangeklopt. Eijsink erkende eerder in deze krant dat bij hem het kwartje pas viel toen hij enkele weken geleden las over het onderzoek van justitie. Hij zou in de jaren tachtig toenmalig dokter Spaans op bezoek hebben gekregen met een verhaal over de sterftepiek. "Maar ik kon daar toen niets mee." Eijsink ontkende deze week voor de tv-camera's dat hij ooit was ingelicht.

Ook toenmalig voorzitter van de raad van toezicht, Gerard Wind, zou op de hoogte zijn geweest van wat Van Hout 'het ware verhaal achter Sint Joseph' noemt. Saillant: Wind was op dat moment tevens president van de Roermondse rechtbank. Een van de oud-bewoners verbaast het helemaal niets dat zelfs een rechter niks met de kwestie deed. "Justitie moet in het onderzoek eens goed naar zichzelf kijken", stelt hij. De man zat in de jaren zestig in het internaat van Sint Joseph en liep op een gegeven moment weg. "Na twee weken werd ik door de politie opgepakt. Ik vertelde ze over de misstanden, maar ze geloofden me niet. Ik moest voor de kinderrechter komen. Daar heb ik ook mijn hele verhaal verteld. Die rechter lachte me uit, en stuurde me terug."

Was nou alles kommer en kwel in de instelling? Nee, benadrukken alle betrokkenen. Er liepen vooral ook heel veel broeders rond die het beste met de kinderen voor hadden. Die er met de beste bedoelingen al hun liefde in het bijna ondoenlijk zware werk staken. Die vooral met de kracht van hun geloof heel veel konden betekenen voor de kinderen én hun ouders. Want het hebben van een gehandicapt kind werd vaak als een schande gezien. Vaak werden ze thuis in een achterkamer opgesloten. Ze waren blij als ze in Sint Joseph aandacht kregen. Verhalen die nu naar de achtergrond verdwijnen door een verzwegen gebeurtenis uit de jaren vijftig. Verzwegen uit schaamte, uit lijfsbehoud, of om de eigen broederorde te beschermen.

woensdag, juni 13, 2012

Anhörung ehemaliger bayerischer Heimkinder "Was mit uns gemacht worden ist, das wünscht man keinem"

Suddeutsche
von Dietrich Mittler 
13-6-2012

 Sie wurden geschlagen, im Keller eingesperrt und mussten Erbrochenes essen: 80 ehemalige Heimkinder berichten im bayerischen Landtag von ihrem Martyrium. Sie werfen den Behörden vor, versagt zu haben, Hilfe aus der Politik lasse noch immer auf sich warten.

Die Anhörung von ehemaligen Heimkindern im bayerischen Landtag hat am Dienstagmorgen noch gar nicht begonnen, da unterbricht eine Frauenstimme das Gemurmel im alten Senatssaal. "Wir wollen endlich für voll genommen werden, wir lassen uns nicht länger an der Nase herumführen." Es ist die Stimme von Marie-Louise Weinhold aus Oberstdorf, die demnächst 70 Jahre alt wird. Als sie als Vollwaise ins Heim kam, war sie drei Jahre alt.

 "Wir wurden von Anfang an terrorisiert", sagt sie so laut, dass es niemand überhören kann, "wir wurden geschlagen, wir wurden in den Keller eingesperrt, wenn wir das Bett nass gemacht haben, und wir mussten Erbrochenes aufessen." Wenn sie ihre Hausaufgaben nicht habe lösen können, dann habe man ihr auf die Ohren geschlagen, deswegen braucht die 69-Jährige heute ein Hörgerät. War ein Kind krank, so sei der Arzt erst geholt worden, wenn die blauen Flecken verschwunden waren. "Was mit uns gemacht worden ist, das wünscht man keinem", sagt Weinhold.

Viele um sie herum nicken - 80 Betroffene sind in den Landtag gekommen, um an diesem Tag endlich Gehör zu finden. Auslöser der Veranstaltung, so sagt Brigitte Meyer (FDP), die Vorsitzende des Sozialausschusses, seien zwei Petitionen. Auch in bayerischen Heimen sei es von 1949 bis 1975 zu eklatanten Rechtsverstößen gekommen, und fraktionsübergreifend sei klar, dass diese Übergriffe endlich aufgearbeitet werden müssten.
Dem 79-jährigen Richard Sucker aus Nürnberg, der als uneheliches Kind geboren wurde und in verschiedenen Heimen gelebt hat, treiben Meyers Worte die Zornesröte ins Gesicht. "Vor vier Jahren schon habe ich meine Petition eingegeben, und heute erst ist die erste Anhörung", sagt er. "Wenn ich gewusst hätte, wie lange das hier beim Landtag dauert, hätte ich gleich geklagt." Er frage sich, ob der Landtag wirklich so viel Arbeit habe - oder ob das Gleichgültigkeit sei.

"Das Land Bayern hat einen großen Anteil an den damaligen Erziehungsheimen und hat sich dieser Aufarbeitung zu stellen und anzunehmen", heißt es in Suckers Petition. Die Behörden seien damals ihrer Aufsichtspflicht nicht nachgekommen, sie hätten "versagt". Noch nach Jahrzehnten würden die einstigen Heimkinder unter den Misshandlungen leiden.

Die Liste an Demütigungen, die Sucker aufführt, ist lang. Er schreibt von Schlägen mit Fäusten und Gegenständen, sexuellen Übergriffen, Bestrafung bei unerlaubtem Lachen, erzwungener Arbeit und entwürdigenden medizinischen Untersuchungen bei den Mädchen auf dem gynäkologischen Stuhl. Die Petition - sie ist eine einzige Anklageschrift.

 "Unschuldig von der Kirche eingesperrt"

Eine Aufarbeitung des Geschehenen sei schier unmöglich, sagt Sucker. Die Herausgabe von Heim-Akten werde mit Hinweis auf die Verjährungsfrist verweigert. Und von den Schwestern, die eines der Heime betreiben, in denen Sucker zeitweise untergebracht war, habe er lediglich zu hören bekommen: "Wir hatten einen Erziehungsauftrag." Sucker sagt, er sei mehr als 17 Jahre lang "unschuldig von der Kirche eingesperrt worden".
 
Das schlimmste Heim sei das der Rummelsberger Anstalten in Naila bei Hof gewesen, wo er die Jahre von 1946 bis 1952 verbracht habe. "Bei jeder Nichtigkeit gab es Prügel, wenn beim Schuhappell etwa Nägel an der Schuhsohle fehlten, dann gab es so viele Schläge, wie Nägel fehlten", sagt Sucker, "Kopf zwischen die Beine geklemmt, Füße untern Stuhl, und dann drauf auf den nackten Hintern."

Der Berliner Sozialpädagoge und Universitätsprofessor Manfred Kappeler, der sich intensiv mit dem Leid der Heimkinder im Nachkriegsdeutschland auseinandergesetzt hat, bringt die Schilderungen der Betroffenen auf eine politische Formel: "Diese Kinder und Jugendlichen wurden zu Ausgelieferten. Sie hatten keine Chance, sich zu wehren." Applaus brandet auf, als er ausruft: "Und es gab keine Instanz, keine Person, die ihnen zugehört oder gar geglaubt hätte."

Kurz nach diesen Worten flüchtet ein weißhaariger Mann mit Tränen in den Augen vor die Tür. "Es kommt alles wieder hoch, es kommt alles wieder hoch", stammelt er. Er ist nicht der Einzige, der es während Kappelers Vortrag nicht mehr aushält. "Wer hat uns Kindern denn geglaubt? Keiner!", sagt ein Mann Mitte Sechzig, der für die Anhörung seinen besten Anzug aus dem Schrank geholt hat.

Psychotherapeut Kappeler setzt unterdessen seine Anklage fort: Die Heimträger hätten die ihnen anvertrauten Kinder und Jugendlichen durch Zwangsarbeit ausgebeutet. Dadurch seien in hohem Umfang Personalkosten eingespart worden - mehrstellige Milliardenbeträge auf Kosten der Schulbildung. Diese Ausbeutung sei die Hauptursache dafür, dass ein erheblicher Teil der Heimkinder keinen Schulabschluss habe. Nur ein Prozent der ehemaligen Heimkinder, so zitierte Kappeler aus einer Studie, habe eine weiterführende Schule besucht. Auch deren hohe Altersarmut erkläre sich so. Hier müsse endlich entschädigt werden - und das angemessen. Bayern, so fordert Kappeler, müsse sich im Bund dafür einsetzen, dass "das leidige Thema endlich vom Tisch" komme.

Dagegen klingt die von den Fraktionen einhellig vereinbarte Erklärung relativ harmlos. Das sei der Beginn eines Dialogs, heißt es. Und: Man bedauere "die Geschehnisse in den Kinderheimen und die damit verbundenen, teilweise lebenslangen Folgen für die Betroffenen zutiefst". Bei den Anwesenden weckt das Wut. Verbittert sind viele auch darüber, dass ihre Anhörung nicht öffentlich ist. So sagt die 61-jährige Hildegard Edwards aus Augsburg, die als 15-Jährige in ein Heim bei Schweinfurt gesteckt wurde: "Wer aufgemuckt hat, den steckten die Nonnen in eine Zelle ohne sanitäre Anlagen." Doch die Zeit des Schweigens und Sich-Duckens sei vorbei. "Ich will Gerechtigkeit", sagt sie.

zondag, mei 13, 2012

Harreveld 1948




12-2- 1948
Harreveld na de brand
kamp Eibergen

stenen bikken

  bron

zondag, mei 06, 2012

Survivors call for reopening of Redress Board


"Ik moet eerst naar mijn 'werk' want hier zijn vreemde krachten bezig mij een kopje kleiner te maken. Ik moet werken in een productie bedrijf waar.... Dit is beleid hier wanneer je bijstand aanvraagt, ik heb al een maand gewerkt in ... en daar hebben ze me gisteren eruit geschopt en nu moet ik mij melden bij de ... Ik heb zo'n sterk vermoeden dat een netwerkje bij gemeente en wat lui mij via deze weg willen aanpakken.
Dus ik..."

30-4-2012
 by Rebekah Commane

Survivors of institutional abuse are calling for the reopening of The Redress Board and for more transparency on plans for a €110 million trust fund. The Right of Place/Second Chance Group believes that many people were not ready to come forward to the Board and apply for compensation while it was open, but they may now want to do so.

In its recently published annual report, the group also called on the government to publish plans for the trust fund contributed to by 18 religious congregations.
Right of Place/Second Chance Outreach Co-ordinator for HSE West, Val Groarke, said the group is worried that the government are dragging their feet in coming up with criteria for recipients of the fund.

He urged the government to supplement the fund on an annual basis to allow survivors who have not yet come forward, to access it.
“I believe that there are a lot of people out there who didn’t get the redress,” Mr. Groarke told the Limerick Post.
“Because the government had it shut down, we’re pushing for them to reopen it and leave it open for another few years.
“Just because some of us were ready, it doesn’t mean that everyone was”.
He said that while some survivors of institutional abuse in Limerick may have received compensation from the Redress Board, the damage inflicted continues to resonate.
Mr. Groarke also called for the children of survivors to be able to access the Trust fund, explaining that what happened to survivors also affected the quality of lives of their families.

The Galway/Limerick and western offices of the support group were contacted by clients 693 times from March 2011 to February 2012, and in one-fifth of these incidents, approaches were made by the dependent of a survivor.
“Money doesn’t give you back what you lost, like an education,” Mr. Groarke continued.
“A huge amount of our people have not worked for most of their lives and a lot would have got ‘low class’ jobs.
“A lot of survivors wouldn’t be able to read or write”.

Right of Place offers outreach and support to survivors in education, health, housing, employment, welfare, social issues and much more. “If they have a problem we want them to know that there is a service here. They can just lift the phone”.
The Right of Place Limerick office is based in the Friends of the Elderly premises Carey’s Road, and is open to anyone who wishes to avail of its support. Meetings are held on Monday, Tuesday and Wednesday mornings and are open to all to call in for a cup of tea and a chat.

zaterdag, maart 31, 2012

Uit de gatverdegatverdegatverdamme notitie Deetman



Op naar de volgende stukken,heren!
Ook U bedankt, Taartjesbakker, voor wat ik van je kreeg mede waardoor ik in staat ben mijn diepe walging te weten! Neem nog maar een bordje rijst met krenten




Archiefgegevens over het niet ingediende gratieverzoek, oktober 1958.

In onderstaande regels wordt het initiatief tot en het niet indienen van een gratieverzoek in verband met een veroordeling van seksueel misbruik van (een) minderjarige(n) aan de orde gesteld. Gegevens hierover

zijn terug te vinden in twee documenten uit het archief van de Broeders van Amsterdam: de notulen van 30 oktober 1958 van de Algemene Raad, het bestuursorgaan van de congregatie, en een brief van de
Algemeen Overste aan de Bisschop van Haarlem van 1 december 1958.

In oktober 1958 zit Broeder CSD3 in de gevangenis een straf uit van drie maanden. Hij was tezamen met een medebroeder door de rechtbank in Zutphen en door het gerechtshof in Arnhem veroordeeld voor seksueel misbruik van (een) minderjarige(n). 

Broeder CSD3 betoogde – in tegenstelling tot Broeder CSD2 – dat hij onschuldig was aan wat hem ten laste was gelegd. In de Algemene Raad van 30 oktober 1958 zegt Vader Overste, dat hij de mogelijkheid open houdt dat CSD3 “inderdaad onschuldig is veroordeeld. Broeder CSDX stelt daar tegenover het feit vast, dat zij [CSD3 en CSD2] nu door 2 rechtbanken veroordeeld zijn.”
Een volgende stap in de discussie in de Algemene Raad is de mogelijkheid van een mogelijk gratieverzoek voor Broeder CSD3. “De zaak wordt moeilijker”, aldus de notulen, “nu br. [CSD3]. meent, dat hij gemakkelijk gratie had kunnen krijgen. Het gratieverzoek kon echter niet sterk gemotiveerd worden.”

Uit de later geschreven brief van de algemeen overste aan de bisschop van Haarlem (1december 1958) blijkt, dat de mogelijkheid van gratiëring ter sprake is gebracht door de advocaat van de beschuldigde broeders. Deze raadsman zei “er praktisch van overtuigd te zijn dat aan Broeder CSD3 gratie zou zijn verleend, op grond van de lichte graad van de handeling”.

In de notulen van 30 oktober 1958 is het navolgende vastgelegd over mr. V.G.M. Marijnen, op dat moment voorzitter van het bestuur van de justitiële inrichting Harreveld: “Mr. Marijnen heeft een weg gezocht, maar op advies van de Bisschop is het gratieverzoek ingetrokken.” Het bisschoppelijk advies is het gevolg van een bezoek, dat de Algemeen Overste en Broeder CSDX
medio oktober 1958 aan mgr. J.P. Huibers hebben gebracht. 

De bisschop was de toezichthouder van de diocesane congregatie van de Broeders van Amsterdam.
De bisschop, aldus in de brief van 1 december 1958, “leek [hem] geschikter” om geen gratie aan te vragen voor Broeder CSD3. Hij wilde bovendien van de Algemene Raad weten, of beide veroordeelde broeders in de congregatie konden worden gehandhaafd. 
De brief van 1 december 1958 van de algemeen overste aan de bisschop van Haarlem is teruggevonden in zowel het archief van de Broeders van Amsterdam als het archief van het bisdom Haarlem. Uit de notulen
van 30 oktober 1958 blijkt ook dat de congregatie zich bij het besluit van de bisschop neerlegt:
Broeder CSDXX, aldus de notulen van 30 oktober 1958, “verzoekt een en ander goed vast te leggen, om verwijten in de toekomst (als zou de Congregatie een kans op vrijlating verzuimd hebben) te voorkomen.”

Professor dr. J.Th.M. Bank