vrijdag, november 30, 2012

Mea Culpa, na Monster van Loch Ness nu ook Groen Onderaards Berichtenvretertje geidentificeerd?

Bron 








w v.

Vriendelijke groeten En, zou er nog nieuws zijn over “operatie kelk”?

Bericht 30/11/2012 - En, zou er nog nieuws zijn over “operatie kelk”?
Inhoud:
0. Intro
1. Controle KIB over verdwijning van 445 pv’s uit het dossier Brussel, 4/12/2012
2. Uitspraak van het 4de KIB over het antigonen/antigoneren van de onwettige
    inbeslagnames bij Aartsbisdom en Danneels op 18/12/2012.
3.
Verslag Overleggroep Slachtoffers-Kerk van 26/11/2012 om 10h in Brussel

0. Intro - Eerst was er m’n melding, 49 jaren na datum, met de oproep van Leonard als trigger om de dag nadien een mail naar Adriaenssens te zenden, dan de inbeslagname door het gerecht van m’n persoonlijke melding, een ‘aanslag’ waar ik, in tegenstelling tot een halve eeuw voordien, wel op gereageerd heb. De openlegging van mijn verhaal en dat van alle anderen aan derden, 2 weken voor het in oktober 2010 vernietigd werd door het 2de KIB, was een derde aanslag waar ik me enkel symbolisch tussen deze advocaten en m’n dossier hebben kunnen posteren, tot de politie me na oproep en onder het oog van Audenaert en Dewael met vier molesteerde. Een nieuwe melding bij het parket en een doorzending van m’n dossier naar Brussel voor verder onderzoek schuldig verzuim, zoals bij honderden anderen, veroorzaakte slechts een rimpeltje toen Minister Turtelboom meldde dat er 445 pv’s uit het dossier schuldig verzuim verdwenen zijn - “gelukkig hebben we copies maar we weten niet waar de originele dossiers zich nu bevinden”. “Misschien zijn  nu de kuisvrouwen ze aan het doornemen of maken kinderen van gerechtspersoneel er vliegtuigjes van” merkte het Laatste nieuws de dag erna op. Dat is dus de vierde aanslag op de integriteit en de privacy van de slachtoffers in dit uitdeinende en nooit-eindigende dossier waar de onderzoeksrechter en de federale politie van Brussel er alles aan gedaan hebben  en doen om het dossier op te blazen, ook al werd/wordt de kerk daarmee uit de wind gezet. Of zal december 2012 uitkomst brengen of wordt alles ook juridisch, op 0 gezet, zo overliep ik op 29/11/2012 de situatie bij de psychologe van Service Laique d’Aide aux Victimes et Justiables in Sint-Gillis Brussel die nog altijd, na anderhalf jaar, hun diensten gratis blijven aanbieden voor alle slachtoffers van seksueel misbruik in de kerk, waar zij ook wonen. Mevrouw Dahin is van haar woord voor wat ze in het parlement in januari 2011 voor de bijzondere commissie als steun aan de slachtoffers aanbood, ook voor wie er nu nog behoefte aan heeft.

1. Controle KIB over de verdwijning van 445 pv’s uit het dossier in Brussel
  

Op 4/12/2012  komt de Kamer van Inbeschuldigingstelling in Brussel (Poelaertplein 1) samen om 9h, zaal 0.25 om zich te beraden over de zaak Aartsbisdom –Danneels, in toepassing van art. 136 – 136bis van het Wetboek van Strafvordering,welteverstaan, dus over de verdwijning van 445 pv’s uit het dossier bij de onderzoeksrechter in Brussel in maart 2012, enkele dagen voor onderzoeksrechter Calewaert het dossier overnam van Wim De Troy..
  
Het controle KIB heeft zich op 30/10/2010 al over deze zaak gebogen, maar deze werd zonder verdere uitleg naar 4/12/2012 verschoven waar, in tegenstelling tot 30/10/2012 nu wel de burgerlijke partijen worden uitgenodigd alsmede de vertegenwoordigers van Aartsbisdom en Danneels. In het Wetboek van Strafvordering staat ondermeer het volgende over artikel 136 en 136bis:
Art. 136. De kamer van inbeschuldigingstelling houdt ambtshalve toezicht op het verloop van de onderzoeken, kan verslag vragen over de stand van zaken en kan kennis nemen van de dossiers…
Art 136 bis. …Indien hij oordeelt dat het noodzakelijk is voor het goede verloop van het onderzoek, de wettigheid of de regelmatigheid van de procedure, doet de procureur-generaal te allen tijde voor de kamer van inbeschuldigingstelling de vorderingen die hij nuttig acht. … De kamer van inbeschuldigingstelling kan de onderzoeksrechter in zijn verslag horen, buiten de aanwezigheid van de partijen indien zij dat nuttig acht. Zij kan eveneens de burgerlijke partij, de in verdenkinggestelde en hun advocaten horen, na kennisgeving die hen door de griffier ten laatste achtenveertig uur voor de zitting per faxpost of bij een ter post aangetekende brief wordt gedaan.”
Het kan dus zijn dat op 30/10/2012 de onderzoeksrechters reeds verhoord zijn, “buiten de aanwezigheid” van de partijen en dat de procureur generaal voor de volgende zitting van 4/12/2012 de burgerlijke partijen wilde horen.
 
Wij hebben alleszins een feitenverslag en onze besluiten neergelegd voor de zitting van 04/12/2012. Een uittreksel:
 

1.1. In eerste orde vragen wij een onderzoek en uitspraak ten gronde mbt de schending van de privacy doordat honderden pv’s, waaronder eventueel het mijne, in handen zijn (kunnen) (ge)komen van derden. De vaststelling dat deze schending van de privacy door niemand van gerecht, politiek of media werd opgepikt, toont het gebrek aan empathie voor de slachtoffers van seksueel misbruik inde kerk… Hopelijk zal het hof dit gebrek aan empathie bij de andere machten compenseren door het ten gronde onder ogen te nemen en aan de orde te stellen in haar vonnis.
 
1.2. De inbeslagnames van 475 dossiers bij de commissie Adriaenssens hebben geleid tot de nietigverklaring van alle meldingen van slachtoffers. Ook de inbeslagnames bij het Aartsbisdom en Danneels zijn onwettelijk en het KIB IV beraadt zich over het vrijgeven ervan voor verder onderzoek, uitspraak hierover op 18/12/2012. Zoals voor de inbeslagname bij de commissie Adriaenssens zal dit 4de KIB er zich over beraden of de persoonlijke melding van slachtoffers ook niet, evengoed als bij de commissie Adriaenssens, nietig dienen verklaard, ook al worden de andere stukken vrijgegeven voor verder onderzoek. De vraag stelt zich eveneens voor uw Hof of er met de verdwijning van pv’s geen sprake is van ‘opzettelijke’ verhindering van de normale rechtsgang en in feite het opblazen van het onderzoek gezien de onzorgvuldigheid waarmee met de dossiers schuldig verzuim is omgesprongen. In dit geval dient de vraag gesteld welke redenen of motieven hiervoor aan de basis kunnen liggen.
 
1.3. De schade voor de slachtoffers door deze onzorgvuldigheden, nalatigheden eventuele juridische opzettelijkheid is dramatisch op het menselijke vlak voor slachtoffers en zijn omgeving maar vraagt ook om een antwoord hoe slachtoffers zich hiertegen kunnen verweren en op wie zij zich kunnen verhalen. Ook hier kan het Hof hen richting geven.”
 
2. Uitspraak van het 4de KIB over het antigonen/antigoneren van de onwettige inbeslagnames bij Aartsbisdom en Danneels. Het antigonen of antigoneren betreft het vrijgeven van onwettig in beslag genomen materiaal voor het verdere onderzoek en het gebruik ervan voor eventuele inbeschuldigingstellingen.
 
Het 4de KIB zal 18/12/2012 om 14h
het vonnis on-line ter beschikking stellen op het internet. Het heeft dus geen zin zich hiervoor naar het gerechtsgebouw te verplaatsen. Zo vlug het ter beschikking komt zullen we het aan de e-maillijst bezorgen.
 
Op 20/11/2012 vorderde de procureur generaal om de dossiers vrij te geven voor verder onderzoek. De verschillende partijen lichtten hun besluiten toe, de ene (de Kerk) tegen, de andere (Van Steenbrugge en co) voor het vrijgeven. Wij hebben ons als burgerlijke partij niet in deze discussie gemengd maar hebben wel volgende besluiten ter plaatse voorgelegd aan de voorzitster en het Hof:
 
2.1. Als de rechtbank het dossier Aartsbisdom/Danneel antigoneert (Brusselse woordvinding) of antigoont (Gentse woordvinding) dwz vrijmaakt voor verder onderzoek, dan dient de persoonlijke informatie van slachtoffers vernietigt zoals in het vonnis mbt Adriaenssensdossiers, en dient het vonnis getoetst aan de argumenten van de 2de KIB, december 2010, waarbij de persoonlijke dossiers van de Commissie Adriaenssens nietig verklaard zijn met, ondermeer de verwijzing naar EHRM mbt privacy. Er mag dus geen sprake zijn van discriminatoire bejegening van slachtoffers, met 1. een nietigverklaring van een gelijkaardige saisine en inbeslagname bij Adriaenssens en 2. een vrijgeven voor onderzoek en aan derden van slachtofferdossiers in de in beslag genomen stukken bij Aartsbisdom en Danneels.
 
2.2. Als de rechtbank toch het volledige dossier vrijgeeft dienen alle slachtoffers wiens melding of dossier gebruikt wordt hiervan per aangetekend schrijven op de hoogte gebracht. Het kan niet dat er dossiers gebruikt worden voor verder onderzoek of vrijgegeven aan derden zonder dat de betrokkene weet dat dit gebeurt.

Met vriendelijke groeten,
Jan Hertogen

 

Verslag Overleggroep Slachtoffers-Kerk van 26/11/2012





Verslag Overleggroep Slachtoffers-Kerk van 26/11/2012
  Aanwezig: Herman Cosyns, secretaris Bisschoppenconferentie, Manu Keirse opdrachthouder bisschoppenconferentie voor contacten met slachtoffers en hun organisaties, een lid overleggroep slachtoffers-kerk.

1. Er zijn geen bijkomende agendapunten gemeld.

2. Bespreking voorgestelde agendapunten (in schuine druk) zoals rondgestuurd aan de leden van de overleggroep en de kerkelijke vertegenwoordiging


 
Agendapunt 2.1. Betrokkenheid en afvaardiging van slachtoffers in de Interdiocesane Commissie voor de Bescherming van Kinderen en Jongeren – voor doel en samenstelling van deze commissie,
Bespreking: In voorbereiding tot de werkzaamheid van voormelde Commissie zijn 
er verschillende contacten geweest met leden van de stuurgroep van de werkgroep Mensenrechten in de kerk en een ander slachtoffer ten individuele titel zo wordt medegedeeld. Er zullen evenwel geen slachtoffers op vaste wijze zetelen in de 
commissie, er kan wel ten allen tijde contact gevraagd of opgenomen worden. 
 * Afspraak 1: de Commissie zal minstens 1x per jaar een overzicht opmaken van de meldingen en opvolging van seksueel misbruik in de kerk zoals dit langs de 10 contactpunten is gemeld. Het eerste verslag is voorzien voor maart 2012 en zal ook publiek gemaakt worden en aan de pers toegezonden, evenals aan de overleggroep.

Agendapunt 2.2. Stand van zaken van de Arbitragecommissie: aantal aanvragen en opvolging met onderscheid: melding, herstelbemiddeling, verzoening, arbitrage enerzijds en erkenning zonder en met financiële regeling anderzijds. Welk is de timing van afhandeling?
Bespreking: Volgens de laatste informatie vanuit het secretariaat zijn er 600 unieke 
meldingen gebeurd maar is er (nog altijd) een stapel post niet verwerkt zodat onduidelijk 
is of dit aanvullende documenten zijn of nieuwe meldingen. 2/3 van de meldingen 
komen uit Vlaanderen, 1/3 zijn Franstalig. 
Het huidige ritme van de werkzaamheden is 2 samenkomsten per week, waarvan 1 voor Nederlandstalige en 1 voor Franstalige dossiers. 
Elk contact omvat minstens een gesprek van 1h1/2 met aanwezigheid van het 
slachtoffer. Aan dit ritme zal het nog anderhalf jaar duren voor alle dossiers zijn afgewerkt. De kerk zelf kan op geen enkele wijze de snelheid van afwerking beïnvloeden gezien het de overheid is die de middelen bepaalt (1/2 secretariaatskracht) om de opvolging te organiseren en de kerk deze moeilijk kan financieren omwille van de onafhankelijkheid van de commissie, zo stellen de kerkelijke vertegenwoordigers.
Dat momenteel nog geen overzicht kan bezorgd worden van aantal melding, een maand nadat deze zijn afgesloten is een teken aan de want dat er dringend maatregelen dienen genomen voor een vlottere afwerking van de dossiers, zo stelt de Overleggroep vast.

 * Afspraak 2: De Overleggroep Slachtoffers-Kerk zal er bij de arbitragecommissie en het wetenschappelijk comité er ten stelligste op aandringen om het ritme van de afhandeling van dossiers te verhogen tot minstens 2 dagen per week voor de Nederlandstalige dossiers en 1 voor de Franstalige. Aan een ritme van 18 dossiers per week (6 per dag aan 1,5 uur) kunnen alle dossiers op 10 maanden tijd afgewerkt worden. Daarom dient dringend een bijkomende voltijdse kracht ingeschakeld om het onvoorzien hoge aantal dossiers op te volgen en de organisatorische maatregelen te treffen. 


Agendapunt 2.3. Stand van zaken van de 10 kerkelijke contactpunten: melding, herstelbemiddeling, verzoening, dading, al of niet met financiële regeling. Wat is de timing van afhandeling van de ingediende meldingen tot nu toe?
Bespreking: Na de start van de contactpunten zijn er naar schatting een 250 tal 
meldingen gebeurd, waarvan men kan uitgaan dat het meldingen zijn die niet bij de arbitragecommissie zijn binnen gekomen. Een sluitende controle of die 
andere en unieke meldingen zijn is niet mogelijk gezien de namen van de 
melders niet gecentraliseerd worden en dus niet afgepunt kunnen worden 
op de namenlijst van alle meldingen bij de arbitragecommissie waarover 
de kerk wel beschikt. In principe zou het kunnen maar de kerk doet dit niet om
 redenen van privacy.
 
* Afspraak 3: In maart 2013 zal een volledig overzicht meegedeeld worden van het aan aantal meldingen en opvolging in de 10 contactenpunten volgens een identieke registratie in de 10 contactpunten. Gevraagd wordt door de Overleggroep om dit overzicht zo nauw mogelijk te laten aansluiten bij het registratieschema van de arbitragecommissie (en omgekeerd), met toevoeging van het al of niet gebeurd zijn van gerechtelijke opvolging in het verleden. Ook nagaan om deze overzichten minstens ook in continuïteit te stellen van de overzichten zoals opgemaakt in het rapport van de commissie Adriaenssens.
 

Agendapunt 2.3.  Is het mogelijk om tot een algemeen overzicht te komen van alle meldingen en de opvolging, Arbitrage en contactpunten samen.
      Bespreking: De opmaak van dit algemeen overzicht is vooralsnog niet mogelijk gezien de meldingen van de 10 kerkelijke contactpunten niet gecentraliseerd worden en er ook geen toets gebeurt met de lijst van de meldingen bij de Arbitragecommissie.

 Agendapunt 2.4. Is de opmaak van een algemeen overzicht mogelijk, Arbitrage, contactpunten en gerecht samen zodat duidelijk wordt wat de impact is geweest van seksueel misbruik in het verleden met aantal ‘unieke namen’ van slachtoffers.
Bespreking: Gezien er geen enkele afspraak bestaat tussen de arbitrage-
commissie, kerken  gerecht is de opmaak van een algemeen overzicht  onmogelijk. Het gerecht beschikt over de meldingen bij de Adriaenssens commissie, de Devillé-meldingen, de Halsberghedossiers, dossiers die in januari 2012 zijn verkregen langs de 30 bijkomende huiszoekingen bij bisdommen en religieuze orden, en de rechtstreeks aan het plaatselijke of federale parket overgemaakte meldingen. 
Hierbij zijn begrepen de dossiers die hetzij langs de melder, hetzij langs het bisdom gebeurd zijn aan het gerecht na de melding bij een contactpunt
Het slachtoffer wordt hier uitgenodigd zelf melding te doen bij het gerecht, indien dit niet gebeurd zal het bisdom in ieder geval de naam van de dader met omschrijving van de feiten aan het gerecht overmaken, zonder evenwel de naam van het slachtoffer te noemen. Het gerecht heeft evenwel op geen enkel punt zicht op de aanvragen bij die de arbitragecommissie, noch de slachtoffers, noch de daders. 

Er is dus niemand die op dit ogenblik een  overzicht heeft of kan maken van alle in het seksueel misbruik in de kerk vernoemde daders, niet de kerk, niet het gerecht en ook niet de arbitragecommissie die enkel zicht heeft op de bij hen gemelde dossiers, zonder evenwel te weten of hun dossiers ook bij het gerecht gekend zijn.

Agendapunt 2.5. Wat is de opvolging door de kerk of Arbitragecommissie wanneer meldingen aan de Arbitragecommissie nieuwe feiten en nieuwe daders aan het licht brengen? Worden deze door de Arbitragecommissie aan het gerecht gemeld, wordt dit door de kerk gedaan en indien niet hoe wordt het risico ingeschat van een inbeslagname door het gerecht? Worden de slachtoffers met melding aan de Arbitragecommissie hierover ingelicht, welke handelswijze wordt gevolgd?
Bespreking: Op vraag van de Overleggroep wordt het reglement van de Arbitragecommissie er bij gehaald. Er wordt vooreerst op gewezen te hebben dat in Nederland de verjaring voor seksueel misbruik is afgeschaft (juni 2011) hetgeen niet in België gebeurd is, wel een verlenging ervan. In de toelichting bij het reglement van de Arbitragecommissie staat: “De aanvrager moet het bewijs leveren dat de aangeklaagde feiten verjaard zijn. Bestaat er enige twijfel over de verjaring, dan wordt het bevoegde parket hierover ondervraagd, overeenkomstig art. 12.1., tweede streepje van het reglement. Dit bepaalt dat  “de Permanente Arbitragekamer bepaalt, op basis van de stuk ken van het dossier, of de aanvraag ontvankelijk is en of de arbitrageprocedure kan worden verder gezet” en “in geval van twijfel, kan zij het parket vragen  of een vooronderzoek, een onderzoek of een vordering hangende zijn en of daden van stuiting van de verjaring werden gesteld”. 
De info of vraag aan het parket heeft enkel tot doel om de aanvraag te filteren in verjaard of niet, dus niet om het gerecht te informeren of het gaat om nieuwe feiten, een nieuw slachtoffer en vooral ook een nieuwe dader. Het is ook de Permanente Arbitragecommissie zelf die bepaalt of er twijfel is en als er  twijfel is om het gerecht te raadplegen (kan, staat in het reglement, wordt, staat in de toelichting die hier verder gaat dan het reglement). 

De arbitragecommissie staat dus verder af van een informatie aan het gerecht dan de commissie Adriaenssens, die hierover nog een ‘afspraak’ hadden met het college van procureurs generaal, die trouwens, op elk moment toegang hadden tot alle dossiers van de commissie Adriaenssens. Is dit ook zo het geval voor de dossiers bij de arbitragecommissie of wordt de klok helemaal teruggedraaid? Wat gebeurt er met de tientallen of honderd en zoveel daders waar het gerecht niets over weet en die ook geen voorwerp zullen vormen van verder onderzoek. Stelt de bijzondere commissie, met al haar goede bedoelingen zichzelf hiermee niet meer voor schut dan zij dachten met de kerk te moeten doen?

* Afspraak 4.:  De kerk voelt zich in deze niet in de positie om verdere actie naar het gerecht te ondernemen voor de meldingen bij de arbitragecommissie, dit is de uitsluitende en autonome bevoegdheid van de commissie. De overleggroep zal aan de Wetenschappelijke commissie vragen om voor elke melding na te gaan of het gerecht in kennis is van de naam van de dader en hen hierover elke gewenste informatie te geven. Aan de slachtoffers kan gevraagd worden zelf een demarche naar het plaatselijke parket te zetten. Aan de kerk wordt gesuggereerd, om, zoals zij zelf doen bij meldingen bij de contactpunten, ook voor de meldingen en opvolging langs de arbitragecommissie, waarlangs zij dus in kennis zijn als het nieuwe daders betreft, de naam van de dader te melden bij het gerecht, zonder evenwel de naam van het slachtoffer te noemen. Of moet er een nieuwe huiszoeking gebeuren, ditmaal bij de arbitragecommissie, nu alle dossiers verzameld zijn?

Agendapunt 2.6. Welke mogelijkheid bestaat er om tot een algemeen overzicht, coördinatie, informatie en verslag te komen van daderopvolging binnen de kerkelijke bevoegdheid met respect voor de privacy van slachtoffer, dader en de gerechtelijke opvolging. Wat is in dit verband de ‘standaardopvolging’ van een dader nadat de kerk in kennis is gebracht van feiten langs eigen contactpunt, langs Arbitrage of langs gerecht? Is er een handelswijze waarbij het gerecht ook de daderopvolging van de kerk activeert, met goedkeuring van het slachtoffer, indien het een slachtoffer betreft dat niet langs Arbitrage of Contactpunt is gegaan. Indien niet dan zal de dader niet gekend zijn door de kerk en er door niemand op aangesproken worden. 
Bespreking: Langs de arbitragecommissie is de kerk op de hoogte van minstens 650 slachtoffers en daders, van 250 meldingen langs haar eigen contactpunten, en van minstens 206 meldingen bij de commissie Adriaenssens waarmee Adriaenssens nog gecommuniceerd heeft voor de opmaak van z’n rapport en het gebruik van de verhalen (143 hiervan werden met goedkeuring vande slachtoffers in het rapport weergegeven). Hierbij kunnen nog geteld de 250 dossiers die de kerk aan de bijzondere commissie gemeld heeft en waarvan 135 door de politie/gerecht zijn opgevolgd. Meer en beter dan het gerecht kan de kerk dus een overzicht opmaken en analyse doen van de daders en maatregelen nemen dat de daders geen risico meer vormen voor anderen en bv ook hun bijdrage leveren voor het fonds voor tegemoetkoming aan de slachtoffers. De kerk kan enkel optreden, na melding bij het gerecht, binnen de perken van haar eigen ‘wettelijkheid’ en voor zover zij in kennis 
zijn van feiten, slachtoffers en daders. Na alle bekommernis en bemoeienis van gerecht en politiek is niemand in staat de draagwijdte van het seksueel misbruik in beeld te brengen en te zorgen voor een gecoördineerde en sluitende daderopvolging, zo stelt de  de Overleggroep vast.


 * Afspraak 5. : Volgens de overleggroep is het vooralsnog de Interdiocesane Commissie voor de Bescherming van Kinderen en Jongeren om dit overzicht en handelswijze van de kerk mbt daders op te volgen en hierover verslag uit te brengen aan de slachtoffers en de Overleggroep. De overleggroep zal ondermeer Mieke Van Hecke (Onderwijs) , Franck Cuyt (Welzijnszorg), beide lid van hoger vermelde commissie, hiertoe nog expliciet uitnodigen. 
 
 
 

Agendapunt 2.7. Hoe kan verder onderzoek gebeuren naar het waarom en het hoe van seksueel misbruik in de kerk, naar het zwijgen van de slachtoffers gedurende jaren, naar het ontwikkelen van aangepaste (therapeutische) hulp die rekening houdt met voorgaande elementen, met de huidige ouderdom van de slachtoffers en het specifieke van de geleden trauma’s. Welke budgetten kunnen voor dit onderzoek vrijgemaakt worden, welke instituten kunnen met dit onderzoek belast worden? 
Bespreking: Vooreerst wensen de vertegenwoordigers van de kerk er op te wijzen dat, in tegenstelling tot de situatie in Nederland, een groot aantal aanbevelingen van de commissie Deetman in België al in praktijk gebracht zijn. Ook zou het  te vroeg zijn om al terug te kijken omdat best het geheel van de aanvragen  bij de Arbitragecommissie en de afwerking ervan afgewacht wordt.
 Daartegenover doet de Overleggroep het voorstel om op korte termijn een onderzoek ten gronde op te starten naar het waarom, het hoe en waarbinnen van het seksueel misbruik in de kerk, en naar het waarom van het zwijgen van de slachtoffers, de medepriesters, en de kerk zelf en naar een aangepaste specifieke therapeutische benadering van oudere mensen die nu pas hiermee naar buiten zijn getreden binnen de vertrouwelijk van commissies en gerecht.

* Afspraak 6. : De overleggroep zal aan universitaire instituten vragen een ontwerp van onderzoek met budget op te maken zodat hierover verder kan nagedacht en financieel geworven worden. Concreet zouden minsten de financiële middelen dienen verzameld voor 2 voltijdse wetenschappelijk krachten met een halftijdse administratieve kracht gedurende 2 jaar. Manu Keirse zou nagaan op welk budget dit zou neerkomen in man/vrouwdagen, met verrekening van enige anciënniteit voor de onderzoekers.


Agendapunt 2.7. Hoe kan continuïteit gegeven, ook voor de slachtoffers, van regelmatige info over alle voorgaande punten met inbegrip van aantal meldingen, opvolging en totaal aan uitgekeerde bedragen.
Bespreking: De Arbitragecommissie staat in voor z’n eigen verslaggeving, de Interdiocesane Commissie voor de Bescherming van Kinderen en Jongeren voor de info aan de slachtoffers, de Overleggroep en het publiek. 
 
Agendapunt 2.8. Andere punten
Geen andere punten
  
Met vriendelijke groeten,
 Jan Hertogen,

lid Overleggroep Slachtoffers-Kerk

Human rights en NFB.ca The Invisible Nation and Last Chance Free streaming

       On November 30, we will be   releasing Richard Desjardins and Robert Monderie’s The Invisible Nation, a doc about the Algonquins of Quebec’s difficult reality.

The film, which brings the history of this people to the screen for the first time, won the 2008 Jutra for Best Documentary.

To mark our support of Human Rights Day on December 10, we will be offering special human rights-focused programming on NFB.ca starting on Friday, November 30 and culminating on Monday, December 10. All week, films devoted to topics such as Armenian identity, Iranian political refugees, or racism in the fashion industry will be featured. This programming will be bookended by 2 NFB exclusives available for the first time online for free, The Invisible Nation and Last Chance.

Every year, Human Rights Day is celebrated across the world.
The date marks the United Nation’s adoption, in 1948, of the Universal Declaration of Human Rights, both the first global statement for human rights and one of the UN’s very first achievements (it was founded in 1945). The Universal Declaration of Human Rights is comprised of 30 articles. The first 2 encapsulate its spirit and tone:
Article 1 All human beings are born free and equal in dignity and rights. They are endowed with reason and conscience and should act towards one another in a spirit of brotherhood.

Article 2 Everyone is entitled to all the rights and freedoms set forth in this Declaration, without distinction of any kind, such as race, colour, sex, language, religion, political or other opinion, national or social origin, property, birth or other status. Furthermore, no distinction shall be made on the basis of the political, jurisdictional or international status of the country or territory to which a person belongs, whether it be independent, trust, non-self-governing or under any other limitation of sovereignty.
Since its founding, in 1939, the Film Board has been instrumental in documenting inequalities borne, regrettably, of these very distinctions of “race, colour, sex, language, religion, political or other opinion, national or social origin,” etc. The result is a film collection that reflects the full spectrum of human life, both here in Canada and abroad.

woensdag, november 28, 2012

We are an international Congregation










Bad girls do the best sheets; communistische troostmeisjes en buidelmammoeten in Brussel



Ik hoop dat we binnenkort eens goed gaan betogen. Ik hoop ten andere dat het dan geen keien uit de grond zal vriezen, want ik ben van plan om mee te stappen in een tenue dat een flink stuk been zal laten zien. Verder hoop ik op een entourage van duizenden dappere vrouwen die zich zullen kleden zoals ze willen. U ziet: ik hoop op veel. En ik wil mij niet laten ontmoedigen door doemdenkers die zeggen dat het geen ene moer zal uithalen. Ik hoop voorts ook dat er, in navolging van 'Walk a Mile in Her Shoes' - een beweging in Canada en de VS -, ook duizenden deftige mannen zullen meelopen met hoge hakken, of gewoon hun lippen zullen stiften als teken van solidariteit. Ik hoop dat homo's, hetero's, transgenders, grootmoeders, -vaders en alle neven en nichten er ook zullen zijn. Pastoors en imams. Brandweer, leger, zwaantjes, Voil jeanetten: allemaal mogen ze mee, maar ze moeten beleefd blijven.
We hebben ten andere ook nooit willen provoceren toen we in een fleurig jurkje deze zomer door Brussel wandelden en voor hoer versleten werden. Toen we in onze auto aan een stoplicht het teken kregen dat we dra zouden gekeeld worden, godweetwaarom.
 Of toen we hand in hand met ons lief over een pleintje drentelden en moesten gaan lopen. Toen we ietwat aangeschoten van onze doop terugkwamen, in een onnozele rok van mémé, met jarretelles en een pruik scheef over onze oren, en we daarvoor afgetuigd werden. We hebben nooit willen provoceren, nee, want dit is gewoonweg hoe wij zijn. Kijk, we hebben verdomme onze plaats nooit willen opeisen, want we hadden al een plaats. Zo is het hoe wij hier willen leven, met onze eigen capriolen, in een ruimte die van iedereen is.


 rest van de Opinie van Els De Pauw

Martello Priesters Pius X fraterniteit oefenen geen geldig ambt uit

Appelation controlée

28 november 2012

De commissie herhaalt het standpunt van paus Benedictus XVI uit 2009 dat zolang de standpunten inzake de leer met de traditionalisten niet zijn uitgeklaard de fraterniteit geen enkel canonisch statuut heeft in de Kerk en haar bedienaars, zelfs al is hun kerkelijke straf ongedaan gemaakt, geen enkele functie in de Kerk wettig uitoefenen.

vrijdag, november 23, 2012

Thanks giving

Marcelo de Melo 2012

Canada TRC Aabiding gii-ayaawag niizh ikwewag: mindimooyenh, odaanisan bezhig.







Eagle Lake NW Ontario  First Nation Community Centre




Watch Dryden-Area Hearings  from trc_cvr at livestream.com
Aabiding gii-ayaawag niizh ikwewag: mindimooyenh, odaanisan bezhig.
Iwidi Chi-achaabaaning akeyaa gii-onjibaawag.
Inashke naa mewinzha gii-aawan, mii eta go imaa sa wiigiwaaming gaa-taawaad igo.
Mii dash iwapii, aabiding igo gii-awi-bagida'waawaad, giigoonyan wii-amwaawaad.

Once there were two women: an old lady, and one of her daughters.
They were from over there towards Inger.
See now, it was long ago; they just lived there in a wigwam.
And at that time, once they went net-fishing; they intended to eat fish.


Mercury dumping halted in 1970 but symptoms persist



Valkenswaard Agnus Dei Stichting IPN voor kinderen definitief misbaar

klik
Agnus Dei,  school onder toezicht van Stichting IPN, gaat tgv. sexueel misbruik definitief dicht.
 

Zo vallen kinderen en omgeving weer samen. 

Voor overige activiteiten van Stichting IPN op het gebied van zorg en aandacht voor jongeren en informatie over IPN, klik hier.

voor ritueel slachten klik  hier  


Voor toezicht in Nederland op het gebied van zorg en aandacht   voor kinderen  klik hier  
Bron:

From today, a comprehensive record of personal stories from more than 200 Forgotten Australians and Former Child Migrants will have a permanent place in the National Library of Australia.
On the third anniversary of the National Apology to the Forgotten Australians and Former Child Migrants, Labor Senator for Queensland, Claire Moore, launched the National Library’s oral history project and a new commemorative booklet – You can’t forget things like that.
 
The Australian Government provided $1.7 million to the National Library for the project, which has been completed over three years and with more than 600 hours of interviews with care leavers about their experiences as children in foster homes and institutional care.
More than 200 interviews with care leavers, advocates, welfare officers and former employees of these institutions will now be permanently held in the National Library – a lasting record of the terrible abuse and neglect that Forgotten Australians and Former Child Migrants suffered while in out-of-home care last century. The stories will be preserved in the library and publicly available, together with the commemorative booklet. More than 100 of these interviews can be accessed at www.nla.gov.au.  

The National Apology, delivered on behalf of the entire nation, acknowledged the trauma and hurt that was experienced by the estimated 500,000 Forgotten Australians and 7000 Former Child Migrants who grew up in institutional ‘care’, and opened a new chapter of understanding and healing. Since then, the Government’s initiatives have included: A national network of Find and Connect support services providing personalised support and counselling, assistance with obtaining personal records and tracing and reconnecting with family; Phone support from Find and Connect specialist staff through a new national hotline – 1800 16 11 09; The Find and Connect web resource, www.findandconnect.gov.au, to help Forgotten Australians and Former Child Migrants find records held by past care providers and government agencies; and The National Museum of Australia exhibition – Life in children’s homes and institutions – which tells the stories of Forgotten Australians and Former Child Migrants. Also to mark the third anniversary, a permanent calligraphy display of the National Apology is being showcased for visitors to Parliament House. The anniversary of the Apology to the Forgotten Australians and Former Child Migrants comes after the Prime Minister’s announcement this week that the Government would recommend to the Governor General the establishment of a Royal Commission into instances and allegations of child sexual abuse that occurred while children were in the care of church, state and non-government institutions in Australia. Many Forgotten Australians and former child migrants experienced terrible sexual abuse while in ‘care’ in the last century and this Royal Commission will investigate the responses by institutions to this abuse, and how these children were let down by those responsible for their welfare.  
While we can’t change the past, or erase the hurt that comes with it, we can help to heal the legacy of lost childhoods.  
The Royal Commission on Child Sexual Abuse can be contacted on 1800 099 340 or royalcommissionsecretariat@pmc.gov.au. You can visit the Commission’s website at: http://www.dpmc.gov.au/child_abuse_royal_commission.


Where are the children 

Kinderhandel ; Advocaat verdient zijn geld aan kommaneuken over de rug van pleegkinderen Terebint



RTV Oost
  22 november 2012 |
 
Vraag "Dus die kinderen die zijn geintervieuwd voor het onderzoek die liegen? "

Antwoord Roel van Faassen, advocaat De Terebint: "Dat weet ik niet.
Feit is dat de Willem Schrikker  stichting achter een aantal aangiftes aan loopt waarvan Justitie op dit moment zegt daart zijn wij nog mee bezig in de loop van het onderzoek en Justitie heeft daar nog geen consequenties aan verbonden dus ik kan ook ook moeilijk iets zeggen over aangiftes die op dit moment nog geverifieerd worden door het OM."

Het is echt heel simpel, hoor, hoezo kun je daar niks over zeggen Heer van Faassen?
Je kunt op heel veel manieren genaaid worden. 
Deze manier heet kommaneuken.
En wanneer dat gebeurt over de ruggen van kinderen is dat misdadig.

Jij bent dus waar het gaat over Zorg voor kinderen een aanfluiting van een advocaat, het komt blijkbaar niet eens in je hersens op dat  een beetje hygienisch denkend mens  nu  nog maar één keuze heeft te maken. En dat is niet om er ook nog 's van te vreten.

Dát hebben er kennelijk al méér dan genoeg gedaan.



donderdag, november 22, 2012

50 jr. Vaticaan II Grootouders laten hun kleinzoon onderduiken

Meerdere zaken hebben eraan bijgedragen dat de cliënten van de gezinsvoogden, de ouders en de kinderen, zich niet serieus genomen voelden door de WSJ. Belangrijkste redenen hiervoor zijn dat signalen en klachten van ouders over De Loot niet werden opgepakt en dat ouders soms niet werden geïnformeerd over belangrijke zaken aangaande hun kinderen. Verschillende ouders hebben geprotesteerd tegen de plaatsing in De Loot vanwege de strenge evangelische achtergrond van het gezinshuis, maar dit heeft niet tot gevolg gehad dat kinderen elders werden geplaatst.


"...
Het is inmiddels een sekte geworden. En die sekte wordt nog steeds door de overheid via het PGB gefinancierd daarover heb ik geklaagd bij zowel het Zorgkantoor als bij de Inspectie
Er kunnen nog kinderen geplaatst worden?
Er kunnen nog kinderen geplaatst worden en er zitten ook nog kinderen, ja  "

ZUTPHEN - De 13-jarige jongen in Zutphen die dinsdag 'op de vlucht sloeg' voor Jeugdzorg is al die dagen door zijn opa en oma verstopt.
Terwijl de politie zocht naar de jongen, zat hij bij vrienden van het echtpaar in Arnhem. "We hebben liever een verstopt kleinkind, dan een dood kleinkind", zegt grootvader Bob Cohen. "Als hij naar dat pleeggezin had gemoeten was hij doorgedraaid."

Dinsdagochtend vroeg verborg het echtpaar de jongen om een aanstaande uithuisplaatsing te voorkomen. Ze gaven hem op als vermist en hielden die leugen drie dagen vol. Nadat het gerechtshof in Arnhem donderdag oordeelde dat de uithuisplaatsing voorlopig van de baan was en de jongen alsnog tot eind dit jaar bij zijn grootouders mocht blijven, haalden ze hem 's avonds terug naar huis. Toen de politie het gezin een kwartier later bezocht kwam uit dat de grootouders al die tijd hadden gelogen. Daarop werden de grootouders en het kind meegenomen voor verhoor. In overleg met de officier van justitie en het Bureau Jeugdzorg Gelderland is de jongen diezelfde nacht alsnog uit huis geplaatst. "Nu zijn we hem echt kwijt", vreest de grootvader. 

Volgens Jeugdzorg was de uithuisplaatsing noodzakelijk omdat er een onhoudbare situatie is ontstaan. "Nu de grootouders zelf achter zijn verdwijning zaten is de druk op de jongen nog meer opgevoerd. We moeten aan zijn veiligheid denken", zegt een woordvoerder. De jeugdinstelling heeft aangifte gedaan tegen wie de minderjarige jongen opzettelijk heeft onttrokken aan het wettelijk gezag. Daarnaast wordt versneld een rechtszitting aangevraagd om te bepalen wat nu het beste is voor de jongen. Die zitting stond eerst voor begin volgend jaar gepland.



Zouden Islamitische gezinnen in Rotterdam ook het recht op pleegoudersschap hebben?

De Terebint en de hakken van Willem Schrikker 'Kinderen die uit huis zijn geplaatst, belandden in nog onveiligere situatie'

Intern onderzoek bij WSP en WSJ naar het handelen na signalen van kindermishandeling

De WSP heeft de signalen die vanaf april 2009 bekend waren over de situatie in De Loot opgevat als opvoedingsproblemen en opvoedmoeheid. Op dit moment was de WSP nog niet van indruk dat er sprake was van mishandeling. Naar aanleiding van de signalen heeft de WSP extra begeleiding ingezet voor pleegmoeder, één kind overgeplaatst en nieuwe afspraken met de Terebint gemaakt. Vanaf oktober 2010, toen de pleegkinderen hun verhaal vertelden, was bij de WSP wel bekend dat er sprake was geweest van mishandeling. De WSP heeft deze signalen intern besproken en heeft één van de twee gezinsvoogden ingelicht. WSP heeft besloten dat verdere actie, anders dan extra begeleiding van de pleegouders, op dat moment niet wenselijk was omdat de kinderen op dat moment in een stabiele en veilige situatie verkeerden.


De gezinsvoogden hebben op 9 mei melding gedaan bij de politie van mishandeling door pleegmoeder. Op 14 juni wordt deze melding geformaliseerd tot een aangifte. In het overleg op 15 mei is bij sommige ouders het idee ontstaan dat WSG geen aangifte wilde doen, en dat ook ouders werd aangeraden dit niet te doen. Andere ouders weerspreken dit en geven aan dat WSG hen heeft geadviseerd de melding om te zetten in formele aangifte. Ook volgens aanwezigen van de WSG is dit het advies van de WSG geweest. Moeder van twee van de kinderen en grootvader van de twee andere kinderen hadden al voor het plaatsvinden van deze bijeenkomst aangifte en melding3 gedaan over de mishandeling door pleegmoeder.
 

Het kind dat slachtoffer is geworden van seksueel misbruik heeft ondersteund door haar gezinsvoogd op 15 juni aangifte gedaan.

Het Openbaar Ministerie kan nog niet zeggen of er een strafrechtelijke vervolging komt inzake opvanghuis De Loot in Nieuwleusen. De oud-pleegmoeder van De Loot wordt door een aantal pleegkinderen beschuldigd van mishandeling.

De Loot is onderdeel van stichting De Terebint in Punthorst, een stichting die christelijke hulp biedt aan mensen met persoonlijke- en levensproblemen. Bij het OM liggen nu meer dan vijf aangiften tegen De Loot/De Terebint, maar aangezien het onderzoek nog loopt is een exact aantal niet te noemen. Ook is nog niet bekend wanneer er meer duidelijkheid komt over een mogelijke strafvervolging.

Stichting De Terebint verwijst naar hun advocaat voor een reactie, maar die was nog niet bereikbaar voor commentaar op de uitkomst van het onderzoek van de William Schrikker Groep.


Fase 1: 1997 – 2009

 Eerste plaatsing in gezinshuis De Loot In 1997 vond de eerste pleegzorgplaatsing vanuit de WSG in De Loot plaats. Deze plaatsing is tot stand gekomen doordat twee kinderen met hun moeder op vrijwillige basis in gezinshuis De Loot woonden. Stichting De Terebint deed melding bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), omdat moeder meerdere malen uit het gezinshuis weggelopen was. In 1997 adviseerde de RvdK een OTS met een machtiging uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg, zodat de kinderen in De Loot konden blijven wonen. De rechter sprak hierop een uithuisplaatsing uit maar nam de bezwaren van de biologische moeder van kinderen A en B tegen de plaatsing in De Loot, op basis van geloofsovertuiging, over. Na een onderzoek door het ABJ heeft de WSG echter geconcludeerd dat het niet in het belang van de kinderen was hen uit De Loot te plaatsen en zijn de kinderen in het gezinshuis gebleven.
Pleegmoeder, die al langer leiding gaf aan de Loot, ging vanaf juli 1997 als pleegmoeder fungeren. In het huis woonden op dat moment ook andere gezinnen met hun kinderen die opgevangen werden door De Terebint.

De uitvoering van de jeugdbescherming kenmerkt zich in een aantal gevallen door veel wisselingen (tot wel zeven verschillende gezinsvoogden per gezin).
'Op een dag stond er dan gewoon een nieuwe voogd op de stoep, waar je opnieuw je verhaal aan kon doen. Voogden kwamen, gingen en zagen niet weerom. Dat is hoe het was. Hoezo, stukje aandacht?'


'De voogden zijn altijd 'langdurig ziek', dat is standaard. En dan krijg je weer een nieuwe, zonder uitleg.'
Andere klacht van de ouders, geïnterviewde pupil maar ook de gezinsvoogden zelf, is dat de gezinsvoogden zeer weinig contact hadden met de pupillen in De Loot, waardoor het voor de kinderen ook lastig was om hun verhaal te vertellen. Een pupil zei hierover: 'De gezinsvoogden kwamen als wij op school zaten, ik zag ze nooit. ' 
Ook interviews met ouders en grootouders en gezinsvoogden bevestigden het beeld dat gezinsvoogden weinig tijd namen om kinderen apart te spreken. 
Het geringe face-to-face contact met de pupillen in een pleeggezin is niet conform de procedures geweest.
...
De WSP heeft gedurende de plaatsingen in deze periode één expliciet signaal van mishandeling gekregen, door middel van een brief (van17 februari 2003) aan de klachtencommissie van de WSG. De signalen die in de brief naar voren zijn gebracht, zijn niet conform de procedures opgepakt. Daarnaast heeft de WSP in deze periode brede signalen van gedragsproblemen bij pleegkinderen gekregen. De professionals van de pleegzorg hebben op basis van deze signalen geen melding gedaan van mishandeling of als zodanig gehandeld. Wel zijn in deze periode vijf kinderen na constatering dat er sprake was van gedragsproblemen en conflict met pleegmoeder uit De Loot geplaatst.

De WSJ heeft in deze periode diverse signalen ontvangen variërend van gedragsproblematiek tot expliciete signalen over kindermishandeling. Dit blijkt zowel uit de dossiers als uit interviews met de ouders van de kinderen en één van de pupillen. Via verschillende bronnen (kinderen, ouders, derden) kwamen gedragssignalen bij WSJ terecht die erop duidden dat het niet goed ging met de kinderen. 


Daarnaast kwamen in deze periode, ook via verschillende bronnen, expliciete signalen van kindermishandeling naar voren over meerdere pleegkinderen in De Loot. Het ging om signalen dat kinderen hardhandig werden aangepakt en geslagen door pleegmoeder en medebewoners, maar ook om bredere signalen van misstanden bij stichting De Terebint en de aard van de situatie in De Loot. Deze signalen zijn bij verschillende gezinsvoogden terecht gekomen. De bevindingen wijzen er niet op dat door de jeugdbeschermers naar aanleiding van de expliciete signalen de acties zijn ondernomen die zijn voorgeschreven in de procedures. Naar aanleiding van brede signalen van probleemgedrag is in een aantal gevallen nader onderzoek ingesteld. Hierin is de vraagstelling nooit geweest of sprake was van mishandeling. Deze onderzoeken gaven vervolgens ook geen aanleiding voor sterke vermoedens van kindermishandeling.


Excuses William Schrikker Groep
De William Schrikker Groep heeft zijn excuses aangeboden aan de pleegkinderen voor het leed dat hen is aangedaan, onder toezicht van de Schrikker Groep. De jeugdzorgorganisatie heeft de hand in eigen boezem gestoken en gezegd dat zij fouten hebben gemaakt in de controle op de plaatsingen en de screening van de toenmalige pleegmoeder, waartegen nu aangifte is gedaan. Er was sprake van een tunnelvisie en gebrek aan goede communicatie en controle.



Onvoldoende zorgvuldig onderzoek naar veiligheid plaatsing
Bij de eerste plaatsing in gezinshuis De Loot (1997) is onvoldoende zorgvuldig onderzocht of de veiligheid van de kinderen gewaarborgd zou zijn na plaatsing. Er is geen onderzoek gedaan naar de medebewoners in De Loot, waardoor geen beeld bekend was van hun achtergrond. Ditzelfde geldt voor de medewerkers van Stichting De Terebint. Hierdoor zijn de kinderen in een situatie geplaatst waarin zij woonden bij volwassenen die zonder screening door de WSG een rol gingen spelen in de opvoeding van de kinderen.

Geen aandacht voor risicofactoren uit onderzoek
Vanuit het netwerkonderzoek kwamen risicofactoren naar boven waaraan geen consequenties zijn verbonden bij plaatsing en verdere begeleiding van de plaatsing. Zo kwam naar voren dat pleegmoeder zelf patiënt was geweest bij De Terebint en dat pleegmoeder in de opvoeding soms gebruik maakt van fysieke straffen. Ook werd duidelijk dat de constructie met De Terebint en de verhouding van pleegmoeder tot de bestuurders van de stichting een aandachtspunt waren. Deze
punten worden in het netwerkverslag beschreven maar vormden geen aanleiding voor afkeuring van de pleegzorgplaatsing of extra begeleidingsmaatregelen.

Groot aantal plaatsingen in korte periode
Na de eerste plaatsing van twee kinderen in De Loot, heeft de WSP nog acht andere pleegkinderen in De Loot geplaatst, ondanks dat pleegmoeder bij de eerste pleegkinderen al signalen gaf van gebrek aan draagkracht. In de periode oktober 2002 tot maart 2003 heeft de WSP zes kinderen in De Loot bijgeplaatst in het kader van ‘perspectief biedende plaatsingen’. De plaatsing van een dergelijk groot aantal kinderen in één pleeggezin was niet conform het toen geldende Besluit Kwaliteitsregels voor Jeugdhulpverlening (1996), waarin een maximum van drie pleegkinderen is vastgesteld4. De reden waarom hiervan werd afgeweken is niet in de dossiers verwoord.
Ook zijn er – totdat hierover afspraken zijn gemaakt met pleegmoeder in 2009 – bewoners en ook pleegkinderen vanuit andere organisaties in De Loot komen wonen buiten weten van WSP om.