dinsdag, augustus 23, 2011

Anonieme meldlijn succesvol, tips seksueel misbruik flink gestegen

NRC
23-8-2011
Jules Seegers

Het aantal anonieme tips over seksueel misbruik is sterk gestegen. Bij de tiplijn Meld Misdaad Anoniem kwamen de eerste helft van dit jaar vijftig meldingen binnen, anderhalf keer zoveel als in het eerste halfjaar van 2010. Dat blijkt vandaag uit de halfjaarcijfers van de tiplijn. In totaal kwamen 6330 tips binnen.

Toename meldingen gedwongen prostitutie ruim 50 procent

In Zaanstad en Amsterdam werden vier mensenhandelaren en een escortbureau opgerold. Verder werden onderzoeken opgestart naar illegale bordelen in Tilburg en Amersfoort en twee websites van een illegaal escortbureau.

Het aantal meldingen over gedwongen prostitutie steeg naar 36, een stijging van 57 procent. De stijging komt mede doordat in Utrecht en Amsterdam een campagne is gevoerd om klanten van prostituees en hulpverleners op de tiplijn te wijzen. Dat leidde in Utrecht tot vijf bruikbare tips.

Meeste tips gaan over drugshandel

Verreweg de meeste meldingen gaan over drugshandel. Van de 6330 serieuze tips gingen er 3743 hierover, een stijging van negen procent. Het aantal meldingen over moord- en doodslag steeg met twintig procent naar 118.

Sinds de lijn in 2002 werd opgericht, zijn er meer dan honderdduizend meldingen binnengekomen. Die ‘mijlpaal’ werd het afgelopen halfjaar bereikt.

Afrikaanse elegie prenatal

ik sta te dromen op de brug
ik zie de bomen in het water
ik zie de lucht en even later
drijven onophoudelijk
borrelend
stammen door
en krokodillen

New technology has helped the spread of prostitution into rural areas with pimps and traffickers now in a position to monitor women working in some of Ireland’s smallest communities, Ruhama said today.

The agency, which helps women involved in prostitution, said mobile phones and the internet were increasingly being used to advertise the "thriving" sale of sex and that it could be bought from as many as 1,000 women at any given time in Ireland.

“Women are moved quickly and sometimes frequently and the criminals involved remain at arms length hiding behind a computer screen,” Ruhama said in its annual report.

It said the sex industry had become “more high tech” with information on women’s “movements, numbers of buyers, the amount of cash changing hands immediately available to pimps and traffickers even if they are not on site”.

Ruhama said it worked with 204 women involved in prostitution last year, a 4 per cent increase on 2009.

The majority of new cases it was alerted to involved women working as escorts or in brothels but there was also a 9 per cent increase in the number of women working the streets and seeking help.

Ruhama said it helped 140 women from 31 countries with matters such as accommodation, health, addiction and negotiating the criminal justice system in 2010.

It said that 61 per cent of those trafficked into Ireland for sex came from Nigeria with clients also coming from countries such as Romania, Cameroon, Albania, Moldova and Ghana.

Ruhama chief executive Sarah Benson said prostitution and trafficking in Ireland was now of a “truly global nature”.

“The women Ruhama works with come from very diverse backgrounds and experiences they also often have a great deal in common,” she said. “Most are vulnerable migrant women or marginalised Irish nationals, experience economic difficulties especially debt, some have addiction or childhood abuse issues.”

Ruhama also helped a number of women who provided testimony in trials against pimps and traffickers, including the case of Thomas Joseph (TJ) Carroll, who was convicted and is now serving seven years in a Welsh jail for a string of offences relating to brothels he kept in both the Republic and the North.

Their trial heard that Carroll recruited women who were economically vulnerable from South America, Portugal and Nigeria. Six of the women were trafficked and forced into prostitution.

Ms Benson said Irish vice laws should be reformed and that the criminal burden should be placed on those paying for sex and not those selling.

“The focus has rightly turned in recent times, from the women and girls, and the small number of men and boys who are in prostitution towards those who are profiting,” she said.

“This includes of course the buyers. The sex trade is a multi-million euro industry in Ireland fuelled by their demand. A positive step in overcoming this growth in the sex trade would be to stem demand by criminalising the buyers through legislative change.”

maandag, augustus 22, 2011

De Voorzienigheid


Het zat er natuurlijk dik in, desalniettemin....

Wat een bizarre ervaring tegen deze oproep, en dan uitgerekend vandaag en nu, aan te lopen, terwijl ik even kijk of dat en- jij- houd- je- mond- dicht- volk van die club die ik in toenemende mate wantrouw, die Klokk. En niet zo maar een beetje wantrouw, maar inmiddels simpelweg mensenhandel toeschrijf.

En dan nu, terwijl dat speelt, heel concreet: Monica.

Krankzinnig genoeg is de reactie dan: laat het in hemelsnaam inderdaad die oplichters zijn waarvan ik denk dat het zijn. En waarover ik nog steeds niet weet of daar nu nog langer boos over kan zijn of alleen maar langs me af laat glijden en wat dan die lastige verdedigingstruc is die een mens er nu eenmaal in dit meer dan walgelijk slachtoffergeweld veroorzaakt door die RKK en haar leugens georganiseerd heeft.
Daarbij zeker die dombo's van de Voorzienigheid, 'mijn nonnen" niet uitgesloten!!

En dan off all: Monica...
In mijn Voorzienigheidsperiode. Driehuis.

En terwijl ik niet weet wat ik eigenlijk voel - me realiseer dat het tijd wordt mezelf eens slome duikelaar cadeau te doen - is er niet iemand die er eentje met mijn naam erop kwijt wil aan een kringloopwinkel in de buurt, ik heb een voorkeur voor die antieke? komt er maar één reeks beelden

En dan vooral Ellen. Ellen die ik achterin een begrafenissliert voorop zag lopen achter een kist me realiserend dat ik niet graag in die schoenen had gelopen en blij was dat er iemand die er knap stevig uitzag naast haar liep , Wat gebeurt er met een opperhoofd van een gemeenschap die heeft besloten uit te sterven, wanneer jij dan iedere keer weer degene bent die voorop mag lopen bij dat afsterven? ik was trots op die vrouw die daar liep.
Ik was blij met die vrouw die ik niet kende die naast haar liep. Blij dat ik die vrouw had gekend toen ze nog Ellen met de mooie ogen was. Die dag, en de dag ervoor toen ik in Bosbeek was geweest om afscheid te nemen van een van haar zusters die mijn zuster was geweest had ze die mooie ogen nog steeds, maar was niet Ellen met de mooie ogen geweest. Zij en ik - twee vrouwen- elk met andere ogen.

En dan nu 'n oproep: Monica.
Mijn Driehuis.
Ellens Driehuis. Ik denk dat ze iets later kwam, maar kan me gierend vergissen. Liep die kennelijk stevige tante die dag dat Monica begraven werd naast je, Ellen? En wie dat dan ook moge zijn geweest, leuk bekkie, moge ze er dan nog zijn.
Wat gebeurt er met een opperhoofd dat niet meer fladdert wat je als enige zo prachtig kon?

Kan ik hopen dat dat Klokk zooitje inderdaad die oplichters zijn?
Wanneer iemand met wie ik opgroeide bij dat zooitje om hulp kwam?
Er zijn heel wat minder ernstige vloekpsalmen!

Maar wanneer ze inderdaad die vraag van iemand hebben gekregen en zij die "informatie"niet alsof mensen beukennootjes zouden zijn gewoon verzameld door een knabbel en babbel verzameld wat ik ze gezien hun in eigen persoon geconstateerde manipulaties en haatgedragskeuzes toevertrouw, laat dan in godsnaam diegene de hulp vinden die nodig is.

Niet alleen voor wat er destijds mogelijk is gebeurd en de gevolgen daarvan, maar ook om niet kapot te hoeven gaan aan die criminaliteit die er inmiddels plaats vindt.

Wie die hulp vraag daar dan misschien ook inderdaad wel heeft gesteld, ik geloof dat ik vooral hoop dat je in je jaren na Driehuis en wat daar misschien wel voor kwam, veel geluk hebt gehad met de cadeautjes die je net als iedereen onderweg óók hebt gekregen.
Al die cadeautjes zou je wel 's heel hard nodig kunnen hebben nu.
Ik hoop dat je er kracht en werkelijke moed uit kunt halen.

Wees goed voor - en dus voorzichtig - met jezelf!!
Cause baby, 't is cold outside met dit schorum en deze criminaliteit in overdoses.

En wanneer Monica dat heeft gedaan waarvoor deze oproep misschien wel is, hoewel je stront in je ogen moet hebben om het manipulatieve ervan door die Klokk niet te zien, dan spijt me dat ongelooflijk voor je. Dat spijt me heel erg.

Voor jou. Maar ook voor mijzelf en de anderen met je die paar jaar leven deelden.
Zoveel te meer de hartgrondigheid in dat: wees aub goed voor en dus voorzichtig met jezelf!

Zoek tot je de hulp vind die jij nodig hebt, en blijf zoeken! Elke hand onderweg is er één. Maar zorg erbij aub dat jij zelf beslist over wat jij wilt en laat je niet onverhoeds naaien!
Hoe ellendig je je me misschien ook wel mogen voelen of hoe onwaarschijnlijk moeilijk die noodzakelijke onafhankelijkheid misschien ook wel voor je is.

Ik wens ook jou de kracht toe te kunnen geloven wat zovelen van ons werd afgenomen. Heb de moed te mogen ontdekken dat er écht een wereld vol mensen is, gewoon betrouwbaar, al zijn het misschien wel sufferds en dat dat genoeg is omdat jij er bent! Laat je niet opsluiten, niet in die gevangenis van toen, niet in de nachtmerries van anderen van nu waaraan ze verslaafd willen zijn en waartoe anderen - en misschien jij ook wel - nodig zijn en worden gebruikt.

Wees goed voor jezelf! Het kan niet anders dan dat ook jij dat meer dan waard bent. Vind je moed en zoek door, alle cadeautjes zijn er echt!
Nogmaals, het spijt me, ook voor jou net als voor mijzelf, dat ook jij blijkbaar zo hard hebt moeten zoeken waardoor er nu die oproep staat.
Misschien wel gewoon van het scherm geschept, misschien zelfs wel bij mij of door wat ik ooit begon, op een internet gezet.
Mischien wel jouw oproep, over wat jij begon en wilt en daarom nodig hebt.

Zoek hulp wanneer de pijn dat nodig maakt.
Maar laat je je verleden, ongeacht wat er gebeurt is, je niet afnemen door zieke knabbels en babbels!

Ik wens je daarbij het allerbeste.

Woef Woef Serenade;

Met de groetjes van de Sint.
Fikkie was Bello netzomin als Wankja Iwan heette.




tekst luidde:

Sex abuse victim to file counter protest against Fr Sciberras

Malta Independent
by Scott Grech
21-8-2011

Lawrence Grech, one of 11 victims sexually abused in his youth by priests at St Joseph’s Home in Ħamrun, will tomorrow file a counter protest against Fr Conrad Sciberras, another priest who is alleged to have committed sexual offences against young boys.

“I and the other victims have nothing to hide and we stand by what we have already said about Fr Sciberras and his behaviour during our upbringing,” said 40-year old Mr Grech yesterday when contacted.

Last Tuesday, Fr Conrad Sciberras, a member of the Missionary Society of St Paul (MSSP), filed a judicial protest against Mr Grech, complaining about sexual abuse allegations that Mr Grech was making about him.

Fr Sciberras has been investigated by the Curia’s Response Team over sex abuse claims and a letter sent by the MSSP to the victims last year noted that the allegations against Fr Sciberras and two other priests were “founded”.

However, in the judicial protest, Fr Sciberras said that there have never been criminal proceedings against him, and he complained about the seriousness of the sex abuse allegations made against him by Mr Grech. Moreover, he commented that Mr Grech has lied blatantly and changed his version of events about the allegations several times.

“Mr Grech expects the media and the public to believe him without them having heard the priest’s version,” his lawyer wrote in the judicial protest.

Two priests, Fr Francesco, also known as Godwin Scerri, 75, and (defrocked) Carmelo Pulis, 66, were recently given prison sentences of five and six-years respectively after being found guilty of defiling teenage boys at two homes belonging to the MSSP. A third accused, Bro. Joseph Bonnet, passed way earlier this year before the verdict was given.

Mr Grech will file the counter protest through his lawyer, Dr Patrick Valentino, who has represented the victims since 2003.

transsubstantiatie with Fokke en Sukke on their side





#benedetto, clap clap clap clap clap... #
The cardinal went on to list the issues faced by the “Benedict Generation,” including globalization, new technologies in communication, and the economic crisis faced by Europe and many other parts of the world.




Huambo







Malta: alweer Goed Nieuws !!

E Depois Do Adeus




bron


monikkenwerk en andere versies

De ronde tafel; Het geheim van de spokeplas


bron









bron



In onze straat daar staat een huis
Daar is het helemaal niet pluis
Oeie woehoe, oeie woehoe!

De ramen stuk, de muren scheef
Het dak lekt ook al als een zeef
Maar vaderspook vindt dat juist goed
Zoals een spookhuis wezen moet
Oeie woehoe, oeie woehoe!

Maar volgend jaar wordt er een flat
Voor het spookhuis in de plaats gezet
Oeie woehoe, oeie woehoe!

voor verdere versies

De Lange Jan van St Joep; (De geheimen van Sint Joep en Sint Anne 3)

bron JUZO
JUZONieuws-Magazine

21-08-2011

WóóW

Het klooster Tehuis van Sint Jozef te Heel herbergde onder de pupillen en bewoners één boomlange, brede, magere, goedlachse maar kale jongeman van naar schatting 20 tot 25 jaar. Iedere middag liep hij tussen 12 en 1 uur door de hoofdstraat en de straten van Heel. Ik kwam hem ook iedere dag tegen omdat ik iedere dag tijdens mijn werk voor het Limburgs Dagblad op mijn fietsje door Heel reed.

Gedurende vele jaren hadden wij de gewoonte elkaar te groeten. Het ontbrak er geen enkele keer aan behalve één fatale misrekening, verstrooidheid, waarover straks meer. De groet bestond uit een arnzwaai, van verre, een vrolijk gezicht, en op zeer luide toon uitgeroepen vreugdekreet die nog het meest leek op “WooW!”

Je zag hem opleven na de groet, en breed lachend kwiek en lenig liep hij op grote snelle passen op de stoep verder. Bijna twee meter twintig lang en een kaal hoofd. Donderende stem. Ik reed onbezorgd en onverstoorbaar door. Soms maakte ik ‘n praatje.

Ik kende hem niet, bij naam, en ben hem van stond af aan “Lange Jan” gaan noemen omdat ik geen andere naam wist. Ik had hem een hand gegeven tijdens een rondleiding in Sint Joep te Heel die door de directie aan de pers werd gegeven. Verrukt en dolgelukkig keek hij me toen aan. Alleen omdat iemand anders, een vreemde, aandacht aan hem besteedde.
Hij vergat mij nooit. Hij was doofstom. Motorisch gestoord.

Vele jaren ging dat gebruik zo door. Als ik hem zag, een wilde zwaai vanaf de fiets, “Woow!” en prettig glimlachend verder gefietst. Zomer en winter, bij ieder weer, in zonneschijn regen en harde wind. Iedere dag.

Kinderen van ons volk

Één dag, één keer ben ik het vergeten. Ik zag hem te laat, geheel in gedachten verzonken, en toen ik me omdraaide was hij verdwenen. Ik zag hem niet meer. Op mijn dagelijkse fietstocht naar ‘t werk door Heel keek ik vaak rond of ik hem nog zag. Hij was er niet meer.

Aan de zoon van Mia die naast mij zat in ‘t koor en die werkte als verzorger en begeleider in Sint Joep, legde ik het verschijnsel, de “vermissing” van de Lange Jan eens voor. Het bleek dat hij toen nog niet zo lang geleden overleden was. “Hij had zich het feit, dat jij hem niet meer groette erg aangetrokken” vertelde de verzorger. Het was maar één keer geweest. Ik trok ‘t me aan.

Één keer, maakte ik de fout door hem niet te groeten. Het was meteen fataal voor hem. Zo zijn gehandicap[ten.
Gehandicapten hebben vaak een veel gecompliceerder gevoeliger compensererend sensor-leven van affectie, dan “gewone” mensen zich kunnen voorstellen.

Het nieuwe beleid van de tehuizen in Heel in de tachtiger jaren van de vorige eeuw kwam erop neer dat men patiënten en pupillen, cliënten en verzorgden zoveel mogelijk “het huis uit zette”.

Buiten liet wandelen in de straten pleinen en gelegenheden van het dorp en de dorpen. “Wie werkelijk niet meer buiten kan gehandhaafd worden, die moet maar binnen blijven” luidde het devies.

Recht op vrijheid

Wie zijn wij “normalen”, dat wij ons op een hoger voetstuk stellen?
Men vond dat de gehandicapten in de dorpen en steden van Limburg ter wereld waren gekomen, en net zo goed net zoveel recht op de “vrijheid” van het buiten het tehuis zijn als dat kon, hadden, als niet-gehandicapten. Dat devies geldt tot op heden nog steeds. De directies huldigen anno nu volstrekte openheid en communicatie, in iedere gewenste vorm en gelegenheid. Dat kan ieder zelf uitproberen en ook constateren.

Het zijn de kinderen van ons volk, die er werken en die er verzorgd worden.

Ze zijn daardoor niet afschrikwekkend, of iets waarvoor men zich moet schamen. Ze spreken tot de verbeelding, omdat ze er netjes uitzien. Hun eigen, blijmoedig leven leiden. Zichtbaar goed verzorgd worden door de begeleiders. Daar is maar zelden ‘n schouderklopje of ‘n dankbetuiging voor.

Ik sprak eens met een van de cliënten van Sint Joep in Heel na ‘n raadsvergadering. Het bleek dat de man buitengewoon intelligent was en uitstekend kon discussiëren. Hij had alleen een handicap waardoor hij zijn leven lang in het tehuis woonde. “Ik heb de Vitus-dans,” zei hij. Een bijzondere, ongeneeslijke vorm van Parkinson.

In de gemeente Heel en Panheel, maar ook in de dorpen eromheen, houdt men zonder moeite of inspanning rekening met de gehandicapten buiten op straat. Het is soms net, alsof de “normale” inwoners van de dorpen rondom het tehuis, daardoor ook een heel klein “tikje”, hebben meegekregen.

De tehuisbewoners en van de sociowoningen lopen in de volle vrijheidin grote aantallen buiten, en ook in de winkels. Ze zitten in de bus, en worden de chauffeur naar buiten geholpen, als ze er zijn. Men maakt er ‘n praatje mee. Kinderen krijgen het uitgelegd, waarom ze zo zijn. Ze horen erbij en dat is een van de mooiste en leukste dingen, die steeds opnieuw opvallen, in de dorpen en gemeenten van Limburg waar de tehuizen zijn.

Beslotenheid van de tehuizen, en slechte pedagogische psychiatrische en hygiënische omstandigheden, zijn al lang verleden tijd. Het werk van de verzorgende is niettemin nog steeds extreem zwaar.

Kijk maar in de straten van Heel. Er lopen pupillen en verzorgers. Bewoners en “vreemden”. Zij lachen. Ze hebben het goed en naar hun zin in ‘n mooie, comfortabele en inspirerende omgeving. Dat is de winst die we op het verleden hebben geboekt.




Medische ethiek en de moderne pragmatica ; De geheimen van Sint Joep en Sint Anne (2)

21-8-2011

JUZO

Bron JUZONIEUWS-Magazine

Er is de laatste dagen veel opwinding en ongerustheid ontstaan in de tehuizen voor opvang en begeleiding van geestelijke gehandicapten, in Limburg. In diverse e-mails bereiken mij die signalen.
Het was wel te verwachten. Het aangekondigde strafrechtelijk onderzoek naar de onverklaarde dood van tientallen jongens in het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw bij Sint Joep te Heel, is door de Limburgse kranten ongenuanceerd en te sensationeel opgesmukt gepresenteerd.
.
Dat had niet zo gehoeven, en dat had anders gemoeten.
Bij de kranten is tegenwoordig niemand meer die een goed commentaar kan schrijven.
In het commentaar had men moeten uitleggen, dat het niet primair om sexueel wangedrag gaat, waarop het onderzoek is gericht, en dat er van een vermoeden in die richting op dit moment geen sprake is. Zou dat wel zo zijn, en dat kan nog altijd, dan had het Openbaar Ministerie dat moeten melden.

Sensatiezucht

De indruk wordt gewekt, dat men opzettelijk deze route heeft gelopen, omdat het onderzoek dat Deetman doet naar sexueel misbruik door leiders binnen de katholieke kerk, nauwelijks iets meer oplevert, eigenlijk is vastgelopen en uitermate weinig of geen in beschuldiging te stellen functionarissen, -met kans op vervolging-, als resultaat ter beschikking zal kunnen stellen en opvoeren.

Sepot

Vandaar dat er al meteen bij werd gezegd: “als er al iets is gebeurd, dan is het verjaard, en dan kunnen geen strafmaatregelen of claims meer worden ingesteld.” De exercitie van het O.M. maakt in dat geval een nodeloos grootscheeps sensatiebeluste indruk, en sepot ware dan beter op zijn plaats geweest. Immers: waar niets te halen is, hoef je ook geen moeite te doen.

Beschadiging

Personeelsleden van de tehuizen in Limburg, maar ook de ouders van gehandicapte kinderen die in de tehuizen worden verzorgd en opgevoed, voelen zich door de eenzijdige sensatiebeluste suggestieve publicaties der kranten en de televisie en de nasleep van de laatste dagen in een kwade reuk geplaatst, en beschadigd. Dat is onterecht want de verzorging en begeleiding van geestelijke gehandicapten is in Limburg, en zeker bij Sint Joep en Sint An te Heel, op uitstekend hoog niveau. Er valt geen kwaad woord over te zeggen. Ik verklaar met nadruk dat ik geheel onpartijdig en onbevooroordeeld bij de beschouwing van deze materie ben, en blijf.

De tehuizen Sint Joep en Sint An hebben hun gesloten en geheel afgeschermde politiek, bedrijfsvoering en maatschappelijk interactief handelen en optreden sinds de zeventiger jaren van de vorige eeuw geheel omgegooid en opengegooid. Waren de tehuizen in de vijftiger jaren nog gesloten en volstrekt geisoleerd, dat veranderde in 1975 helemaal en grondig. Op dit moment zijn het buitengewoon goed functionerende instellingen voor de ambulante psychiatrische gezondheidszorg, zoals ook alle overige instellingen volgens dezelfde formule van openheid en wisselwerking met en tussen de plaatselijke bevolking in Limburg functioneren.

“Open Dagen”

Sint Joep en Sint An te Heel begonnen met “Open Dagen”, directe en duidelijke voorlichting zonder omwegen voor het publiek, in het midden van de zeventiger jaren van de vorige eeuw. Dat was wel nodig ook, omdat men ervoor had gekozen de zorg in de instellingen voort te zetten en uit te breiden, en niet af te bouwen en te sluiten waarvan sprake in voorbereidende planning is geweest. De financiële, zakelijke en bedrijfseconomische bedrijfsvoering van de tehuizen is niet altijd helder open en klaar geweest en deze werd als eerste op nieuwe, moderne leest geschoeid. Het was duidelijk dat voor uitbreiding en nieuwbouw, reorganisatie en opwaardering van de verzorging en verzorgenden, veel geld nodig was.

De directies van de beide tehuizen en de stichtingsbesturen klopten daarvoor aan bij oude vertrouwde geldschieters en donateurs, maar ook bij provincie en gemeente. De wettelijke vergoedingen (de AWBZ bestond toen in een andere, veel beperktere vorm) waren voor de grootscheepse verbouwing van de beide tehuizen in Heel absoluut niet toereikend. De stichtingsbesturen hoopten een deel van “de grindpot”, voor het “goeie algemeen sociale doel” in handen te krijgen.

Ontgrinders

Dat is gelukt. De gemeente Heel en Panheel is de Limburgse gemeente waar de ontgrinders in verhouding het hardst hebben toegeslagen. Er is bijna geen grondgebied meer. “Wij heersen hier over water, lucht en wolken,” zei Piet Bongaerts, burgemeester van Heel en Panheel herhaaldelijk in die tijd. Ik volgde beroepsmatig en beschreef in de krant alle raads- en commissievergaderingen en alle gebeurtenissen, plannen en uitvoeringen in de 24 gemeenten van het stadsgewest dus ook die van Heel. Ik woonde in een gemeente naast Heel en Panheel. Door de ontgrinding kwamen grote geldstromen naar Heel en Panheel. Daarvan zijn de reorganisaties verbouwingen en nieuwbouw voor de beide tehuizen gemaakt zoals ze in uitstekende staat er nu uitzien.

Sociowoningen

Maar tegelijkertijd veranderde ook iets zeer grootscheeps en indrukwekkend in de bedrijfsvoering van beide tehuizen. De deuren werden wagenwijd opengezet. Iedereen kon, kan en blijft hartelijk welkom en loopt op ieder moment naarbinnen. Er worden talloze gemeenschapsactiviteiten gehouden alleen voor niet-gehandicapten, maar ook met alle gehandicapten samen. Er kwamen sociowoningen aan de rand van de gemeente, waarin gehandicapten worden opgeleid en begeleid in de op thuis lijkende gezinssituatie. Gehandicapten lopen in grote groepen ieder moment van de dag buiten op straat, en ook alleen en ze gaan alleen met de “gewone” bus, Veolia lijn 73. Als er eens iets niet goed gaat dan worden ze geheel automatisch door iedere “normale” inwoner van de dorpen eromheen, moeiteloos geholpen.

Dat was nog nooit vertoond en bestond vroeger totaal niet.
Het functioneert volledig perfect tot op de dag van vandaag.
Gehandicapten, ook de diep-gezonkenen, zijn volledig geintegreerd
in de “gewone, normale” maatschappij van Heel en wijde omtrek.
Dat is een unieke recente bewonderenswaardig pragmatische ontwikkeling
voor het gehele land.

Euthanasie

Aanvankelijk waren er plannen die in besloten commissiebijeenkomsten binnen en buiten de gemeenteraad, het gemeentebstuur en de stichtingsbesturen in de zeventiger jaren voorgesteld en besproken werden, om de ergst-diep gezonken geestelijke gehandicapten in de tehuzien waarmee geen enkel contact meer mogelijk was, via euthanasie uit het leven weg te voeren. Op medisch-ethische gronden vond men het niet meer doenlijk om nog (kostbare) zorg aan deze zeer ersntig verzonken patiënten te blijven verstrekken. Men won advies en beleidslijnen in van erkende hoogstaande deskundigen als psychiaters, geneesheren en specialisten om besluiten in die zin voor de tehuizen te kunnen nemen. Daarbij werd de uitgesproken charitatieve katholieke geloofs- en bestuursstructuur enigermate op de achtergrond geplaatst en ingeruild voor meer economisch pragmatische vernieuwing en inzichten.

Naastenliefde

Deze lijn van medisch ethisch denken is voor de tehuizen in Heel voornamelijk door bezwaren van de omgeving: de gemeenteraad, het bisdom en de ouders, in de tachtiger jaren niet meer voortgezet. Men besloot de volledige all-in verzorging te gaan bieden en wel door perfect opgeleide deskundige verzorgers van het hoogst bereikbare niveau. In dat streven is men voor Sint An en Sint Joep volledig geslaagd. Cursisten voor de paramedische beroepen en de psychiatrische verzorging moeten eerst stages op Sint An en Sint Joep met goed resultaat hebben afgesloten, voordat ze verder kunnen. De tehuizen hebben een uitstekende naam en faam op onderwijsgebied.

Sexuele paragraaf

Wat de “sexuele paragraaf” betreft het volgende. Er is prake van geweest om pupillen en zelfs verzorgers in het verleden uit het oogpunt van “voorbehoedkunde” in deze tehuizen te steriliseren en te castreren. Dat er sexuele handelingen verricht werden en worden is net zogoed als overal elders in de hele wereld doodnormaal. Het leven van de mens kan nu eenmaal niet zonder. Maar er zijn geen gevallen van machtsmisbruik of moedwillige afpersing en beschadiging geweest die strafrechtelijk ingrijpen voor geestelijk gehandicapten, dus niet-toerekeningsvatbaren of begeleiders in welke vorm, noordzakelijk zouden hebben moeten gemaakt. Sexueel gedrag in de tehuizen voor geestelijk gehandicapten is nog heel wat anders dan in de gewone maatschappij. Het lijkt er dus op, dat het strafrecht bij het beschouwen van de gang van zaken op dit gebied in dit soort tehuizen en met dit soort verzorgers en begeleiders niet op de voorgrond aanwezig dient te zijn. Het is daarvoor niet geschikt.

Wordt vervolgd.

zondag, augustus 21, 2011

Het verhaal van Wimpje Osterop De geheimen van Sint Joep en van Sint An (1)

JUZO
donderdag 18 augustus 2011
bron JUZONIEUWS- Magazine

Dit is het verhaal van Wimpje Osterop.
Het is geen goed en mooi verhaal ik wijs er van tevoren op. Wimpje Osterop overleed in 1956.

Wimpje Osterop was de zoon van een bekende vleesverwerker in Maasniel en net als ik geboren in 1944.

Hij zat bij mij in de eerste klas basisschool Sint Jozef aan de Dyonisiusstraat tegenover de achterkant, de cellen van de gevangenis te Roermond in 1950. Ernaast in één en hetzelfde gebouw stond de St. Franciscusschool en op een steenworp afstand stond Huize Sint Jozef (“Pro Juventute” een internaat voor weeskinderen) aan de Betlehemstraat / Jesuitenstraat in de gebouwen waar thans het arrondissementsparket tegenover de gebouwen van het vroegere Groot Seminarie in is gevestigd. Om te spelen in het speelkwartier liepen de kinderen van de Sint Jozef School onder straffe leiding van de leerkrachten altijd naar de overkant van de straat de Betlehemstraat naar de veel grotere speelplaatsen van Huize Sint Jozef. Ik weet de kleur van de steentjes nog die loodgrijs was met ruitvormige groeven erin. Zoals ook op de bruggen van Luik boven de Maas.

Als de kinderen té lastig of onhandelbaar waren werden ze overgeplaatst van school Sint Jozef aan de Roermondse Dyonisiusstraat naar Huize Sint Jozef (Sint Joep) te Heel.

Wimpje Osterop was een bijzonder klein mens die opviel door zijn nietigheid en nietswaardigheid. Zijn kleren waren haveloos en gescheurd. Hij vond zelf al dat hij er niet had mogen zijn op aarde. Hij had niet geboren mogen worden. Hij keek je aan met ‘n dubbele, schrijnende betekenis. Hij had ‘n paar broertjes die veel sterker waren.

Hij werd later doodgeslagen.

Vermoord, zoals we dat nu in termen van hedendaags recht zouden kunnen noemen.

De Sint Jozef- en de Franciscusschool aan de Roermondse Dyonisiusstraat werden in 1950 gerund door de broeders van de Kleine Sint Jozef, die oorspronkelijk afkomstig waren uit Maastricht en die nog meer scholen runden vanuit hun klooster aan de bocht van de Willem II singel in Roermond, naast het huis en de tuin van dokter Bär. Het pand werd later Hotel Geurts en is herbouwd in seniorenflats met woonlagen.

Zolang de broeders (voor ons Norbertus in klas 1 en Fidentius in klas 2) de scholen runden waren het uitstekende scholen die kwa kwaliteit en leefbaarheid met kop en schouders uitstaken boven alle andere scholen voor basisonderwijs in Roermond en Limburg.

De broeders trokken weg en lieten hun klooster en de scholen in Roermond in de steek. Ze runden alleen nog Huize Sint Jozef in Heel. Het was 1952 en de Sint Jozef en Franciscusschool aan de Dyonisiusstraat vervielen ogenblikkelijk tot de ergste achterbuurtscholen die er bestonden. In de klassen en op de speelplaatsen heerste absolute constante terreur door diefjes en diefjesmaten en er werd keihard geslagen, door jongetjes met boksbeugels en ploertendoders. Het lekenpersoneel als onderwijzers en ook de hoofdonderwijzer, met namen als H…t en R…s (ik zal de namen niet voluit schrijven omdat ze nog in leven zijn) was niet bij machte om ook maar iets te doen. Ik zal nooit vergeten het geluid van de zwijgend hard tegen elkaar stompende en botsende hoofden vuisten voeten en lichamen van leerlingen en leerkrachten in de klassen en op de speelplaatsen in de onafgebroken en altijd voortdurende vechtpartijen op leven en dood die in en buiten school werden gehouden. We liepen naar en van school in grote omwegen.

Wimpje Osterop was een klein mager dun en vaalkleurig jongetje dat na geboorte de gevolgen van de hongerwinters nog maar nauwelijks of niet te boven was gekomen. Hij stond constant sprakeloos van verbijstering en onmacht. Hij zat ‘n paar plaatsen achter mij. Naast mij zat Sjakie L., een jongetje uit de onderwereld van de Kruisherenstraat (“Krententuin” in Roermond genoemd) die mij op de meest kritieke momenten om me het leven te redden nog een heel klein beetje ondersteuning gaf. Ik kom hem regelmatig tegen en samen zitten we urenlang te Roermond zwijgend op een bank. Sjakie vocht zich kapot, te barsten, maar hij overleefde. Hij staat hier ergens met foto in de blog. De doodsschrik staat nog in z’n ogen. Hij heeft het nooit verwerkt. Hij is 69 jaar en ik ben 67.

Zjwaere Ties

Wimpje Osterop was zwak, klein, tenger, mager en ziek, maar hij keek altijd vriendelijk, met hulpeloze kleine stamelende oogjes, zei niets. Op een dag verscheen hij met over z’n hele lichaam bloedende en etterende zweren. Sindsdien werd hij “zjwaere Ties”) genoemd, “zweren-Tijs”. De jeugd was bijzonder hard in het bedenken en onmiddellijk het hele leven lang gebruiken van scheldnamen. Eigenlijk heette hij Thijs.

Wimpje Osterop werd geslagen geschopt en geraakt waar ze hem maar raken konden. Het was afschuwelijk om te zien. Meer dood dan levend lag hij iedere dag te krimpen van de pijn en te bloeden uit zijn zwerende etterende wonden op de stenen en plavuizen van de speelplaats. Iedereen stond er omheen en niemand deed wat. Allen zwegen. Ook de leraar.

Huize Sint Jozef (Sint Joep) Heel.

Stiekum ging ik na afloop van de schooldag wel eens naast hem staan en sprak heel even vlug met hem. Hoe het hem ging. Hoe hij zich voelde. Een paar seconden. Niemand mocht het zien.

Hij bleef steeds vaker thuis. Doodziek kwam hij af en toe nog eens op school. De overige jongetjes van de klas en van de school, we waren 10 of 11 jaar, waren er niet veel beter aan toe. Roermond lag kapot, en aan opbouw was men nog niet begonnen. Bij de melkboer kon je alleen met water aangelengde melk krijgen.

Wimpje Osterop werd overgeplaatst naar Sint Jozef (Sint Joep) in Heel. Men zei ons dat er niets anders op zat, omdat er niets met hem te beginnen viel. Als jongetjes herinnerden we ons allemaal, dat er heel goed met Wimpje Osterop gesproken en geredeneerd kon worden. Maar we zeiden niets. Het was 1953.



Later hoorden we, dat Wimpje Osterop kort na zijn binnenkomst in Sint Jozef te Heel was vermoord. Het schokte ons. In de boeken en registers zal teruggevonden worden dat Wimpje Osterop is overleden aan longontsteking. Wij wisten en weten wel beter.

Zoals het met Wimpje Osterop is gegaan zo ging het met veel jongetjes. Het werd ons allemaal aan elkaar en onderling doorgegeven. Compleet met namen en omstandigheden erbij. Iedereen sloot het op in zijn eigen herinneringen- en geheugenkerker. Bijna iedereen nam de geheimen die er rond ontstonden mee in zijn graf. Van degenen die ervan weten en durven te vertellen zijn er niet veel over.

In Huize Sint Jozef te Heel (Sint Joep) werd door de broeders ongemeen hard fel en snel geslagen. Er heerste een dodelijk dictatoriaal angstwekkend beklemmend dril-regime. Er kwamen geen sexuele uitspattingen voor. Er heersten zware, ernstige ziekten en epidemiëen, waar volstrekt niets aan werd gedaan. Ouders van kinderen die er waren opgenomen zeiden het, en hun broertjes en zusjes. Alles onder strikt opgelegde en in stand gehouden bekrompen beperkte geheimhouding. Uit schaamte. En uit onmacht. Uit slaafse navolging van kerkelijke en wereldlijke autoriteiten. Schaamte, absolute corrumperende geheimhouding, krampachtig in stand gehouden gebrek aan toezicht en ingrijpen.

Onmacht en slaafse navolging lagen als een zwarte zware onbeweeglijke deken van verdoemenis over de provincie Limburg in en rond de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Veel huidige oudere bewoners dragen er de getraumatiseerde gevolgen van. Zij spreken nooit. De leefgemeenschap Sint Joep was en bleef, blijft ook nu nog, absoluut hermetisch afgesloten en verkrampt.

Niemand in Limburg was en is bij machte, daaraan nog iets te doen.



De wantoestanden die voorkwamen in Huize Sint Joep en Huize Sint An, waar het voor meisjes nog veel gruwelijk erger en harder was, heersten ook en net zo dreigend-beangstigend op de andere Limburgse tehuizen voor opvang en begeleiding van intern geplaatste kinderen zoals De Kreppel in Heythuysen en Maria Roepaan te Venray-Ottersum, Pepijn te Echt en Watersley in Sittard. Kinderen van alle scholen gaven de informatie in het diepste geheim aan elkaar door. Hun ouders wisten het. Dat er veel ernstig geretardeerde en debiele kinderen in de tehuizen voorkwamen, was het gevolg van de grote mate van inteelt die tot in de beginjaren van deze eeuw in tal van dorpen en gemeenten te Limburg voorkwam en zelfs geboden leefstructuur was. ‘n Kind van het ene dorp mocht niet trouwen met ‘n kind van ‘n ander dorp. Men trouwde veelal binnen de directe familie. De gevolgen werden algemeen aanvaard.

Niettemin zullen geen aantoonbare sexueel aberrerende relaties kunnen worden gelegd tussen het overlijden van kinderen in de tehuizen en het gedrag van hun begeleiders.

Wel kwam het voor dat broeders en begeleiders in de tehuizen een soort van medemenselijke, rechtschapen en gerechtvaardigde euthanasie pleegden. Soms in consensus met de ouders.

.

Jongensinternaat Steyl

Waar wél zeer regelmatig, bij herhaling en in zeer ernstige vorm verboden sexuele handelingen en misbruik door begeleiders, leerkrachten en geestelijken op jongens werden gepleegd, tot ver in de jaren van de vorige eeuw toe, was het Jongensinternaat van de zusters te Steyl. Regelmatig werden daarvan mannelijke begeleiders en geestelijken door de rechtbank in Roermond veroordeeld, -waarover werd gepubliceerd-, wegens sexueel misbruik en verkrachting van deze jongens. Het leek er daarbij tijdens de behandelingen ter zitting in de verklaringen soms op, dat sexuele wandaden in het klooster van Steyl door een deel van de plaatselijke bevolking in bepaalde mate wellicht op enige wijze werden getolereerd. Niettemin waren er geen dodelijke slachtoffers.

-.-

Verzorgers en verplegers van de genoemde tehuizen woonden en spraken met mij in de dorpen rond Heel waarin ik zelf woonde en werkte. Zij waren lid van dezelfde verenigingen als ik, en zaten vroeger bij mij in de klas.

Veel bladzijden uit boeken die altijd gesloten bleven, waaruit de schande van de provincie spreekt, zullen thans in de toekomstige tijd worden geopend. Omdat de waarheid, hoe goed verborgen ook, altijd aan het licht komt.

Buiten deze publicaties worden door mij geen verklaringen afgelegd of uitspraken gedaan.
Wordt vervolgd..

De waarheid moet vroeg of laat verteld worden. Er is niets aan te doen.

.



(gezien de bron en het karakter van JUZO's artikel reactie mogelijkheid uitgeschakeld)
Met mijn dank aan de schrijver.

Gelukkig hadden de ‘idioten’wel een reine ziel
Inmenging van de buitenwereld werd in St. Joseph niet geaccepteerd. De broeders hadden het voor het zeggen


Maastricht. Een voortdurend gevecht tegen vuil, stank en gekerm. Zo
omschrijft historica Annemieke Klijn de dagelijkse gang van zaken op de afdelingen
met de meest zwakzinnige patiënten op de instituten Sint Joseph en Sint Anna in Heel, zo’n zestig jaar geleden. Kinderen waren druk en vernielzuchtig, of verlamd, mismaakt of spastisch.
Tot intens contact kon het niet komen: afdelingen werden bestierd door een of twee broeders of zusters. Hooguit drie, als er meer dan zestig kinderen op één zaal
lagen.

Aan kinderen met enige capaciteiten werd zo nu en dan gevraagd mee te helpen in de verpleging. Maar die kinderen deden soms maar wat en wekten door hun uitzonderingspositie bovendien jaloezie op.

Niemand van de geestelijken had zich ooit verdiept in psychiatrie

Het niveau van de geestelijken zelf was voor diverse buitenstaanders reden
tot zorg, blijkt uit het in 1995 verschenen boek van Klijn, Tussen caritas en psychiatrie. Lotgevallen van zwakzinnigen in Limburg 1879-1952.

Zelfs een door de bisschop van Roermond ingestelde adviescommissie
twijfelde in 1946 over de verstandelijke vermogens van de broeders. Het
bestuur van Sint Joseph schreef daarop een brief op poten. De bisschop
hoefde zich niet ongerust te maken.
En: ‘Inmenging van buitenstaanders’ werd niet geaccepteerd. Ook inspecties
van het Rijk kwamen in de jaren 40 en 50 nog niet binnen in Heel.
De oversten hadden het voor het zeggen.

‘Op zaal’ maakten de daar werkzame geestelijken de regels. Niemand
van hen had zich ooit verdiept in psychiatrie. Op de ziekenafdeling
van Sint Joseph werkte één gediplomeerde verpleger, totdat deze in 1951
ontslag nam. De huisarts en een consulent-psychiater kwamen in de regel
eens in de twee weken langs.

Over veel gevallen werden ze slechts gebrieft door de geestelijken. Medici
hadden vaak een wat fatalistische houding tegenover zwakzinnigheid.
Genezing was immers niet mogelijk.
Medicatie werd nog nauwelijks gegeven

De geestelijken zagen wel een taak voor zich weggelegd: zieltjes tot God
brengen. Ze spraken vaak met liefde over de kinderen en noemden hen „engeltjes”. Hun toegang tot de hemel leek verzekerd: volgens de katholieke leer beschikten ‘idioten’ over een reine ziel.

Met in de hoogtijdagen zo’n duizend bewoners, was het meisjesinternaat Sint Anna twee keer zo groot als Sint Joseph. De instituten groeiden hard.

De naoorlogse babyboom werkte ook in Heel door. Meer dan de helft
van de kinderen kwam van buiten Limburg.
Pas in de loop van de jaren 60 professionaliseerde de hulpverlening.

Tot die tijd fungeerden de instellingen als bewaarplaatsen. Kinderen hielpen naar vermogen mee om de boel draaiende te houden. Wie goed functioneerde, kreeg geen andere taken, maar bleef het zo noodzakelijke werk verrichten.

Op Sint-Joseph werkten jongens in ploegen aan onderdelen voor pick-ups van Philips.
Een vader klaagde over ‘een jaagsysteem. Bij het ministerie van Justitie
kwamen begin jaren 50 klachten binnen over de werkdruk.

Speciaal onderwijs bestond aanvankelijk niet op de instituten.
Sint Joseph kreeg in 1950 een school, Sint Anna pas tien jaar later.

Voor godsdienstig onderwijs werd een uitzondering gemaakt. Kinderen met voldoende
oordeelsvermogen mochten hun Heilige Communie doen. De huisarts stuitte op een ‘imbeciel’ die de catechismus uit het hoofd kende en sprak in zijn dossier over ‘dressuur’. ‘Godsdienstig goed afgericht’, concludeerde hij.


De cijfers van Sint Anna zijn minder verontrustend

. De instelling waarin het vroegere meisjesinternaat Sint Anna is opgegaan,
zoekt in haar archieven naar informatie over sterfgevallen uit de
jaren vijftig. Dit gebeurt naar aanleiding van onrust na berichten dat
daar, net als in het nabijgelegen jongensinternaat,tussen 1952 en 1954 relatief veel zwakzinnige meisjes zijn overleden.

„De verwachting is vrij laag”, zegt directeur Guus Feron van de Koraal Groep, nu verantwoordelijk voor Sint Anna. „Er is waarschijnlijk weinig meer. Patiëntendossiers worden in de regel na 15 jaar vernietigd.”

De cijfers uit begin jaren vijftig zijn niet zeer verontrustend: Sint Anna was groot, verpleegde veel ernstig zwakzinnigen en kende in andere jaren bijna vergelijkbare sterftecijfers: 8 tot 16 per jaar.

Bij verplegend personeel heeft Feron inmiddels speciale aandacht gevraagd voor de kleine groep bewoners die al sinds de jaren veertig in Sint Anna verpleegd wordt. „Het zou kunnen dat door het nieuws herinneringen bij hen naar boven komen, bijvoorbeeld aan het wat strengere regime in vroeger jaren.”

Het OM in Roermond ziet nog geen aanleiding om Sint Anna te betrekken
in een onderzoek naar sterfgevallen in Sint-Joseph in Heel begin jaren vijftig. In dat jongensinternaat stierven toen 34 jongens.

Als er belangwekkende informatie over Sint Anna naar boven komt, zal het onderzoek alsnog worden uitgebreid. Dat wel serieus naar Sint Joseph wordt gekeken, heeft volgens het OM te maken met „straf-rechtelijke vermoedens”.


zaterdag, augustus 20, 2011

Ballades des pendus

Zij had een prikbord.
Het hing aan de muur tegenover het bed, nog geen meter van het voetenend af.

Ik had ook een prikbord.
Het hing wat verder van mijn bed. Zal die schandvlekkende luxe horend bij die 3-persoonskamer in die nieuwbouw 80 x 80 zijn geweest?

Zij liet mij haar huis zien. Ze was trots op dat huis, bij die blijdschap en die trots hoorde blijkbaar ook haar slaapkamer.

Ik vind het nog steeds een onbegrijpelijke gewoonte: mensen door je huis rond leiden. Deuren opendoen voor mensen die daar niet wonen.

Voor die apieskijkdagen in hoge schooldressuur gaf het niet dat mijn prikbord een paar meter van mijn bed af hing. De cursisten van Kinderbescherming A dan wel B keken toch niet. Dat deden je groepsgenoten wanneer de groepsleiding je prikbord in je afwezigheid als schavot hadden ingericht en er vol enthousiasme gewacht werd tot jij zelf de deur open zou doen.
Pas nadat de nieuwbouw geen nieuwbouw meer was en er andere zaken gedemonstreerd moest worden werd veelal na voorzien te zijn van van de nodige instructies de deur van de één persoonskamer met inhoud niet door maar naar mij geopend.


Dat nog geen meter innemende looppaadje tussen haar prikbord en voeteneind in dat huis kwam naast mijn gepaste ruimte innemende kont goed van pas.

Eén, of misschien wel meerderen, van die waanzinnigen die ze wat mij betreft, mits in het openbaar, mogen vierendelen maar destijds Kinderbescherming heette, had ze blijkbaar duidelijk gemaakt dat we geen contact meer mochten hebben.

Dat was beter voor mij.
Een nieuw begin, noemden ze dat.

Zo af en toe vinden ze nog zo'n waanzinnige.
Die krijgt dan, zoals die Josef Fritzl, levenslang van dezelfde Justitie.

Het had geen enkele zin om zo te wrijven als mijn moeder ooit bij mij deed.
Ik denk niet dat ze ooit heeft gesnapt waarom ik zonder dat voetenend mij net als Anton van mijn kleuterschool bij wie ik de stoel weg had getrokken me wel eens hersenschudding had kunnen vallen.
Mijn hersens schudde niet. Er was een voetenend en weten dat ik mijn mond moest houden, wetend dat het verhaal wat ze erbij vertelde ook waar was. Ik kende het al, van een tante die ik had opgegraven en die haar verhaal had gehaald.
Ook die had erg geleden.

Toen ik dankzij die beeldenkop van mij waaruit die verdomde plaatjes maar niet weggingen eindelijk ontdekte waar mijn ouders ooit begraven werden en plaatjes onderlinge verbanden en logica kregen wat me vanuit een zitplaats achter een busraam feilloos en met steeds minder aarzeling zonder één vraag te stellen leidde naar een pad waar ik moest zijn, ontdekte ik nog een graf.

't Schijnt een wettelijk Recht te zijn (geweest?) vóór de pupil 12 wordt nog 1 keer kind te zijn. Dan mag het, zonder op die vraag een op de gang rammende non die haar gang ging, weten wat er met de ouders is gebeurd. Dus nam mijn voogdes, een nieuwe, mij een woensdagmiddag mee. Ze had een auto. En een pakje sigaretten. En op een mij onbekende plek liet ze mij een paadje zien.
Aan de ene kant de een, aan de andere kant de ander.
En ik werd overgeplaatst.
Van boven, in die hoek, naar beneden.
Het leverde een andere slaapzaal op. Van een prikbord was nog geen sprake.

Een voogdes was altijd goed voor een sigaret, het zou me niets verbazen wanneer ik die middag mijn eerste kreeg.

Ik heb het tuinbankje van die familie die ze bij die grafsteen hadden gezet maar even geleend en kon niet anders dan constateren dat het er zeer terecht stond. Een goede plek voor een sigaret, waarmee ik achter die steen een grinnik, "eigendom van familie huppeldepup" verstopt vond, waardoor ik in ruil de blommen maar even water kon geven en tevreden weg kon gaan; ze lagen er met hun voeten in diezelfde zon weer mooi bij.

Na een week bevestigde, ook toen, een stem aan een telefoon aan de hand van zijn administratie, wat ik wist. Tradities van begraafplaatsen en aannames had het af moeten leggen tegen Cruyffs tegeltjeswijsheid over kartonnetjes met oostenrijkse luchten en de daarbij behorende gereedschapskisten.


foto's " such unthinkable theft...
Stolen Generations


Any given sunday

bron

Clerical Whispers



vogelpoep





Russia only plans to introduce the service of chaplains, although clergymen already serve in the armies of many countries of the world. It is an open secret, though, that military men do not always perform the function of defenders, who can be relieved of the sin of murder. What clergymen should do if soldiers take part in punitive operations? Is the Church supposed to defend the chaplains, who serve both to God and the state?

The military dictatorship in Argentina was the bloodiest and most ruthless in Latin America. Over 30,000 people were either killed or went missing from 1976 to 1983.

In 2007, Christian von Wernich, a Catholic priest, was sentenced to life in prison. The officer was found guilty of seven counts of murders, tortures and kidnappings. During the years of the dictatorship, he was a pastor at Ramon concentration camp. Afterwards, he served as a chaplain for the chief of security service of Buenos Aires.

It turns out that former chaplains still serve to God in Argentina. Church authorities help the retired clergymen, who cast a slur on their reputation, find work at civil curacies.

The whole Argentina has been following the story of the Alberto Zanchetta, a former chaplain recently. The congregation perceive him as their pastor, but he continues to move from one curacy to another.

In 2007, Zanchetta was sent to work at the Argentinian peacemaking contingent in Haiti. The priest was working there until his activities during the years of dictatorship were made public.

It was revealed that Zanchetta was bestowing blessings upon the pilots of the so-called death raids. Military men would arrest people on the ground and make them board the "death planes" where the people would be drugged and then dropped into the ocean from high altitudes with weighty items chained to their feet.

The pastor was exposed by one of the pilots. "He told me that it was a Christian death. A war is a war, and the Bible says that the wheat must be separated from the chaff," the pilot said.

In 2009, after Pagina 112 newspaper and other Argentinian media published articles about the military crimes of the pastor, Zanchetta was dismissed. However, he was not deprived of his pension and his church title. He has changed several curacies under the protection of church authorities since then: parishioners would recognize him and protest his presence in their congregations. The Church would simply move Zanchetta to another region of the country, where he would continue his work as a pastor.

This is not the only incidence, when chaplains were involved in mass murders of people. In 2009, four pastors of the Catholic Church were charged with genocide of 1994 in Rwanda, when extremists of Hutu tribe exterminated over 700,000 members of Tutsi ethnic group. One of them, Emmanuel Rukundo, took a direct participation in the killings and was sentenced to 25 years in jail. The former chaplain supposedly said: "Tutsi are the people who should be wiped off the face of Earth. We must fight against them using all possible methods."

Late Pope John Paul II said in 1996 that the Church could not be responsible for the crimes of its sons. It just so happens that the Vatican supports the criminal chaplains, although the Church had the power to prevent the crimes.

Russia's Dmitry Medvedev signed the decree about army clergymen in 2009. Defense Ministry officials said that there were 240 clergymen put on service in the Russian troops. Muslims may raise the issue of their own military chaplains too, which may lead to religious fights in military units.

Lyubov Lulko

WYD


hat coach; NOC * NSF en de heilige stoel


klik



Lombardi had vast een Jezuitenopleiding
Ik ook.
Zo'n minuut of 20
En ik heb genoten, gelachen en weer genoten


sheepshead fishing


football for dummies:

vrijdag, augustus 19, 2011

Bakkie en de griezelbus, we gaan op berenjacht aan de hoek van een ronde tafel,




bron









En dát zijn allemaal zwakzinnigen.



-----Oorspronkelijk bericht-----
Van: Raymond [mailto:raymond.lelkens@....]
Verzonden: dinsdag 19 juli 2011 19:50
Aan: crispina@
Onderwerp: Nieuwsgierig

Hey Crispina,

Zag je berichten op de website van KLOKK. Vervolgens ben ik op je interessante weblog terecht gekomen.
Dan rijst bij mij natuurlijk de vraag wie is Crispina en waar komt haar bevlogenheid vandaan. Wellicht kun je naar mij toe een tipje van de sluier oplichten

met groet, Raymond


bronnen: