zaterdag, november 06, 2010

slachtofferhoereren en mammoedt Germana


Gott und die Welt: Mit heiligem Zorn
alleen al die God vergeten waanzin van "heiligem Zorn"

Germana had een klein pest-bloknootje.
Ik haatte het!


Ik denk niet dat er ook maar iets geweest is in dat huis, zelfs mijn schort niet, wat ik zo verfoeid heb als dat bloknootje.

Het zal niet groter zijn geweest dan zo'n centimeter of 10-12 en dan kan ik nog nog niet schatten ook, bij, nou zou het 4 cm zijn geweest? Meer dan ruim voldoende om de hele Berlijnse muur in te verpakken in ieder geval, meer dan die paar vierkante centimeters had ze niet nodig.

God boog voor Germana, wat waarschijnlijk nog heel verstandig van hem was en ze was bepaald de beroerdste niet om voor te buigen, anders had ze me die zondagmorgen dat ze die mammoet werd m'n kop wel van mijn romp gedraaid wat ze tot mijn stomme verbazing niet deed hoewel ze daar wat mij betreft haar gang in had mogen gaan, het had er niets aan veranderd.
Mijn eerste keiharde grens en hij was niet onderhandelbaar.

Die van haar ook niet.

Het absoluut gezag verleend van de diepe afschuw van dat snotneussie dat nee zei op de vernedering die zij blijkbaar nodig had als antwoord op haar diepe afschuw op de vernedering van snotneusies tegenover Het Gezag, waarop zij Haar absoluut Gezag stelde. En God boog! Terwijl de gezamelijke priester als de eerste de beste jan doedel in doorknoopjurk buigend aan het altaar stond. Met zijn rug de verkeerde kant op!

Over wie die God toen eigenlijk zal hebben gevloekt over wie gegrinnikt zal wel eeuwig een theologisch vraagstuk blijven, zoals het mij een raadsel is wat jan doedel bij zo'n machtsgreep dan tegen god fluistert "ff wachten, ben zo terug hoor"? Daar stond Vink, en als God verstandig was ging ie na het ophangen van zijn bordje: Zo terug, heb hier niks mee te maken, even een shaggie draaien. Of een Belinda-menthol met filter uit een gejat pakje dat een van die meiden in de haast om Haarzijn kapel uit te komen uit 'r ondergoed had laten vallen.

Pater Vink moet knap in zijn blote kont hebben gestaan in dat hem veel te grote vel van Starrenburg want ik kan me met de beste wil van de wereld bij die man geen kazuivel of wat dan ook voorstellen maar in de klas en verder liep hij gelukkig minstens in z'n knoopjesjurk die later soutane bleek te heten. Pas nu, dat verbaazende en tot versterking van de ellende bijdragende orgelspel waar ik gek op was van Cornelia opnieuw horend, wordt ik heel nieuwsgierig naar wat daar in vredesnaam binnen is gebeurd.


Wij stonden in ieder geval buiten bij de deur, erg stil kan het binnen niet zijn geweest.

Maar of Cornelia nu haar orgel gebruikte om onschuldig fluitend gewijde stilte weer te krijgen, draaien om oren wegens gegiechel en gefluister bij het kapelbezoek van de binnen aanwezige rose olifant te voorkomen of zij-die-niet-meer-ons waren te dempen? Geen idee. Het was voorbij die mate van ernst die het mogelijk maakte dat er in ieder geval in mijn groep van Bonefatio, zou dat de definitieve breuk met Angela zijn geweest? na afloop ook maar iets over gezegd kon worden, de groepsangst waarbij ogen, netwerkblikken en smiespelproest het moet winnen van woorden. Kadares reiziger die het hoofd uit de leren zak bij het vuur in de herberg neerzet

De ons waren gedempt. Ik weet ook niet wat er boven is gebeurd nadat ze die trap, uitkomend bij de kapel, op waren. Aanvakelijk nog niet zwijgend, tot Theresino als rechtmatig gezag, bijna allemaal haar slaapzaal, haar meiden, onze klas, die kapel ook uit en na nauwelijks enig overleg diezelfde trap ook op moest. Al die witte kousen uit en Bonefatio terug naar binnen.

Toen ik langs haar liep om ook naar boven te gaan om mijn kniekousen uit te trekken hield ermana mij bij mijn pols tegen en die heeft ze niet meer losgelaten ook.
Pas toen mijn klas voor onsuit de eerste trap bijna helemaal op waren zag ik dat we andere witte kousen aanhadden; zij de hun gebruikelijke,al dan niet met palingen, niet aan hadden.

Daar stonden we met zijn 2-en aan die kapeldeur. Ze heeft niets gezegd, maar mijn pols niet meer losgelaten. En God zag dat het goed was. Ik wel. Ik heb geschreeuwd en gehuild. En God zag dat het goed was. Net als nu. En God zet zijn bordje neer: even mee een shaggie draaien.

Vink kreeg een knikje dat hij weer door mocht gaan toen we allemaal weer zaten.

Zoals die velletjes uit dat pest-bloknootje, mits voorzien van haar handtekening, haar knikjes waren. Banknootvelletjes die, wanneer je voeten niet meer paste in die doorgeschoven schoenen of die paar dozen nieuwen voor geval dat, je lijf als top van een pyramide met 5 treden in een jas, of school een HB2 potlood plus vulpen vereiste, het plezier van naar een winkel mogen gaan verpestte door je te laten weten dat je net zo goed buiten had kunnen blijven staan zodat een of andere geautoriseerde wijsneus het benodigde even uit het raam kon gooien en je wist dat je nooit iemand mee moest nemen, iets kiezen of mooi vinden doe je maar thuis op de naaikamer waar de Absolute Macht niet gold maar Zorgsucces, zonder zorg van regent Dreesman, gemeten werd bij de tweemaal jaars nachtelijke shows in de kapel. De naaister heeft voor zij, kennelijk, de zee inliep nooit geweten hoeveel dromen zij kinderen heeft gegeven vrees ik, in geen boodschap hebben aan maar samenwerking met het Absoluut Gezag (en mij daarmee door haar voorkeur aan een veel te dure smaak voor verboden vruchten van het Concilie hielp!)

Ik heb mij vaak geschaamd - en diep ook - over die zondagmorgen en vooral mij verbaasd over het op de plek hebben mogen behouden van mijn hoofd. Maar er zijn nooit veronschuldigingen voor aangeboden. Niet door haar, niet door mij ook.
Pas bij mijn melding bij de Commissie Samson realiseerde ik mij de revolutie die ik een paar jaar later pleegde.
Toen ik het was die haar 's avonds uit de kapel haalde. Over een niet onderhandelbare grens.
Voor geen ene milimeter!

Opnieuw heeft ze niets gezegd alleen gevraagd, in haar Spreekkamer, dan wel net om de hoek bij de kapel, maar een werkkamer het Absolute Gezag waardig, waar je erg veel verder dan het klopje op de te openen deur of in geval van een heel gekke bui bij behorende amicaliteit je kop om de deur heen nauwelijks in kwam. Misschien was het wel die onwaarschijnlijke sigaret in die kamer die ik van haar kreeg, die maakte dat er geen zwijgen anders dan het hare meer mogelijk was. Die een fles van dat rare slechts aan het Slot voorbehouden drankje werd en en het glaasje sigaretten dat daar bij hoorde terwijl ze me alleen liet.

Wat had ze moeten zeggen? En tegen wie dan?

Na een paar, knap beangstigende, uren was ze terug en deelde mee. Germana die ergens een paar uur overdeed. The point of no return tegenkomen is ook voor een snotneus beangstigend. Een snotneus die het Absoluut Gezag dat mee deelt is geen snotneus meer. Wat er gebeurd is verder die avond, geen idee, zij deelde de noodzakelijke conclussies ter oplossing mee. Zij had meer mogelijkheden, waarmee het haar conclussies waren, niet de mijne. Zij vestigde opnieuw Het Absoluut Gezag, het is technisch administratief onmogelijk dat haar conclussies niet zijn besproken.

De oplossing bracht het tegendeel ervan.
Ik denk niet dat ze dat heeft kunnen weten. Maar misschien vergis ik mij daar in en is dat slechts hoop, denk het niet, maar het idee dat ze het wel had kunnen weten is mij ondraaglijk.

Misschien was het dat ook wel voor haar.

Een paar jaar later vertrok ik formeel, meer dan een ruim half jaar, waarschijnlijk nog later, gevolgd door een van de administratieve afhandelingen ervan, een envelop van haar met een nagestuurde ziekenfondskaart en een briefje.

Het "toch hebben we hebt goed gehad " na nog een paar van die algemene opmerkingen die iemand in zo'n situatie maakt over mij, uit dat pest-bloknootje was ondertekend met
Nou, ... dag hoor het ga je goed
Je mammoet
Zr. Germana


Ze had mijn naam, in die jaren veranderd, niet gebruikt op dat velletje uit dat pest-bloknootje van d'r.
Ik die van haar ook niet!

Misschien wel daardoor, we hebben nog jaren contact kunnen hebben, maar het onmogelijke was onmogelijk. Dat bleek toen ik haar 18 jaar later in een lang gesprek uitnodigde voor een reunie waarop zij weigerde te komen. Het was genoeg geweest, vond zij.

Niet zij was crimineel in haar besluit. Ze was 84.
Haar mede zusters hebben haar belazerd en zichzelf.

En mij. En mijn kinderen.

En dat doen zij nog steeds. Welbewust en meer dan voldoende op de hoogte.
In minachting.
Zij weten meer dan Germana ooit wist of heeft hoeven (en willen) weten.


Voor die minachting was geen miljoenenclaim voor nodig, nog niet een claim van een duppie!

Het was slechts hun eigen minachting. Hun leugens. Ellen met de mooie ogen Terpstra is eigentijds voldoende op de hoogte. Zij was (een jonge) docente in Driehuis, haar Terpstra zijn een geheim haar mooie ogen niet. Waarmee er helemaal niets is van wat ik hier of elders, op internet of daarbuiten, zeg over De Voorzienigheid wat Ellen niet zal kunnen beamen. Ze kan hoogstens een ander accent leggen, maar dat is gradueel. Gertruud Padberg is voldoende op de hoogte sinds 2003. De bestuursmedewerkster is duidelijk genoeg geweest over haar keuze tot zwijgen, de vertrouwenspersoon van Hulp en Recht onderdeel van de inner circle zoals haar vriendin de (ex?)pastor meer dan zat vrouwen uit die cirkels. De misdaad van het schuldig zwijgen begaan door vrouwen over vrouwen. Niet in het verleden, maar in de afgelopen jaren.

Vrouwen die zich hebben laten corrumperen. Om macht. Minachting voor Leven, van anderen. En al die mensen -vrouwen én mannen - die hun minachting nodig hebben. Van vrouwen, die héél letterlijk over lijken gaan. Vrouwen die vertellen onder druk te zijn gezet door mannen en hun eigen verhaaltjes zijn gaan geloven over andere vrouwen die kinderen waren en kinderen kregen. Vrouwen die mannen die kinderen waren lieten barsten.

Maar dat was dan niet de criminaliteit van hun medezuster uit het verleden !

En laat geen bisschop zeggen daarvan niet op de hoogte te zijn, want dan liegt hij!
In mijn persoonlijke situatie geldt dat voor Punt zowel kennelijk voor de Korte heb ik inmiddels moeten horen van helden die hun mond niet wensen open te doen in viespeukerij.
Maar ik geloof er geen meter van dat dat voor andere congregaties en hun innercircles anders zal liggen.

Wat er in het verleden is gebeurd was niet nodig. Het was fout en goed ook.
Maar ik ben destijds niet opgevoed door monsters! Niet door groene marsvrouwtjes.
Maar door vrouwen die op een voetstuk stonden. Waar de samenleving haar kinderen aan toevertrouwden.
De overheid. Maar ook anderen, hun zonen, dochters, vaders, moeders, grootouders in welke vorm van zorg en onderwijs dan ook. De Mammoet schijnt door die overheid gevraagd te zijn nog maar even niet op haar louweren te gaan rusten zoals een normaal doet maar nog even aan te blijven. Bewijzen dat het geen monsters waren! Hoewel diezelfde overheid daarmee vroegere zorg-ontvangers een verdomd slechte dienst bewezen heeft.

De creatie van die monsters is van na 1970.
Een creatie van zonen, dochters, moeders, vaders in welke vorm van zorg dan ook.
Het is knap belazerd, je word knap belazerd, wanneer je waar je ook komt geconfronteerd wordt met Mammoet vereerders die zonder enige bemoeiing van paus of bisschop dwingen je mond te houden, hun eigen deskundigheid bewijzend door wat zij dan zien als kennis van pupillen waar op bureaus van artsen ze niet duidelijk gemaakt wordt dat ze lijden aan staar.
Tunnelvisie van de overlevering.

Maar vooral die monsters zijn een creatie van "mijn nonnen" zelf.
Daartoe in staat gesteld door anderen.
Die creatie van die monsters die is onvergeeflijk!

Het is de hufterige krankzinnigheid van de dan inmiddels 75 jarige opvolger van pater Vink die aan de telefoon zodra hij weet wie ik ben, een krijspartij aanheft om U tegen te zeggen over Germana en haar woede omdat haar onderdirecteur kennelijk met een leidster trouwde. En wanneer ik niet gediend ben van zijn als het spreekwoordelijke viswijf uitstorting van de rotte visafval waarbij zelfs de voormalige psycholoog zijn kop nog open mag doen ter legitimering - dermate dat ik verbijsterd de door mij als integer geziene Huub Oosterhuis bel, in wiens fanclub ik bepaald niet zit, in een poging te snappen wat dit in vredesnaam voor strontemmers zijn en mijn eigen kop niet te verliezen zich verdedigd met zijn verdere carriere en daarvoor ontvangen (burgerlijke) wandelmedaille.

Het is de perversiteit van de salonfähigheid waarin inmiddels slachtoffer zijn van het bestaan van jeugdslachtoffers Heilige Woede kan heten.
De gotspe van de kritiek op Léonard over zijn simpel boerenfatsoen aangaande een 85 jarige dader.

Mijn woede. En of die heilig is zal me dan nog een rotzorg zijn ook!
Mijn ouders overleden en ik was alleen maar een afhankelijke zorgontvanger.
Ik vroeg niet om de levenslange gevolgen van de psychopatholgische levens van anderen.

Die heb ik uiteindelijk niet nodig gehad ook om een heel eenvoudige, misschien wel anti-Hermans, reden: ongeacht wat Staat en Kerk in al hun wijsheid besloten en mij mee lastig vielen en van geprobeerd hebben te beroven gewoon -en kennelijk precies lang genoeg - mijn moeder en mijn grootmoeder en mijn vader gehad.
Gelovigen mensen, die voor hun dood en onteigening mij het Onze Vader leerden en behalve dat prachtige kerkboek van mijn communie ook letters gaven. En grote broers die zoals grote broers bij snotneussies horen te doen mij het geheim van Joost met de grote voeten vertelden. Dankzij hun Zorg een blij en zich veilig voelend snotneussie.

Zodat toen er midden in dat gekkenhuis van De Voorzienigheid met al die nonnen en hun eindeloze hoeveelheden vaders en hun moeders die ze al dan niet mochten zien -waarvan een aantal ter onderstreping van hun BruidenOffer stringent onderscheiden diende te worden van de vaders en moeders van de kinderen die niet mochten deugen en daarom eindeloos verdacht gemaakt en beschuldigt moesten worden - een rector moest komen die niet als een levensgevaarlijke randidioot sloeg maar gewoon lachte en zong in een kazuivel met de namen van mijzelf, mijn broertje en mijn nog net niet héle grote broer op zijn rug ik het belangrijkste geredschap had wat een mens kan krijgen. waarmee ik -hoewel de prijs ervan onacceptabel is - uiteindelijk verschoond kan blijken te blijven van de rotte vis van een ander.

Gerd Leers had gelijk: ik werd niet misbruikt, want ik wist dat ik van mijn ouders dat ik ze een trap in hun kruis mocht geven.
En mijnheer Wimpie met zijn kaartje ook: het is veel mooier dan je denkt, als je denkt is het nog veel mooier!
Mijn vader ook: wees een koning, op je eigen vierkante meter!



Een beetje gezonde ouder begint bij een snotneussie nu eenmaal niet bij dat je ze een trap mag geven.

Geen opmerkingen: